PJDB Nederlands - Hoofdstuk 2 Grammatica & Spelling - PV d/t

Nederlands
Hoofdstuk 2
Nieuw(s)
Cursus Grammatica & Spelling
Blz. 64 t/m 70


Level UP
Klassikale instructie
Zelfstandige verwerking
1 / 28
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 1

In deze les zitten 28 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Nederlands
Hoofdstuk 2
Nieuw(s)
Cursus Grammatica & Spelling
Blz. 64 t/m 70


Level UP
Klassikale instructie
Zelfstandige verwerking

Slide 1 - Tekstslide

Overzicht
  1. Lezen
  2. Kijken en luisteren
  3. Schrijven
  4. Woordenschat
  5. Kijk op taal
  6. Grammatica en Spelling
  7. Formuleren
  8. Poëzie en fictie
Hoofdstuk 1
Werkwoorden, hoofdletters en leestekens
Hoofdstuk 2
Persoonsvorm, woorden eindigen op d of t
 Overzicht Grammatica 
Spelling

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Grammatica & Spelling
Het hele werkwoord
Kan een zin meer werkwoorden bevatten?
Na de les kan ik 
  • de persoonsvorm in een eenvoudige persoonsvorm vinden
  • bepalen of een woord op een -d of een -t eindigt


Slide 4 - Tekstslide

De persoonsvorm

De persoonsvorm (PV) is een werkwoord.


Werkwoorden zijn de belangrijkste woorden in een zin.


Zij geven de handeling aan (wat er gebeurt).

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Video

Manieren om de persoonsvorm te vinden:
  • de vraagproef - Maak van de zin een vraag met precies dezelfde woorden. Het werkwoord dat vooraan komt te staan, is de persoonsvorm.


  • de tijdproef - Zet de zin in een andere tijd: maak van tegenwoordige tijd de verleden tijd of andersom. Het werkwoord dat verandert, is de persoonsvorm.

Slide 7 - Tekstslide

Wat is de persoonsvorm? (PV)
- Waarom wandelt Kees de avondvierdaagse?
A
Waarom
B
Er is geen persoonsvorm.
C
wandelt

Slide 8 - Quizvraag

Wat is de persoonsvorm? (PV)

- Houd eens je mond
A
Houd
B
Er is geen persoonsvorm.
C
eens

Slide 9 - Quizvraag

Wat is de PV van de deze zin?

- Waarom wandelt hij niet graag?
A
Waarom
B
hij
C
wandelt
D
Er is geen persoonsvorm.

Slide 10 - Quizvraag

Wat is de PV van de deze zin?

- In zijn broek heeft Tsjerk een scheur.
A
zijn
B
Tsjerk
C
heeft
D
Er is geen persoonsvorm.

Slide 11 - Quizvraag

Nu aan de slag !

Opdracht:
Taalverzorging
Maak  opdracht  1  t/m 8 
(Blz. 70 t/m 73)

 
Tekstboek Hoofdstuk 2
Taalverzorging
Grammatica  
De persoonsvorm

Slide 12 - Tekstslide

Beantwoord de vraag:
Wat weet je van de PV?

Slide 13 - Open vraag

welke werkwoorden  zie je ? 
schrijf 3 zinnen  over dit plaatje 
met een werkwoord.
timer
3:00

Slide 14 - Tekstslide

welk woord is een werkwoord?
A
gebouwen
B
verbouwen
C
getrouwen
D
verkouden

Slide 15 - Quizvraag

Woorden eindigen op een -d of -t

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Slide 18 - Video

VERLENGPROEF

Als het woord géén persoonsvorm is, dan gebruik je de verlengproef om te horen of je een -t of een -d aan het eind van een woord moet schrijven.


Je maakt het woord met een t-klank langer met -e, -en of -ig.

Je hoort dan of je een -t of een -d moet schrijven.

Slide 19 - Tekstslide

DOEL

VERLENGINGSREGEL (verlengproef)


- je kunt bepalen of een woord op

een -t of een -d eindigt

Slide 20 - Tekstslide

Een paar_ loopt graag in de wei
A
paard
B
paart

Slide 21 - Quizvraag

Een leeuw heeft een lange staar_
A
staard
B
staart

Slide 22 - Quizvraag

Een slak en een pa_ zijn graag 's nachts wakker
A
pad
B
pat

Slide 23 - Quizvraag

De haan kraait vroeg in de ochten_
A
ochtend
B
ochtent

Slide 24 - Quizvraag

Laatste letter: -t of een -d

Veel woorden eindigen aan het eind met een t-klank.

- Bij sommige woorden schrijf je de t-klank als een -t;

- Bij andere woorden schrijf je de t-klank als een -d.


Bij werkwoorden schrijf je de t-klank soms als -dt. Dat wordt in een andere les uitgelegd.


Slide 25 - Tekstslide

t-klank: laatste letter een -t

Woorden als:


staart - wit - kist

- (het is) gelukt - kast -

klant - zacht - kat - rit


Slide 26 - Tekstslide

t-klank: laatste letter een -d

Woorden als:


hond - wild - grond

- (ik ben) geslaagd - brand -

mond - kind - zand - goud


Slide 27 - Tekstslide

Maken
Hoofdstuk 2
Cursus Grammatica & Spelling

Opdracht 1 t/m ...

Slide 28 - Tekstslide