Argumentatieschema's (Nederlands havo), les 3: Terugblik quiz

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · SCHEMA'S

Quiz

Terugblik: Argumentatieschema's

1 / 15
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNederlandsMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 15 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblik met elf vragen over alle zes de schema's, met een korte leestekst. Geschikt als afsluiting of herhaling.

Onderdelen in deze les

Een lezer met een krant aan zee, Tarquinia Lido (Italië), 2007

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · SCHEMA'S

Quiz

Terugblik: Argumentatieschema's

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Roberto Ferrari / Wikimedia Commons, CC BY-SA 2.0

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Dit is een gezellige stad, want er zijn veel terrasjes en de straten zijn autovrij.

A

kenmerk of eigenschap

B

oorzaak en gevolg

C

vergelijking

D

autoriteit

De terrasjes en autovrije straten zijn kenmerken van de stad. Daarmee wordt een standpunt over een andere eigenschap onderbouwd (gezellig). Verwachte fout: oorzaak en gevolg, omdat er 'want' staat.

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Een bijbaantje nemen is een goed idee: je verdient zakgeld en leert werken.

A

oorzaak en gevolg

B

voorbeelden

C

voor- en nadelen

D

autoriteit

Het standpunt is een advies (een goed idee). De argumenten noemen voordelen van de actie. Verwachte fout: oorzaak en gevolg, door te kijken naar wat het bijbaantje oplevert.

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Hoogleraar Bram Oostveen van de Universiteit Noordhaven stelt dat teamsport het zelfvertrouwen vergroot. Laat je kind dus op voetbal.

A

kenmerk of eigenschap

B

autoriteit

C

voor- en nadelen

D

vergelijking

De schrijver beroept zich op een deskundige, de hoogleraar. Hoogleraar en universiteit zijn verzonnen. Verwachte fout: voor- en nadelen, omdat er een advies volgt.

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Er zijn dit jaar veel fietsen gestolen, dus de stalling wordt niet goed bewaakt.

A

voorbeelden

B

kenmerk of eigenschap

C

vergelijking

D

oorzaak en gevolg

Het gevolg (veel gestolen fietsen) onderbouwt een oorzaak (slechte bewaking). Verwachte fout: voorbeelden, omdat er gestolen fietsen worden genoemd.

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Een restaurant laat gasten niet wachten zonder uitleg. Dan mag een webwinkel klanten ook niet laten wachten zonder bericht.

A

voorbeelden

B

autoriteit

C

oorzaak en gevolg

D

vergelijking

Een restaurant en een webwinkel zijn twee situaties. Wat in de ene gepast is, geldt volgens de schrijver ook in de andere. Verwachte fout: voorbeelden, omdat er twee situaties worden genoemd.

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Steeds meer winkels gaan online: de boekhandel, de sportzaak en de kledingwinkel in onze straat sloten dit jaar.

A

vergelijking

B

voorbeelden

C

kenmerk of eigenschap

D

voor- en nadelen

Drie winkels worden genoemd om aannemelijk te maken dat steeds meer winkels online gaan. Dat is een algemene bewering onderbouwd met voorbeelden. Verwachte fout: vergelijking.

Welk schema gebruikt de schrijver hier?

Er staat een zware storm op komst, dus de wedstrijd van zaterdag wordt vast afgelast.

A

voor- en nadelen

B

autoriteit

C

oorzaak en gevolg

D

kenmerk of eigenschap

De oorzaak (een zware storm) onderbouwt een gevolg (de wedstrijd wordt afgelast). Het standpunt gaat over wat waarschijnlijk gebeurt, niet over wat gewenst is. Verwachte fout: voor- en nadelen.

Welke term is geen argumentatieschema?

A

tegenargument

B

voor- en nadelen

C

voorbeelden

D

vergelijking

Een tegenargument probeert een standpunt te weerleggen. Het is geen schema, het geeft geen aard van het verband aan. De andere drie staan op de lijst van zes schema's.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · SCHEMA'S

Tekst 6: Kleinere klassen

(1) Scholen zouden de klassen kleiner moeten maken. In een kleine klas krijgt elke leerling meer aandacht van de docent, en dat zorgt voor betere resultaten. Daar staat tegenover dat er meer docenten nodig zijn.

(2) Onderwijskundige Karin Dalhuis, verbonden aan een universiteit, zegt dat leerlingen in kleine groepen sneller vragen durven te stellen.

(3) Een zwemleraar geeft ook alleen les aan een kleine groep, anders ziet de leraar niet wie moeite heeft. Dat geldt ook voor een docent met een klas.

Eigen tekst voor Examenstof

Korte bron bij drie quizvragen. Alinea 1 gebruikt voor- en nadelen, alinea 2 autoriteit, alinea 3 vergelijking. De onderwijskundige is verzonnen.

Welk schema gebruikt de schrijver in alinea 2?

Onderwijskundige Karin Dalhuis zegt dat leerlingen in kleine groepen sneller vragen durven te stellen.

A

kenmerk of eigenschap

B

autoriteit

C

voorbeelden

D

oorzaak en gevolg

De schrijver beroept zich op een onderwijskundige. Verwachte fout: kenmerk of eigenschap, omdat er iets over leerlingen in kleine groepen wordt gezegd.

Welk schema gebruikt de schrijver in alinea 3?

Een zwemleraar geeft ook alleen les aan een kleine groep. Dat geldt ook voor een docent met een klas.

A

voor- en nadelen

B

voorbeelden

C

autoriteit

D

vergelijking

Een zwemles en een klas zijn twee situaties. Wat bij zwemles gepast is (kleine groep), geldt volgens de schrijver ook voor de klas. Verwachte fout: voorbeelden, omdat er een zwemleraar wordt genoemd.

Welk schema gebruikt alinea 1? Leg kort uit.

Modelantwoord (2 punten): voor- en nadelen (1 punt). Uitleg: het standpunt is een voorstel (klassen kleiner maken) en het argument noemt een voordeel, meer aandacht en betere resultaten, en een nadeel, meer docenten (1 punt). Verwachte fout: oorzaak en gevolg noemen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF NEDERLANDS · ARGUMENTATIE · SCHEMA'S

Goed gedaan!

Je kunt nu de zes argumentatieschema's herkennen. Zoek bij elke tekst eerst het standpunt en vraag dan wat het argument daarover zegt.

Deze slide heeft geen instructies