Oudnederlandse Woorden Quiz

Oudnederlands Quiz

1 / 41
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsTaal+3Middelbare schoolMBOBasisschoolPraktijkonderwijsSpeciaal OnderwijsVoortgezet speciaal onderwijs

In deze les zitten 41 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Neem je leerlingen mee in de geschiedenis van de Nederlandse taal. Wat kunnen wij nog begrijpen van oude teksten, welke woorden bestaan nog steeds en zijn sommige 'vergeten' woorden niet veel mooier dan de huidige. Aan de hand van 5 quizrondes ervaren de leerlingen op interactieve manier het Oudnederlands. Voor wie dieper in de lesstof wil duiken, staan er wanneer van toepassing, notities met meer achtergrond informatie.

Onderdelen in deze les

Oudnederlands Quiz

Deze slide heeft geen instructies

Geschiedenis van de Nederlandse taal

De Nederlandse taal heeft een lange ontwikkeling doorgemaakt. Duizenden jaren geleden spraken de bewoners van onze streken een vroege Germaanse taal. Uit die taal is uiteindelijk het Nederlands ontstaan.

📜
📖
📚
📗

Oudnederlands (ca. 500–1150)

Middelnederlands (ca. 1150–1500)

Vroegnieuwnederlands (1500–1700)

Nieuwnederlands (1700–nu)

Deze slide heeft geen instructies

1

2

3

4

5

'Hier en vindt ghy menigh nutte spreucke' Gezegden

'In d'afgront der vergetelheyd ghesoncken' Vergeten woorden

'Liet uwer wille bij ouden oder niuwen?'

Liever Oud of Nieuw

'Draeyen der Letteren'

Anagram

'Van ouden woorden tot nye'

Rangschik de woorden van oud naar jong

Deze slide heeft geen instructies

Oude gezegden

Wat is hun boodschap?

Ronde 1

Deze slide heeft geen instructies

'Wie die windt saeyt,

sal storm oogsten.'

A

Wie zijn huis niet opruimt, leeft in steeds meer troep

B

Wie heel voor andere doet, krijgt veel dankbaarheid terug

C

Zorg je voor kleine problemen, dan krijg je grote gevolgen terug

D

Als je veel scheten laat, moet je ook in de stank zitten.

Het gezegde "Wie wind zaait, zal storm oogsten" komt uit de Bijbel, specifiek uit het Bijbelboek Hozea 8:7: 'Want zij hebben wind gezaaid, en zullen wervelwind oogsten'  

De uitspraak waarschuwt dat wie slecht gedrag vertoont of problemen veroorzaakt, te maken krijgt met ernstige en vaak grotere negatieve gevolgen.

Het is een uitspraak van algemene wijsheid die aangeeft dat acties (het zaaien) leiden tot onvermijdelijke en vaak overtrokken resultaten (het oogsten van een storm). 

Het is een van de vele Nederlandse spreekwoorden die hun oorsprong vinden in de Bijbel, maar ook in volkswijsheid en ervaringen uit handel, natuur en zeevaart. 

'Al is die leughen rasch en snel,
    de waerheyt onderhaeltse wel.'

A

De beslissing is genomen

B

Het spel is begonnen

C

Nu is het afgelopen

D

Het is kapot en niet meer te maken

'Al is die leughen rasch en snel, de waerheyt onderhaeltse wel.'

Het spreekwoord werd in de zeventiende eeuw populair, een periode waarin spreekwoorden en gezegden veel werden gemaakt en gebruikt. Ze waren populair omdat ze tot de verbeelding spraken en voor het volk goed te onthouden, wijze lessen waren.

Betekenis: Hoe slim je een leugen ook bedenkt, de waarheid komt altijd boven water. Dus liegen heeft geen zin, vroeger of later wordt de waarheid duidelijk.

Het idee dat de waarheid het wint van de leugens, zelfs als het lang duurt, is een wijsheid die in veel culturen en talen voorkomt, zij het met andere bewoordingen. 

Jacob Cats:
Het spreekwoord is afkomstig uit het werk van de Nederlandse dichter en politicus Jacob Cats, specifiek uit zijn "Spieghel van den ouden en nieuwen Tyt"

'Het es beter een vogel in die hant, dan thien in die locht.'

