Grammatica zinsdelen bwb en spelling hoofdletters (oefenen)

Vandaag: herhalen...
Welke onderdelen van de overhoring van donderdag moet je nog oefenen?
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo g, t, mavoLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Vandaag: herhalen...
Welke onderdelen van de overhoring van donderdag moet je nog oefenen?

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
  • Je weet hoe je de bijwoordelijke bepaling kunt vinden (3.4).
  • Je kunt de bijwoordelijke bepaling(en) vinden in een zin (3.4).
  • Je weet wanneer je een hoofdletter schrijft (3.5)

Slide 2 - Tekstslide

Weet je nog?
Ontleden betekent: iets in stukjes verdelen en ieder
stuk een naam geven.

Bij redekundig ontleden verdeel je een zin in zinsdelen.
 

Slide 3 - Tekstslide

De zin verdelen
Zinsdelen kunnen uit één of meerdere woorden bestaan.

Om zinsdelen te vinden,
hussel je de zin door elkaar.

Alles wat vóór de persoonsvorm
staat of kan staan is één zinsdeel.

Slide 4 - Tekstslide

Zinsdelen benoemen
  1. Persoonsvorm                        (verander de tijd )
  2. Onderwerp                               (wie + pv?  of wat + pv?)
  3. Werkwoordelijk gezegde   (alle werkwoorden in de zin)
  4. Lijdend voorwerp                  (wie + alle benoemde zinsdelen? of wat + alle                                                              benoemde zinsdelen?)
  5. Meewerkend voorwerp      (aan wie + alle benoemde zinsdelen? of voor                                                                wie + alle benoemde zinsdelen?)

Slide 5 - Tekstslide

Ik krijg altijd de schuld.
Bedenk zoveel mogelijk woorden die je op de plaats van 'altijd' kunt zetten.

Slide 6 - Woordweb


Bevat deze zin een bijwoordelijke bepaling?
De oppas wachtte op het schoolplein tussen alle ouders.
A
Nee, de zin bevat geen bijwoordelijke bepaling.
B
Ja, de zin bevat één bijwoordelijke bepaling.
C
Ja, de zin bevat twee bijwoordelijke bepalingen.

Slide 7 - Quizvraag


De oppas wachtte op het schoolplein tussen alle ouders op haar oppaskinderen.
Noteer de twee bijwoordelijke bepalingen. 

Slide 8 - Open vraag


Bij welke optie is de zin goed verdeeld in zinsdelen?


De winkelbediende zocht bruine schoenen voor de klant.
A
De winkelbediende | zocht | bruine schoenen | voor de klant.
B
De winkelbediende zocht | bruine schoenen | voor de klant.
C
De winkelbediende | zocht | bruine | schoenen | voor de klant.
D
De winkelbediende | zocht | bruine schoenen voor de klant.

Slide 9 - Quizvraag


De leerlingen hebben grammatica goed begrepen vandaag.
Noteer de twee bijwoordelijke bepalingen. 

Slide 10 - Open vraag

Met of zonder hoofdletter?
A
Pasen
B
pasen

Slide 11 - Quizvraag

Met of zonder hoofdletter?
A
koningin maxima
B
Koningin maxima
C
Koningin Maxima
D
koningin Maxima

Slide 12 - Quizvraag

Hoofdletters
A
Kerstmis
B
kerstmis

Slide 13 - Quizvraag

Met of zonder hoofdletter?
A
maandag
B
Maandag

Slide 14 - Quizvraag

Hoofdletters
Waar staan de hoofdletters goed?
A
dhr. van Leeuwen
B
Stef van Leeuwen
C
stef van Leeuwen
D
Stef Van leeuwen

Slide 15 - Quizvraag

Hoofdletters
Welke vorm is goed?
A
Arie van der Wal
B
Arie Van Der Wal

Slide 16 - Quizvraag

Een hoofdletter of niet?
Welke zin is correct?
A
's middags kregen we bezoek.
B
'S middags kregen we bezoek.
C
's Middags kregen we bezoek.

Slide 17 - Quizvraag

4. Welke spelling is goed? Let op de hoofdletter.
A
'S-Hertogenbosch is de hoofdstad van Noord-Brabant.
B
's-Hertogenbosch is de hoofdstad van Noord-Brabant.
C
'S-Hertogenbosch is de hoofdstad van Noord-Brabant.
D
's-hertogenbosch Is de hoofdstad van Noord-Brabant.

