wortels en machten

Kwadraten
Wortels
wortels
en 
kwadraten
1 / 36
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 36 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Kwadraten
Wortels
wortels
en 
kwadraten

Slide 1 - Tekstslide

na deze les kan je...
....rekenen met kwadraten
...rekenen met wortels
...werken met wortelformules
...wortels herleiden
...rekenen met rationele en irrationele getallen
  

Slide 2 - Tekstslide

kwadraat
3​2​​=3⋅3=9
exponent
grondtal
dit spreek je uit als drie in het kwadraat

Slide 3 - Tekstslide

 breuken in het kwadraat
(​5​​2​​)​2​​=​5​​2​​⋅​5​​2​​=​5⋅5​​2⋅2​​=​25​​4​​
(1​2​​1​​)​2​​=​2​​3​​⋅​2​​3​​=​2⋅2​​3⋅3​​=​4​​9​​=2​4​​1​​
weet je nog
breuken vermenigvuldigen: teller x teller en noemer x noemer

Slide 4 - Tekstslide


3​2​​=
A
6
B
9

Slide 5 - Quizvraag


11​2​​=
A
110
B
121

Slide 6 - Quizvraag


1000​2​​=
A
100 000
B
10 000
C
1 000 000

Slide 7 - Quizvraag


(​7​​2​​)​2​​=
A
​14​​4​​
B
​49​​4​​

Slide 8 - Quizvraag


(1​3​​2​​)​2​​=
A
1​9​​4​​
B
1​6​​4​​
C
2​9​​7​​
D
​9​​25​​

Slide 9 - Quizvraag

wortel
√​9​​​=3
dit spreek je uit als wortel negen

Slide 10 - Tekstslide

3​2​​=9
√​9​​​=3
kwadrateren
worteltrekken

Slide 11 - Tekstslide

wortels en breuken
√​​3​​75​​​​​=√​25​​​=5
√​​81​​16​​​​​=​√​81​​​​​√​16​​​​​=​9​​4​​
√​1​9​​7​​​​​=√​​9​​16​​​​​=​√​9​​​​​√​16​​​​​=​3​​4​​=1​3​​1​​

Slide 12 - Tekstslide


√​64​​​=
A
9
B
8
C
7
D
32

Slide 13 - Quizvraag


√​529​​​=
A
23
B
29
C
18
D
21

Slide 14 - Quizvraag


√​196​​​=
A
13
B
12
C
14
D
15

Slide 15 - Quizvraag


√​​64​​9​​​​​=
A
​4​​1​​
B
​8​​2​​
C
​8​​3​​

Slide 16 - Quizvraag


√​​16​​64​​​​​=
A
4
B
2

Slide 17 - Quizvraag

Weet je nog.......

Hoe 
Moeten Wij 
Van Die 
Onvoldoendes Afkomen
()
x​4​​
√
⋅
:
+
−

Slide 18 - Tekstslide

√ optellen en aftrekken
√​2​​​+√​2​​​=2√​2​​​
√​2​​​+√​2​​​+√​2​​​=3√​2​​​
3√​2​​​+2√​2​​​=5√​2​​​
geijke wortels kan je bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken
6√​2​​​−2√​2​​​=4√​2​​​
√​3​​​+√​2​​​=√​3​​​+√​2​​​
2√​8​​​−√​5​​​=2√​8​​​−√​5​​​
ongelijke wortels kan je niet bij elkaar optellen of van elkaar aftrekken

Slide 19 - Tekstslide

√ x en x2
(√​6​​​)​2​​=6
(3√​6​​​)​2​​=3​2​​⋅(√​6​​​)​2​​=9⋅6=54
(−5√​2​​​)​2​​=(−5)​2​​⋅(√​2​​​)​2​​=25⋅2=50
(−5√​2​​​)​2​​+2√​9​​​=(−5)​2​​⋅(√​2​​​)​2​​+2⋅3=25⋅2+6=50+6=56

Slide 20 - Tekstslide

√ optellen en aftrekken
4√​9​​​+√​2​​​=4⋅3+√​2​​​=12+√​2​​​
8√​6​​​−√​6​​​=7√​6​​​
4√​6​​​−√​16​​​=4√​6​​​−4
'mooie' wortels moet je uitrekenen
√​6​​​=1√​6​​​

Slide 21 - Tekstslide

√ vermenigvuldigen en delen
√​3​​​⋅√​2​​​=√​3⋅2​​​=√​6​​​
​3√​2​​​​​15√​6​​​​​=​3​​15​​⋅​√​2​​​​​√​6​​​​​=5√​3​​​
​√​6​​​​​√​18​​​​​=√​​6​​18​​​​​=√​3​​​
3√​2​​​⋅4√​5​​​=3⋅4⋅√​2⋅5​​​=12√​10​​​

Slide 22 - Tekstslide

√6+√6
A
√12
B
√36
C
2√6
D
6

Slide 23 - Quizvraag

2√6+√6
A
2√12
B
3√6
C
2√6
D
2√6+√6

Slide 24 - Quizvraag

3√6+√6
A
4√12
B
4√6
C
3√6+√6
D
6

Slide 25 - Quizvraag

3√6-√6
A
3√0
B
3√6-√6
C
2√6
D
4√6

Slide 26 - Quizvraag

√5x√8
A
√40
B
2√10
C
√5x√8
D
√13

Slide 27 - Quizvraag

√6x√6
A
6
B
√36
C
2√6
D
36

Slide 28 - Quizvraag

3√6x√5
A
3√30
B
3√11
C
2√6

Slide 29 - Quizvraag

√ herleiden (kleiner maken)

Als je een wortel herleidt, zoek je naar een 'mooi' getal waardoor je het getal onder de √ kan delen.   

√50 kan je opdelen in √25 en √2 

Dus: √50 = √(25x2) = √25 x √2

√25 =5

Dus: √25 x √2 = 5x √2 = 5√2




Slide 30 - Tekstslide

√ herleiden (kleiner maken)

√500 = √(100x5) = √100 x √5 = 10√5


√150 = √(25x6) = √25 x √6 = 5√6


√1250 = √625 x √2 =  25√2

Slide 31 - Tekstslide

√ herleiden (kleiner maken)

√72 - √18 = (√36 x √2) - (√9 x √2) = 6√2 - 3√2  = 3√2


√75 + √ 48 = (√25 x  √3) + (√16 x √3) = 5√3 + 4√3 = 9√3





​√​3​​​​​2√​48​​​​​=​1​​2​​⋅​√​3​​​​​√​48​​​​​=​1​​2​​⋅√​​3​​48​​​​​=2√​16​​​=2⋅4=8

Slide 32 - Tekstslide

Soorten getallen
Natuurlijke getallen 
Gehele getallen 
Rationale getallen 
Irrationale getallen 

alle positieve hele getallen en 0
alle natuurlijke getallen + alle negatieve hele getallen
alle gehele getallen en alle breuken
alle getallen die niet als breuk te schrijven zijn
0,1,2,...5689,....129873
−3728,...−5,−1,0,1,2,....4638
−​4​​3​​,​17​​1​​,3​5​​6​​
π,√​5​​​
Alle rationale en irrationale getallen samen zijn de reële getallen

Slide 33 - Tekstslide

in deze les hebben we behandeld ...
....rekenen met kwadraten
...rekenen met wortels
...werken met wortelformules
...wortels herleiden
...rekenen met rationele en irrationele getallen
  

Slide 34 - Tekstslide

noem twee dingen die je in deze les geleerd hebt

Slide 35 - Open vraag

noem twee dingen waar je nog (meer) uitleg over wilt

Slide 36 - Open vraag