A

Weet wie je vijand is, dan hoef je je niet tegen iedereen te beschermen

B

Een zeker bezit is beter dan onzekere hoop op meer bezit

C

Beter één vriend heel goed kennen, dan veel vrienden een beetje kennen

D

Gevangen vogels poepen in hun kooi, vrije vogels poepen in je hele tuin

Het spreekwoord "Beter een vogel in de hand dan tien in de lucht" komt al voor in de 15e, 16e eeuw, maar het idee ervan is ouder. Het gaat terug naar de fabels van Aesopus en mogelijk zelfs in de Bijbel.
De wijsheid drukte uit dat een klein, zeker voordeel beter is dan een groot, onzeker potentieel. Het spreekwoord is gebaseerd op de jacht. Het was voor een jager makkelijker om één vogel te vangen (bijvoorbeeld met een net) dan om te proberen een hele groep vogels in de lucht te vangen.

In tijden van schaarste, vooral in de middeleeuwen, was het vangen van één vogel belangrijker voor het dagelijks menu dan het najagen van meerdere vogels. Die kunnen ontsnappen en dan heb je niets te eten.

Het idee dat een zeker bezit beter is dan een onzekere hoop op meer bezit is al duizenden jaren oud en is terug te vinden in de fabels van Aesopus, die al meer dan 2500 jaar verspreid worden. 

Oude Nederlandse teksten:

Ook in het Nederlands vinden we al vroeg varianten, zoals "Beter es een mussce in de hant dan twee up dhaghe" (Beter is een mus in de hand dan twee op het dak), uit de 15e eeuw. 

'De cost gaet voor den baet uyt.'

A

Als je hard gaat werken, moet je vooraf goed eten

B

Je moet eerst investeren, voor je winst kunt maken

C

Voor je je drankje kunt drinken, moet je het eerst betalen

D

Je moet goed luisteren om op de beat te kunnen dansen

De uitdrukking "De cost gaet voor den baet uyt" is een oud Nederlands spreekwoord en is niet toe te schrijven aan één specifieke persoon.

De spreuk komt uit de 17e eeuw en is een idee dat in de economie en het ondernemerschap veel gebruikt wordt.
Het betekent dat je eerst geld moet uitgeven of moeite moet doen voordat je er iets aan verdient.


'Een meedelydende Chyrurgyn maeckt stinckende wonden  '

A

Een dokter die zacht en voorzichtig werkt, geneest je sneller

B

Wie rustig blijft, voorkomt ruzies en moeilijkheden

C

Pak problemen goed en grondig aan, anders worden ze alleen maar erger

D

Mensen die altijd om medelijden vragen, kunnen niet voor zichzelf zorgen

De uitdrukking "De cost gaet voor den baet uyt" (of "De kost gaat voor de baat uit") is een oud Nederlands spreekwoord en is niet afkomstig van één specifieke persoon, maar uit de Gouden Eeuw, net als de tekst op de gevel van de Beurs van Berlage. De uitdrukking betekent dat men eerst kosten moet maken om er later voordeel van te hebben, en het is een principe dat in de economie en het ondernemerschap wordt gebruikt. 

Betekenis van het spreekwoord 

De uitdrukking beschrijft de economische realiteit dat investeringen of kosten voorafgaan aan de verwachte winst of opbrengst.

Je moet eerst geld uitgeven of moeite doen voordat je er iets aan verdient.

Oorsprong 

Het spreekwoord is heel oud en dateert uit de periode van de Gouden Eeuw in Nederland.

Het is een uitdrukking die op de gevel van het beroemde gebouw de Beurs van Berlage in Amsterdam prijkt.

De spreuk raakt aan het hart van het ondernemerschap: eerst komt de investering, dan de opbrengst.

Vergeten woorden

Wat is hun betekenis?

Ronde 2

Deze slide heeft geen instructies

Welk woord hoort bij de omschrijving?

1. Kattenkwaad of licht crimineel gedrag = Marotterij

  1. Sigaret of sigaar = Saffiaantje

  2. Een kwajongensachtig meisje = Gamine

  3. Verdrietig = Jammermoedig

  4. Baard op de bovenlip, snor = Knevel

Marotterij
Saffiaantje
Gamine
Jammermoedig
Knevel

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een...

