Littérature 5V: Lumières (+révision Classicisme)

1 / 38
volgende
Slide 1: Link
FransMiddelbare schoolvwoLeerjaar 5

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Link

Révision Classicisme
  • La société : 17e = le grand siècle | l'État c'est moi
  • Les arts : développement de l'architecture, de la musique et des arts plastiques sous Louis XIV
  • La littérature : tragédie : Pierre Corneille & Jean Racine | comédie : Molière | fables : Jean de la Fontaine

Slide 2 - Tekstslide

Waar moesten de toneelstukken
uit het Classicisme aan voldoen?

Slide 3 - Woordweb

Welke bekende tragédie schrijvers ken je?

Slide 4 - Open vraag

Hoe heet de bekendste comédie schrijver en wat kenmerkte hem?

Slide 5 - Open vraag

Wat is een van de meest hilarische en bekendste comédie-ballets van Molière?

Slide 6 - Open vraag

Welk classicistisch genre ken je nog meer? Geef minimaal 2 kenmerken van dit genre.

Slide 7 - Open vraag

Wat is de meest bekende fabel auteur uit de 17e eeuw. Geef een titel van een van zijn bekendste fabels.

Slide 8 - Open vraag

Slide 9 - Tekstslide

Lumières : Wat moet je kunnen / kennen?
  1. Verband leggen tussen Franse literaire teksten en de tijd waarin ze zijn ontstaan;
  2. Waarom wordt deze periode le siècle des Lumières genoemd?
  3. Wat zijn belangrijke kenmerken van de siècle des Lumières?
  4. Wie waren bekende schrijvers en wat zijn bekende werken?

Slide 10 - Tekstslide

Waar staat de term 'Lumières' symbool voor?
A
het verstand
B
gelijkheid
C
de onwetendheid
D
vrijheid

Slide 11 - Quizvraag

Wat is de Nederlandse term voor de periode 'Les Lumières'?

Slide 12 - Open vraag

Waarom wordt de 18e eeuw ook wel 'Lumières/Verlichting' genoemd?

Slide 13 - Open vraag

Les Lumières (ca. 1715 - 1793)
  • Periode die volgt op het Classicisme
  • Dood van Louis XIV → ruimte voor revolutionaire ideeën in de literatuur
  • Vertrouwen in het menselijk verstand
  • Kerk & staat vs wetenschap → empirisch bewijs
  • Filosofen & schrijvers streven naar vrijheid van meningsuiting, tolerantie & gelijkheid

Slide 14 - Tekstslide

Les Lumières (ca. 1715 - 1793)
  • La société : Kritiek | Rationalisme | Verlichting | Uitvindingen | Filosofie | Revolutie | Guillotine
  • Les arts : l'architecture | la musique | les arts plastiques: elegant en luchtig
  • La littérature : Écrivains-philosophes | contes philosophiques | dialogues philosophiques | le drame bourgeois

Slide 15 - Tekstslide

La société - 18e eeuw
  • 1715 : Louis XIV sterft; Louis XV is 5jr en totdat hij volwassen is, regeert Philippe d'Orléans 
  • Monarchie absolue staat ter discussie
  • Razendsnelle ontwikkeling van de wetenschap -> uitvindingen
  • Rationalisme: eigen waarneming i.p.v. geloof en gezag
  • Verlichting: geloof in verstand van de mens en vooruitgang
  • 1789 : Bestorming van de Bastille en het begin van de Franse revolutie...
  • 1793: Louis XVI & Marie-Antoinette guillotine

Slide 16 - Tekstslide

Les arts

  • L'architecture : Classicistische stijl, interieur verfijnder. Rococo stijl: golvende lijnen, bloemen, slingers
  • La musiqueJean-Philippe Rameau 
  • Les arts plastiques: Elegant, luchtig & ondeugend Scènes galantes. Jean-Honoré Fragonard, François Boucher (hofschilder Louis XV) & Élisabeth Vigée Le Brun

Slide 17 - Tekstslide

La Littérature
Classicisme → promoten imago koning 
Lumières → uiting revolutionaire ideeën :
  • Écrivains-philosophes : schrijvers die ook filosofen waren. Ze leverden kritiek op de maatschappelijke misstanden vaak mbv ironie. Geloofden dat er een betere maatschappij mogelijk was met gelijke rechten, kansen en plichten voor iedereen.
  • Contes philosophiques : doel: onder mom van een sprookje gebeurtenissen beschrijven die wreed zijn en niet zouden moeten bestaan, dus verkapte maatschappijkritiek leveren.

