H6 De regering bestuurt het land BB

H6 De regering bestuurt het land
Na deze lessen kun jij...
... vertellen wie er in de regering zitten.
...  uitleggen hoe een regering gevormd wordt.
... vertellen wat de taken van de regering zijn.
... vertellen wat coalitiepartijen en oppositiepartijen zijn.

... vertellen wat het verschil is tussen een monarchie en een republiek.
... vertellen wat de taken van de Koning zijn.

1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
MaatschappijkundeMiddelbare schoolvmbo bLeerjaar 4

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 120 min

Onderdelen in deze les

H6 De regering bestuurt het land
Na deze lessen kun jij...
... vertellen wie er in de regering zitten.
...  uitleggen hoe een regering gevormd wordt.
... vertellen wat de taken van de regering zijn.
... vertellen wat coalitiepartijen en oppositiepartijen zijn.

... vertellen wat het verschil is tussen een monarchie en een republiek.
... vertellen wat de taken van de Koning zijn.

Slide 1 - Tekstslide

De regering en het kabinet
De regering (zie foto)
Ministers en Koning

Het kabinet
Ministers en staatssecretarissen (een soort onderminister die een deel van het beleid van de minister regelt)

Slide 2 - Tekstslide

regering en kabinet
De woorden regering en kabinet worden vaak door elkaar gebruikt. Dit omdat in beide ministers zitten.
Maar in de regering zitten de ministers en de koning.
In het kabinet zitten de ministers en de staatssecretarissen. 

Slide 3 - Tekstslide

Hoe wordt een nieuw kabinet gevormd?

De burgers kiezen de 150 leden van de Tweede Kamer (TK).

Na de verkiezingen gaan partijen kijken met wie ze kunnen en willen samenwerken (om een meerderheid te halen in de TK         ).

De lijsttrekker van de grootste partij wordt meestal de minister-president.

De minister-president kiest de ministers en staatssecretarissen (het kabinet).

De koning benoemd het nieuwe kabinet.


de meerderheid van 150 zetels is (minstens) 76. Een partij haalt na de verkiezingen nooit 76 of meer zetels. Partijen moeten dus samenwerken. Om te kunnen samenwerken kijken partijen naar het aantal zetels en naar de ideeen van de partijen: lijken die op elkaar om te kunnen samenwerken?
lijsttrekker
De eerste persoon op de verkiezingslijst van een politieke partij. Deze persoon is de leider van de partij.

Slide 4 - Tekstslide

Lijsttrekkers van een aantal politieke partijen

Slide 5 - Tekstslide

Coalitiepartijen
De partijen die samenwerken in de regering noemen we coalitiepartijen. Op dit moment zijn VVD, CDA, D66 en ChristenUnie de coalitiepartijen.
Oppositiepartijen
De overige partijen die in de Eerste en Tweede Kamer zitten. 
Welke partijen zijn dit?
PvdA, GroenLinks, SP, SGP, PVV, Denk, FvD

Slide 6 - Tekstslide

Taken van de regering
De regering (ministers) hebben een aantal taken:
- Bedenken van wetsvoorstellen
- Uitvoeren van nieuwe wetten

Slide 7 - Tekstslide

Aan de slag!

We maken vraag 6, 7, 8 en 9

Slide 8 - Tekstslide

Monarchie of republiek?
Nederland is een monarchie. Dit betekent dat wij een land zijn met een koning als staatshoofd. De koning wordt niet gekozen door het volk.
Amerika is een republiek. Dat betekent dat Amerika een gekozen president als staathoofd heeft.

Slide 9 - Tekstslide

De Koning
 De koning heeft als staatshoofd een aantal belangrijke taken: 

- Het plaatsen van een handtekening onder nieuwe wetten. 
- Benoemen van nieuwe ministers en burgemeesters.
- Het overleggen met de minister-president over het kabinetsbeleid. 
- Vertegenwoordigen van Nederland in het buitenland.
- De troonrede voorlezen op Prinsjesdag.


Slide 10 - Tekstslide

Prinsjesdag
Op de derde dinsdag van september is het Prinsjesdag. De koning leest dan de troonrede voor. De troonrede wordt geschreven door de ministers. In de troonrede staan de plannen voor het komende jaar.
Ook wordt op Prinsjesdag de miljoenennota gepresenteerd door de minister van Financiën. De miljoenennota is een overzicht van de belangrijkste inkomsten en uitgaven van het komende jaar. Zie de poster in de klas.

Slide 11 - Tekstslide

Aan de slag!
We maken vraag 10, 11, 12 en 13

Slide 12 - Tekstslide

Wie zitten er in de regering?
A
Ministers en de staatsecretarissen
B
Ministers en de Koning
C
Koning en de Koningin
D
Kabinet en de Koning

Slide 13 - Quizvraag

Welke taken hebben ministers?
A
wetsvoorstellen maken en de wetten uitvoeren
B
stemmen over wetten en de troonrede voorlezen
C
handtekening zetten onder wetten en de wetten uitvoeren
D
stemmen over wetten en de Tweede Kamer controleren

Slide 14 - Quizvraag


De regering bestaat uit ..
A
Coalitiepartijen
B
Oppositiepartijen

Slide 15 - Quizvraag

Hoeveel zetels hebben de coalitiepartijen minstens nodig om te regeren?
A
51
B
76
C
101
D
150

Slide 16 - Quizvraag

I. Coalitiepartijen stemmen vaak tegen de plannen van de regering
II. De minister-president is lid van een van de oppositiepartijen
A
I is juist, II is onjuist
B
I is onjuist, II is juist
C
I en II zijn beide juist
D
I en II zijn beide onjuist

Slide 17 - Quizvraag

Wie zitten er in het kabinet??
A
Koning en staatssecretarissen
B
Ministers en staatssecretarissen
C
Koning en ministers

Slide 18 - Quizvraag

Wie is het staatshoofd van Nederland?
A
Rutte
B
voorzitter Tweede Kamer
C
Koning Willem-Alexander
D
Koningin Maxima

Slide 19 - Quizvraag

Wat gebeurt er op Prinsjesdag?
A
Dan leest de Koning de Troonrede voor.
B
Dan leest de Koning de Miljoenennota voor.
C
Dan leest de Koning de Rijksbegroting voor.

Slide 20 - Quizvraag

Welke van deze taken voert de koning uit?
A
Ministers benoemen
B
Regering samenstellen
C
Wetten maken

Slide 21 - Quizvraag

SGP
Coalitie
Oppositie
CDA
VVD
Christenunie
D66
PVV
SP
GroenLinks
DENK

Slide 22 - Sleepvraag

Slide 23 - Video

Slide 24 - Video

Slide 25 - Video

Slide 26 - Video