'Abacus'

A

Een telraam, gebruikt in lagere klassen om te leren rekenen

B

Een staand wasbord, zodat je niet hoefde te bukken bij het wassen

C

Een wastobbe met vies water

D

Een slagersmes voor het uitbenen van het slachtvlees

De uitdrukking "De cost gaet voor den baet uyt" (of "De kost gaat voor de baat uit") is een oud Nederlands spreekwoord en is niet afkomstig van één specifieke persoon, maar uit de Gouden Eeuw, net als de tekst op de gevel van de Beurs van Berlage. De uitdrukking betekent dat men eerst kosten moet maken om er later voordeel van te hebben, en het is een principe dat in de economie en het ondernemerschap wordt gebruikt. 

Betekenis van het spreekwoord 

De uitdrukking beschrijft de economische realiteit dat investeringen of kosten voorafgaan aan de verwachte winst of opbrengst.

Je moet eerst geld uitgeven of moeite doen voordat je er iets aan verdient.

Oorsprong 

Het spreekwoord is heel oud en dateert uit de periode van de Gouden Eeuw in Nederland.

Het is een uitdrukking die op de gevel van het beroemde gebouw de Beurs van Berlage in Amsterdam prijkt.

De spreuk raakt aan het hart van het ondernemerschap: eerst komt de investering, dan de opbrengst.

Welk woord hoort bij de omschrijving?

1. Onmiddellijk, zonder discussie = Peremptoir

  1. Internaat, kostschool = Pensionaat

  2. Een opgave die een leerling moet overschrijven = Dictaat

  3. Iets wat medelijden of afkeuring oproept = Lamentabel

  4. Een zwak of ziekelijk persoon, vooral een kind = Fameliek

Peremptoir
Pensionaat
Dictaat
Lamentabel
Fameliek

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een...

'Klasprent'

A

Een ouderwetse klassenfoto

B

Een afbeelding om de les te verduidelijken

C

De plattegrond van de klas

D

Een rapport

De uitdrukking "De cost gaet voor den baet uyt" (of "De kost gaat voor de baat uit") is een oud Nederlands spreekwoord en is niet afkomstig van één specifieke persoon, maar uit de Gouden Eeuw, net als de tekst op de gevel van de Beurs van Berlage. De uitdrukking betekent dat men eerst kosten moet maken om er later voordeel van te hebben, en het is een principe dat in de economie en het ondernemerschap wordt gebruikt. 

Betekenis van het spreekwoord 

De uitdrukking beschrijft de economische realiteit dat investeringen of kosten voorafgaan aan de verwachte winst of opbrengst.

Je moet eerst geld uitgeven of moeite doen voordat je er iets aan verdient.

Oorsprong 

Het spreekwoord is heel oud en dateert uit de periode van de Gouden Eeuw in Nederland.

Het is een uitdrukking die op de gevel van het beroemde gebouw de Beurs van Berlage in Amsterdam prijkt.

De spreuk raakt aan het hart van het ondernemerschap: eerst komt de investering, dan de opbrengst.

Welk woord hoort bij de omschrijving?

1. Moedig = Kloek

  1. Treuzelen, langzaam werken = Slabakken

  2. Snel lopen, vaak met haastige indruk = IJlebenen

  3. Plaats waar schandalen of roddels worden besproken = Schendekeuken

  4. Een chagrijnig of nors persoon = Zuurmuil

Kloek
Slabakken
IJlebenen
Schendekeuken
Zuurmuil

Deze slide heeft geen instructies

Liever Oud of Nieuw?

Welk woord heeft jouw voorkeur?

Ronde 3

Deze slide heeft geen instructies

Kies jij voor Oudnederlands of Modern?

1

Oudnederlands - Gekkepeer

2

Modern - Onzin, geintje

Deze slide heeft geen instructies

Kies jij voor OudNederlands of Modern?

1

Oudnederlands - Ganselachen

2

Modern - Hard lachen

Deze slide heeft geen instructies

Kies jij voor Oudnederlands of Modern?

1

Oudnederlands - Schalks

2

Modern - Ondeugend

Deze slide heeft geen instructies

Kies jij voor Oudnederlands of Modern?

1

Oudnederlands - Minnebrief

2

Modern - Liefdesbrief

Deze slide heeft geen instructies

Kies jij voor Oudnederlands of Modern?

1

Oudnederlands - Liefkenswaardig

2

Modern - Aardig, schattig

Deze slide heeft geen instructies

Anagram

Maak van de letters het juiste

Oudnederlandse woord

Ronde 4

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij het juiste woord maken?

