Thema 4 - Trappen van vergelijking

Trappen van vergelijking
1 / 23
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2ISK

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 75 min

Onderdelen in deze les

Trappen van vergelijking

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LESDOEL

Wat gaan we vandaag doen:
* We gaan oefenen met de trappen van vergelijking
* Aan het einde van de les weten jullie welke trappen van        vergelijking er zijn.

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TRAPPEN VAN VERGELIJKING
Mensen, dieren en dingen vergelijken


Stellende trap = woord: groot
Vergrotende trap: groter
Overtreffende trap: grootst

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies


Als je mensen of dingen wilt vergelijken zet je meestal -ER achter het woord. 

Dit heet de vergrotende trap (2e trap)

klein - kleiner
dik - dikker


Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies



Maar let op!

Is de laatste letter een R? Dan komt er - DER achter

Lekker - Lekkerder
Duur - duurder
Zuur - Zuurder

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

VERGROTENDE TRAP - ER
Gebruik je altijd DAN

beter dan 
mooier dan
rijker dan 
kleiner dan
chagrijniger dan

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

OVERTREFFENDE TRAP (3e)
Je gebruikt HET + ST
het leukst 
het slimst 
 het gekst 
________________________________________________________________
Je gebruikt DE + STE
de leukste | de slimste | de gekste 

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Sommige woorden zijn anders!
deze moet je uit je hoofd leren....


graag - liever - het liefst
goed - beter -  het best
veel - meer -  het meest
weinig - minder -  het minst

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Er zijn drie trappen van vergelijking: de stellende trap (het woord), de vergrotende trap en de overtreffende trap.


A
Juist
B
Onjuist

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de overtreffende trap (3e) van 'snel'?
A
sneller
B
snelst
C
snelste

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
slimmer - slim - slimst
B
slim - slimst - slimmer
C
slimst - slim - slimmer
D
slim - slimmer - slimst

Slide 11 - Quizvraag

Antwoord D: slim - slimmer - slimst.

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
kleiner - kleinst - klein
B
klein - kleinst - kleiner
C
klein - kleiner - kleinst
D
kleinst - kleiner - klein

Slide 12 - Quizvraag

Antwoord C: klein - kleiner - kleinst.

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
hoog, hoogst, hoger
B
hoog, hoger, hoogst
C
hoogst, hoger, hoog
D
hoger, hoog, hoost

Slide 13 - Quizvraag

Antwoord B: hoog, hoger, hoogst.

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
sterker - sterkst - sterk
B
sterk - sterker - sterkst
C
sterkst - sterker - sterk
D
sterkst - sterk - sterker

Slide 14 - Quizvraag

Antwoord B: sterk - sterker - sterkst.

Wat is de juiste volgorde
bij deze trap van vergelijking?
A
graag - liever - het liefst
B
graag - grager - graagst

Slide 15 - Quizvraag

Antwoord B: sterk - sterker - sterkst.
Kies de verkeerd trap van vergelijking uit. Welke is fout!
A
Goed-beter-best
B
zwaar-zwaarder-zwaarst
C
mooi-mooier-mooist
D
licht-lichter-fel

Slide 16 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een trap van vergelijking?
A
groot-klein Zwaar -licht
B
Mooi-mooier-mooist
C
Ten eerste, ten tweede, ten derde
D
maar, echter, desondanks, hoewel

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een trap van vergelijking?
A
veel - meer - meest
B
veel - veeler - veelst

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een goede trap van vergelijking?
A
lang, langer, langst
B
langst, langer, lang
C
lang, langst, langer
D
langer, lang, langst

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke trap van vergelijking is correct?
A
goed-beter-best
B
goed - best - meest goed
C
goed-goeder-goedst
D
goed - beter - meest beter

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Goed opgelet....
Nu jullie ;)

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Kies een woord.
Zet daarachter de vergrotende (1e trap)
voorbeeld: goed - beter

Slide 22 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 23 - Link

Deze slide heeft geen instructies