In deze les zitten 44 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 80 min
Onderdelen in deze les
atomen en het periodiek systeem
Ik kan uitleggen wat een atoom is en uit welke onderdelen een atoom bestaat.
Ik kan uitleggen wat het verschil is tussen isotopen.
Ik kan uitleggen hoe het periodiek systeem is opgebouwd.
Slide 1 - Tekstslide
model van atoom.
dit is een atoom miljoenen keren vergroot en getekend als model.
een atoom heeft een kern. dit is het binneste van de atoom.
Slide 2 - Tekstslide
atomen
Moleculen bestaan uit atomen. Atomen zijn de bouwstenen van alle moleculen.
Een Atoom bestaat uit:
protonen
neutronen
elektronen
Slide 3 - Tekstslide
Een atoom
Een atoom is altijd elektrisch neutraal.
Slide 4 - Tekstslide
Het atoom
Atomen zijn hele kleine deeltjes.
Moleculen zijn opgebouwd uit 2 of meer atomen
Slide 5 - Tekstslide
Een atoom bestaat uit:
A
Neutronen, Protonen en Elektronen
B
Neutronen, Proteïne en elektronen
C
Neutrale deeltjes, protonen en Elektronen
Slide 6 - Quizvraag
Hoe heet het ongeladen kerndeeltje van een atoom?
A
neutron
B
proton
C
elektron
D
er zit geen ongeladen kerndeeltje in een atoom
Slide 7 - Quizvraag
Als een atoom een elektron afstaat, dan wordt dit een
A
Positief Ion
B
Negatief Ion
C
Neutraal Ion
D
Attent ion
Slide 8 - Quizvraag
Atomen zijn opgebouwd uit moleculen
A
waar
B
niet waar
Slide 9 - Quizvraag
Wat zijn de negatief geladen deeltjes in een atoom?
A
Atomen
B
Moleculen
C
Stoffen
D
Elektronen
Slide 10 - Quizvraag
Waaruit bestaan atomen?
Slide 11 - Open vraag
Wat zijn atomen? Geef in je eigenwoorden antwoord
Slide 12 - Open vraag
wat is het verschil tussen een molecuul en een atoom
Slide 13 - Open vraag
Koppel de juiste eigenschappen aan de bouwstenen van het atoom
Positief geladen
Neutraal geladen
Negatief geladen
Zitten in de kern
Protonen
Elektronen
Neutronen
Slide 14 - Sleepvraag
Wat moet op de open plekken worden ingevuld?
Naast de bouwstenen (protonen, neutronen en elektronen) bestaat een atoom uit veel lege ruimte, ruim 99,99%. Hier zit dan helemaal niks.
1 u
-
kern
massa
symbool
elektronenwolk
naam
Slide 15 - Sleepvraag
Wat moet op de open plekken worden ingevuld?
Naast de bouwstenen (protonen, neutronen en elektronen) bestaat een atoom uit veel lege ruimte, ruim 99,99%. Hier zit dan helemaal niks.
-
kern
atoommassa
symbool
element
elektron
Slide 16 - Sleepvraag
Het periodiek systeem
Elementen op volgorde van atoomnummer.
In verticale groepen elementen met vergelijkbare eigenschappen.
Horizontaal: perioden
Slide 17 - Tekstslide
periodiek systeem en lijst met atoomsoorten in Binas
de lijst met atoomsoorten gebruik je om afkortingen en en andere informatie van elementen snel op te zoeken.
periodiek systeem is indeling van atoomsoorten op basis van atoommassa en eigenschappen
Slide 18 - Tekstslide
Periodiek systeem life hack
Slide 19 - Tekstslide
Beryllium (Be) is een atoom
A
juist
B
onjuist
Slide 20 - Quizvraag
Een atoom heeft atoomnummer 53. in welke periode staat dit atoom
A
3
B
4
C
5
Slide 21 - Quizvraag
Sleep de elementen naar het juiste vak
Metaal
Niet-metaal
Stikstof
Boor
Titaan
Chroom
Broom
Fosfor
Jood
Koolstof
Slide 22 - Sleepvraag
Zet op volgorde, van groot naar klein.
molecuul
Atoom
Stof
Slide 23 - Sleepvraag
Deel de volgende stoffen in bij de juiste groep.
TIP: uit welke atomen is de stof opgebouwd?
METALEN
ZOUTEN
MOLECULAIRE STOFFEN
water
natriumjodide
koperoxide
calcium
koolstof
methaan
goud
kaliumfluoride
kwik
Slide 24 - Sleepvraag
Welke deeltjes van een atoom hebben geen lading?
Slide 25 - Open vraag
Welk atoomnummer heeft Helium?
Slide 26 - Open vraag
hoeveel neutronen zitten er in een aluminium 28 atoom?
Slide 27 - Open vraag
Hoeveel atomen zijn er te vinden in het periodiek systeem?
Slide 28 - Open vraag
Geef een beschrijving van een atoom, uit welke deeltjes bestaat een atoom?
Slide 29 - Open vraag
Hoeveel protonen, neuronen en elektronen bevat zuurstof?
Slide 30 - Open vraag
Isotopen
Isotoop: een versie van een atoom met hetzelfde aantal protonen, maar een verschillend aantal neutronen in de kern.
De massa van isotopen verschillen van elkaar, terwijl het wel dezelfde atoomsoorten zijn
Slide 31 - Tekstslide
Isotopen
Zelfde aantal protonen = atoomnummer
Ander aantal neutronen = andere massa
Slide 32 - Tekstslide
Isotopen
Zelfde aantal protonen = atoomnummer
Ander aantal neutronen = andere massa
Slide 33 - Tekstslide
Isotopen voorbeeld
Slide 34 - Tekstslide
Bepaal van onderstaande atomen welk atoom het is en wat de twee isotopen zijn. Element:……………………………….. Element:…………………………….. Massagetal: ………………………….. Massagetal: …………………… Isotoop: ……………………………….. Isotoop:…………………………..
Slide 35 - Open vraag
Hieronder staan een aantal atomen getekend. De witte ballen zijn de neutronen. Geef de volledige naam (met massagetal en lading) van het eerste atoom
Slide 36 - Open vraag
Het atoomnummer van koper is 29. Hoeveel protonen heeft een atoom koper-65? Hoeveel neutronen heeft een atoom koper-65?
Slide 37 - Open vraag
Ni-63 is een isotoop van Nikkel. Uit hoeveel protonen en hoeveel neutronen bestaat de kern van Ni-63. Noteer je antwoord als volgt: aantal protonen: … aantal neutronen: …
Slide 38 - Open vraag
Geef van het volgende isotoop aan hoeveel protonen, neutronen en elektronen het bevat: Mg-26
Slide 39 - Open vraag
Geef van het volgende isotoop aan hoeveel protonen, neutronen en elektronen het bevat: K-40
Slide 40 - Open vraag
Hiernaast staan drie kernen van verschillende atomen. Welke van de afgebeelde kernen zijn isotopen?
Slide 41 - Open vraag
Een atoom heeft 6 protonen en 7 neutronen. Hoe groot is het massagetal van deze isotoop?
Slide 42 - Open vraag
2. Hiernaast staan drie atomen. Dit zijn allemaal isotopen van elkaar. Om welk element gaat het hier? element...............
Slide 43 - Open vraag
Bepaal van onderstaande atomen welk atoom het is en wat de twee isotopen zijn. Element:……………………………….. Element:…………………………….. Massagetal: ………………………….. Massagetal: …………………… Isotoop: ……………………………….. Isotoop:…………………………..