Betekenis: Rijk persoon, miljonair

D

R

E

T

G

O

B

A

1

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij het juiste woord maken?

Betekenis: Slecht volk

S

I

U

S

P

E

G

1

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij het juiste woord maken?

Betekenis: Gezicht, uitdrukking

N

T

R

O

E

I

1

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij het juiste woord maken?

Betekenis: Brutale jongen

E

G

L

L

V

E

1

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Kan jij het juiste woord maken?

Betekenis: Geest, ondeugend wezentje

O

B

L

D

K

O

1

minute

00

second

Deze slide heeft geen instructies

Oud naar nieuw

Rangschik de woorden,

van oud naar jong.

Ronde 5

Deze slide heeft geen instructies

Rangschik de woorden van oud naar nieuw.

1

Vader

2

Broeder

3

Gezin

4

Moeder

5

Kind

Thema: Familie

Begin bij 1 met het oudste woord.

🔸 Vuur
Prehistorie 2000 v.Chr.), een oerwoord dat al duizenden jaren in onze taal zit; basis voor overleven.

🔸 Straat
Oudheid (0–500), van Latijn strata (via) = geplaveide weg. Ingevoerd met de Romeinse wegen; tot vandaag nog in gebruik.

🔸 Kerk
Vroege middeleeuwen (500–1000), Oudnederlands kirika, uit Grieks kyriakón = "huis van de Heer". Verspreid met de kerstening van de Lage Landen.

🔸 Stad
Late middeleeuwen (1000–1500)

Middelnederlands stat, nederzetting met stadsrechten. Belangrijk tijdens de opkomst van handel en steden.

🔸 Handel
Gouden Eeuw (1600–1700), Middelnederlands handel, maar in de 17e eeuw hét kernwoord door de VOC en wereldhandel.

Familie

  1. Moeder

  2. Vader

  3. Kind

  4. Broeder

  5. Gezin


– Oudnederlands muoder (6e eeuw, Proto-Germaans mōdēr).

– Oudnederlands fadar (6e eeuw, Proto-Germaans fadēr).

– Oudnederlands kind (7e eeuw).

– Oudnederlands bruoder (8e eeuw).

– Opgekomen in de 17e eeuw (van Middelnederlands gesin).

Deze slide heeft geen instructies

Rangschik de woorden van oud naar nieuw..

1

Dorp

2

Kasteel

3

Appartement

4

Huis

5

Stad

Thema: Wonen

🔸 Vuur
Prehistorie 2000 v.Chr.), een oerwoord dat al duizenden jaren in onze taal zit; basis voor overleven.

🔸 Straat
Oudheid (0–500), van Latijn strata (via) = geplaveide weg. Ingevoerd met de Romeinse wegen; tot vandaag nog in gebruik.

🔸 Kerk
Vroege middeleeuwen (500–1000), Oudnederlands kirika, uit Grieks kyriakón = "huis van de Heer". Verspreid met de kerstening van de Lage Landen.

🔸 Stad
Late middeleeuwen (1000–1500)

Middelnederlands stat, nederzetting met stadsrechten. Belangrijk tijdens de opkomst van handel en steden.

🔸 Handel
Gouden Eeuw (1600–1700), Middelnederlands handel, maar in de 17e eeuw hét kernwoord door de VOC en wereldhandel.

Wonen

  1. Huis

  2. Dorp

  3. Stad

  4. Kasteel

  5. Appartement


– Oudnederlands hūs (6e–7e eeuw).

– Oudnederlands thorp (9e eeuw, “nederzetting”).

– Middelnederlands stat (11e–12e eeuw, plaats met

stadsrechten).

– vanaf de 13e eeuw in het Nederlands (uit Frans castel).

– 19e eeuw (uit Frans appartement).

Deze slide heeft geen instructies

Rangschik de woorden van oud naar nieuw.

1

Heer

2

Republiek

3

Democratie

4

Koning

5

Rijk

Thema: Bestuur

🔸 Vuur
Prehistorie 2000 v.Chr.), een oerwoord dat al duizenden jaren in onze taal zit; basis voor overleven.

🔸 Straat
Oudheid (0–500), van Latijn strata (via) = geplaveide weg. Ingevoerd met de Romeinse wegen; tot vandaag nog in gebruik.

