2.2 Cultuur en samenleving in de republiek

Tijd van regenten en vorsten
De Gouden Eeuw
par. 2.2 Cultuur en samenleving in de Republiek
1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
GeschiedenisMiddelbare schoolhavoLeerjaar 2

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quiz, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Tijd van regenten en vorsten
De Gouden Eeuw
par. 2.2 Cultuur en samenleving in de Republiek

Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt beschrijven hoe de samenleving in de Gouden Eeuw eruitzag.
  • Je kunt met behulp van voorbeelden uitleggen wat kenmerkend was voor de cultuur van de Republiek.
  • Je kunt uitleggen dat er in de 17e eeuw een wetenschappelijke revolutie was.
  • Je kent de begrippen en jaartallen uit deze paragraaf.

Slide 2 - Tekstslide

Wat weet je al over de Gouden Eeuw?

Slide 3 - Woordweb

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • De Gouden Eeuw is de bloeiperiode van de Republiek tussen 1588 en 1672. 
  • In 1588 werd de Republiek onafhankelijk.  
  •  Holland (met de stad Amsterdam) werd het middelpunt van de wereldhandel. 
  • De economie bloeide, maar ook de wetenschap en kunst.

Slide 4 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • Er ontstond een kleine bovenlaag van zeer rijke families, rijk geworden door handel. 
  • Zij investeerden hun geld in allerlei ondernemingen om meer geld te verdienen. 

Slide 5 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • De rijke families hadden ook  politieke macht en bestuurden de steden en gewesten.  
  • Ze lieten mooie grachtenhuizen bouwen en schilderijen schilderen.  

Slide 6 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • Onder de groep van rijke mensen kwam een laag met een grote groep winkeliers en ervaren ambachtslieden.  
  • Zij konden schepen bouwen en repareren. 
  • Ze konden ook luxegoederen maken van grondstoffen.  
  • Ze verdienden veel geld en bezaten grote winkelpanden 

Slide 7 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • De 3e sociale laag bestond uit loonarbeiders en hard moesten werken voor hun baas. 
  • Laadden en losten schepen of werkten voor winkeliers.  
 
  • Onderaan kwam de sociale laag van de armen. 
  • Dit waren mensen zonder vast werk, ouderen en zieken.  
  • Zij leefden vooral van liefdadigheid van de kerk en de rijken. 

Slide 8 - Tekstslide

Arm en rijk in de Gouden eeuw
  • Veel inwoners van Holland, arm en rijk, waren afkomstig uit omringende landen. 
  • Deze migratie had 2 redenen:
  • vluchtelingen vanwege hun geloof.
  • arme mensen die hoopten in het gewest Holland werk te vinden.

Slide 9 - Tekstslide

Kunst
  • Door de welvaart werd er veel geld uitgegeven aan schilderkunst. 
  • Vooral schilderijen van landschappen, stadgezichten of portretten om het huis te versieren.  


Slide 10 - Tekstslide

Kunst 
  • Uit die tijd komt ook de Nachtwacht van Rembrandt van Rijn. 
  • Dit is een schuttersstuk: een portret van schutters die een stad moesten verdedigen.  

Slide 11 - Tekstslide

Kunst
  • Jan Steen is ook beroemd uit de Gouden Eeuw. 
  • Hij schilderde vooral het dagelijkse leven van gewone mensen.  
 

Slide 12 - Tekstslide

Religie en wetenschap
  • Na de Opstand was het protestante (calvinistische) geloof het belangrijkst in de Republiek.  
  • Het bestuur van het land betaalde zelfs voor een vertaling van de Bijbel van het Latijn naar het Nederlands. 
  • Deze Statenbijbel was bedoeld voor de calvinistische kerk. 
  • Mensen met andere geloven (katholiek, joods) werden niet vervolgd. 
  • Men accepteerde dat niet iedereen hetzelfde geloof had.  
  • Dit noemen we verdraagzaamheid.  

Slide 13 - Tekstslide

Religie en wetenschap
  • Deze verdraagzaamheid was erg bijzonder: kwam buiten de Republiek weinig voor...
  • Ook in wetenschap viel de Republiek op.
  • In de 17e eeuw was er een wetenschappelijke revolutie gaande.
  • Er werden allerlei ontdekkingen gedaan:

Slide 14 - Tekstslide

Christiaan Huygens
  • Was erg goed in het slijpen van lenzen en bouwde een telescoop om de sterren te kunnen bestuderen.  
  • Ook het slingeruurwerk is door hem bedacht: belangrijk om de tijd en locatie op zee te kunnen bepalen.  

Slide 15 - Tekstslide

Anthonie van Leeuwenhoek
  • Bestudeerde de natuur en het menselijk lichaam. 
  • Hij bouwde de eerste microscoop en ontdekte zo bacteriën en rode bloedcellen.  

Slide 16 - Tekstslide

Kunst en wetenschap
  • De bloei van de handel heeft de wetenschappelijke revolutie gestimuleerd. 
  • Voor de handel was het belangrijk dat schepen hun locatie wisten om zo de beste route te vinden. 
  • De schepen namen ook dieren en planten uit verre landen mee: bestudeerd op de pas gebouwde universiteiten.  

Slide 17 - Tekstslide

Spinoza
  • Nederlandse filosoof
  • God kan geen wonderen verrichten. 
  • Hij twijfelde ook aan verhalen uit de Bijbel.  
  • Hij kwam op voor de vrijheid van meningsuiting.  

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Video

Slide 20 - Video

Aan de slag
Wat? Eerst ga je de tekst van par. 2.2  lezen en daarna maak je de opdrachten van par. 2.2 of een samenvatting
Hoe? Alleen  
Hulp? Bij je buurman/buurvrouw. Kom je er samen niet uit? Dan bij je docent. 
Tijd? Tot het einde van de les. 
Klaar?  Test jezelf / leerdoelen inleveren

Slide 21 - Tekstslide