Slide 18 - Tekstslide

La Littérature
Bekende écrivains-philosophes uit de Verlichting
  • Voltaire
  • Rousseau
  • Diderot

Slide 19 - Tekstslide

Voltaire
Denis Diderot
Jean-Jacques
Rousseau
Pierre Augustin Caron de Beaumarchais
Le mariage de Figaro
Encyclopédie
Candide ou l'Optimisme
Emile ou de l'éducation
Du contrat social
Il faut cultiver notre jardin
Voyage en Hollande

Slide 20 - Sleepvraag

Le siècle des Lumières 
La Révolution française: grote armoede + burgerij wilde in de regering + ideeen écrivains-philosophes --> 1789 bestorming van de Bastille (Bastille was het symbool van macht van de koning). 
  • 1792 Koning Louis XVI werd afgezet
  • 1793 Louis XVI & Marie Antoinette --> guillotine
  • Liberté, égalité, fraternité (Rousseau)--> Emile ou de l'éducation
  • Il faut cultiver notre jardin (Voltaire)


Slide 21 - Tekstslide

Waarmee drijft Voltaire de spot in zijn bekendste boek? Noem de titel.

Slide 22 - Open vraag

Met welk doel schreef Voltaire zijn conte philosophique 'Candide'?

Slide 23 - Open vraag

Candide zegt: 'Il faut cultiver notre jardin'. Wat bedoelt hij hiermee?

Slide 24 - Open vraag

Van welk werk van Rousseau hebben wij een fragment gelezen?

Slide 25 - Open vraag

Met welk doel heeft Rousseau "Emile ou de l'éducation" geschreven'?

Slide 26 - Open vraag

Le romantisme 1800-1850
De Romantiek ontstaat als reactie op al dat denken.
Bovendien was het op politiek gebied een chaos. Niemand wist meer waar hij aan toe was. Kunstenaars keren zich naar naar binnen, naar dat waar ze wel invloed op uit kunnen oefenen.

Slide 27 - Tekstslide

Kenmerken van de Romantiek:
- Culte du Moi: je bent zelf belangrijk en mag daarover schrijven.
   => journaux intimes + romans autobiographiques
- Retour au passé, aux pays lointains, à la nature
- Mal du siècle, spleen => Dandy Beaudelaire (Fleurs du mal)
- Refus de la mesure classique => poésie => Hugo
   => Demain, dès l'aube
- Allons enfants de la patrie + Carmen
- Engagement: le roman social 
- Fantasie, dromen



Slide 28 - Tekstslide

In hoeverre is dit een Romantisch schilderij?
A
Naakt is romantisch
B
De dure stoffen zijn goed uitgewerkt.
C
Vluchten naar andere landen/culturen.
D
Het is een heel klein schilderij.

Slide 29 - Quizvraag

Wat is hier aan de hand?
A
De trois glorieuses, 1948, hele bevolking in opstand.
B
Marianne en de vlag zijn symbolen van Frankrijk.
C
De phrygien muts werd gepresenteerd.
D
Dit is de Franse revolutie.

Slide 30 - Quizvraag

Le radeau de la Meduse
Waarom is dit zo'n indrukwekkend schilderij?
A
Het is vrijwel kleurloos.
B
Het representeert een schipbreuk scène van de Franse marine.
C
Het is een klein schilderij.
D
Als je ernaar kijkt, vraag je je af of ze gered worden.

Slide 31 - Quizvraag

La Marseillaise
- gezongen door soldaten die vanuit Marseille naar Parijs marcheerden.
- Strijdlied van de Franse strijders: mars(oorlogs)lied:  dat het bloed door de goten mag stromen!

Slide 32 - Tekstslide

Prosper Merimée
- Carmen => Romantisch, omdat Carmen droomt 
over een leven buiten de fabriek, ze wil op reis, 
met de soldaten mee, maar wil ook vrij zijn
 (over haar eigen lot beslissen: culte du moi,
 invloed hebben op je eigen handelen in de 
chaotische wereld en dromen over een beter leven).

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Tekstslide

Le réalisme 1850 - 1880
- de wereld laten zien, zoals ie is => romans en novellen
- Flaubert: vrije indirecte rede: vertelperspectief in de 3e persoon, maar toch beleef je via de ogen van de personnages.
Madame Bovary.
- gedichten zo mooi mogelijk: l'art pour l'art

Slide 35 - Tekstslide

Le naturalisme
- niet alleen weergeven wat er gebeurt, maar ook verklaren waar dat vandaan komt.
- determinisme: je bent in een bepaald milieu op een bepaalde plek geboren en komt daar niet meer weg, externe factoren bepalen je ontwikkeling.
- door de ontwikkeling van de industrie groeit de werkende klasse snel, deze mensen profiteren financieel echter niet.

Slide 36 - Tekstslide

L'impressionisme
- onder invloed van fotograaf Nadar: 1 moment vastleggen
- ook beweging weer willen geven
- scènes zijn vrijetijdsbesteding (vaak buiten)
- kleine doeken (om mee te nemen en buiten te schilderen)
- gebruik van kleur ook voor schaduwen, amper zwart


Slide 37 - Tekstslide

eerste impressionistische 
schilderij

Slide 38 - Tekstslide