🔸 Kerk
Vroege middeleeuwen (500–1000), Oudnederlands kirika, uit Grieks kyriakón = "huis van de Heer". Verspreid met de kerstening van de Lage Landen.

🔸 Stad
Late middeleeuwen (1000–1500)

Middelnederlands stat, nederzetting met stadsrechten. Belangrijk tijdens de opkomst van handel en steden.

🔸 Handel
Gouden Eeuw (1600–1700), Middelnederlands handel, maar in de 17e eeuw hét kernwoord door de VOC en wereldhandel.

Bestuur

  1. Koning

  2. Heer

  3. Rijk

  4. Republiek

  5. Democatie


– Oudnederlands kuning / Middelnederlands coninc (10e

eeuw, Germaans kuningaz).

– Middelnederlands here (12e eeuw, edelman/meester).

– Middelnederlands rîc (13e eeuw, gebied).

– 16e eeuw, populair tijdens de Republiek der Zeven
Verenigde Nederlanden.

– 18e eeuw (via Frans démocratie, tijdens de Verlichting).

Deze slide heeft geen instructies

Rangschik de woorden van oud naar nieuw.

1

Schip

2

Trein 

3

Auto

4

Wagen

5

Koets

Thema: Vervoer

🔸 Vuur
Prehistorie 2000 v.Chr.), een oerwoord dat al duizenden jaren in onze taal zit; basis voor overleven.

🔸 Straat
Oudheid (0–500), van Latijn strata (via) = geplaveide weg. Ingevoerd met de Romeinse wegen; tot vandaag nog in gebruik.

🔸 Kerk
Vroege middeleeuwen (500–1000), Oudnederlands kirika, uit Grieks kyriakón = "huis van de Heer". Verspreid met de kerstening van de Lage Landen.

🔸 Stad
Late middeleeuwen (1000–1500)

Middelnederlands stat, nederzetting met stadsrechten. Belangrijk tijdens de opkomst van handel en steden.

🔸 Handel
Gouden Eeuw (1600–1700), Middelnederlands handel, maar in de 17e eeuw hét kernwoord door de VOC en wereldhandel.

Vervoer

  1. Wagen

  2. Schip

  3. Koets

  4. Trein

  5. Auto


– Oudnederlands wagan (8e eeuw).

– Oudnederlands scip (9e eeuw).

– 15e eeuw (Oorspronkelijk uit Hongarije, via Frans coche).

– 19e eeuw, industrialisatie.

– 20e eeuw.

Deze slide heeft geen instructies

Rangschik de woorden van oud naar nieuw.

1

Harp

2

Viool

3

Piano

4

Lied

5

Trompet

Thema: Muziek

🔸 Vuur
Prehistorie 2000 v.Chr.), een oerwoord dat al duizenden jaren in onze taal zit; basis voor overleven.

🔸 Straat
Oudheid (0–500), van Latijn strata (via) = geplaveide weg. Ingevoerd met de Romeinse wegen; tot vandaag nog in gebruik.

🔸 Kerk
Vroege middeleeuwen (500–1000), Oudnederlands kirika, uit Grieks kyriakón = "huis van de Heer". Verspreid met de kerstening van de Lage Landen.

🔸 Stad
Late middeleeuwen (1000–1500)

Middelnederlands stat, nederzetting met stadsrechten. Belangrijk tijdens de opkomst van handel en steden.

🔸 Handel
Gouden Eeuw (1600–1700), Middelnederlands handel, maar in de 17e eeuw hét kernwoord door de VOC en wereldhandel.

Muziek

  1. Lied

  2. Harp

  3. Trompet

  4. Viool

  5. Piano


– Oudnederlands liod (9e eeuw, 'gezang').

– Oudnederlands harpa (10e eeuw).

– Via Oudfrans trompette, in het Nederlands vanaf de 14e eeuw).

– Uit Italiaans viola, 16e eeuw (Renaissance).

– Uit Italiaans pianoforte, eind 18e eeuw.

Deze slide heeft geen instructies

Hoe wel ghinc u dit vraeghe-spel?

Deze slide heeft geen instructies

“Seggē thes in ald Nederlantsc.”

Zeg in het Oudnederlands wat je van deze quiz hebt geleerd?

Deze slide heeft geen instructies

Ga naar Quiz!

Hét LessonUp kanaal met alleen

maar kant-en-klare quizzen!

Deze slide heeft geen instructies