Slide 18 - Quizvraag

Hoofdletter of niet?
A
januari
B
Januari

Slide 19 - Quizvraag

Hoofdletter of niet?
A
zuid-Holland
B
Zuid-Holland

Slide 20 - Quizvraag

Slide 21 - Video

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak. 
onderwerp
lijdend vvw
ww gezegde
meewerkend vw
bijwoordelijke bepaling
Zin:
Hangjongeren
hebben
de burgemeester
veel problemen
bezorgd
afgelopen zomer.

Slide 22 - Sleepvraag

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
onderwerp
lijdend vvw
ww gezegde
meewerkend vw
bijwoordelijke bepaling
Zin:
De buurman 
wilde
gisteren
het vogelhuisje
in de boom
hangen.

Slide 23 - Sleepvraag

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
onderwerp
lijdend vvw
ww gezegde
meewerkend vw
bijwoordelijke bepaling
Zin:
De oude vrouw 
gaf 
natuurlijk
een fooi
aan de vriendelijke ober.

Slide 24 - Sleepvraag

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
Zin:
onderwerp
werkwoordelijk gezegde
lijdend
voorwerp
meewerkend
voorwerp
bijwoordelijke
bepaling
Ze
heeft
 dit jaar
een mooi cadeau 
voor haar vader
gemaakt.

Slide 25 - Sleepvraag

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
Zin:
onderwerp
werkwoordelijk
gezegde
lijdend voorwerp
meewerkend voorwerp
bijwoordelijke bepaling
Ze
feliciteerde
hem
met zijn verjaardag. 

Slide 26 - Sleepvraag

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
onderwerp
lijdend vvw
ww gezegde
meewerkend vw
bijwoordelijke bepaling
Zin:
De auto van mijn vader
is
afgelopen zomer
helaas
niet
goedkeurd.

Slide 27 - Sleepvraag

Sleep de zinsdelen naar het juiste vak.
onderwerp
lijdend vvw
ww gezegde
meewerkend vw
bijwoordelijke bepaling
Zin:
Morgen
gaat
het kleine meisje
bij haar oma
logeren.

Slide 28 - Sleepvraag

Doelen
  • Je weet hoe je de bijwoordelijke bepaling kunt vinden.
  • Je kunt de bijwoordelijke bepaling(en) vinden in een zin. 

Slide 31 - Tekstslide

Ik weet hoe ik de bijwoordelijke bepaling kan vinden.
A
ja
B
nee

Slide 32 - Quizvraag

Ik kan de bijwoordelijke bepaling(en) vinden in een zin.
A
ja
B
nee

Slide 33 - Quizvraag

Slide 34 - Video

Slide 35 - Video

Slide 36 - Video


Marco en ik wandelden de volgende dag met Julia door Rome.
Laat de volgende zin beginnen met een bijwoordelijke bepaling.

Slide 37 - Open vraag

Maak 5 verschillende zinnen door er telkens een BWB aan toe te voegen.
a. Als ons materiaal is getest. (BWB van wijze)
b. Als ons materiaal is getest. (BWB van tijd)
c. Als ons materiaal is getest. (BWB van plaats)
d. Als ons materiaal is getest. (BWB van reden)
e. Als ons materiaal is getest. (BWB van tijd en BWB van wijze

Slide 38 - Tekstslide

Oplossing(mogelijke antwoorden)  
 a. Al ons materiaal is zeer uitvoerig getest. 
 b. Vorige maand is al ons materiaal getest. 
 c. Al ons materiaal is in het laboratorium getest. 
 d. Al ons materiaal is voor de veiligheid getest. 
 e. Onlangs werd al ons materiaal op een zorgvuldige manier getest. 

Slide 39 - Tekstslide

Benoem het onderstreepte zinsdeel:

De snijdende wind blies ons om de oren.
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 40 - Quizvraag

Benoem het onderstreepte zinsdeel.

De wind blies ons snijdend om de oren.
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 41 - Quizvraag

Benoem het onderstreepte zinsdeel.

De bergweg steeg slingerend door de bergen omhoog. 
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 42 - Quizvraag

Benoem het onderstreepte zinsdeel.

De slingerende bergweg steeg door de bergen omhoog. 
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 43 - Quizvraag

Benoem het onderstreepte zinsdeel.

De geiten mekkerden op de omheinde plaats. 
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 44 - Quizvraag

Benoem het onderstreepte zinsdeel.

De geiten op de omheinde plaats mekkerden de hele nacht. 
A
bijwoordelijke bepaling
B
bijvoeglijke bepaling

Slide 45 - Quizvraag