Herhaling voltooide tijd

De voltooide tijd 
                                                                       21-1-2026 

Grammatica: Herhaling de voltooide tijd.   (LessonUp)
Spreekoefening: Samen praten. Gebruik de voltooide tijd.
Luisteroefening: Thema 4

Werken uit het boek





1 / 19
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsISK

In deze les zitten 19 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 10 min

Onderdelen in deze les

De voltooide tijd 
                                                                       21-1-2026 

Grammatica: Herhaling de voltooide tijd.   (LessonUp)
Spreekoefening: Samen praten. Gebruik de voltooide tijd.
Luisteroefening: Thema 4

Werken uit het boek





Slide 1 - Tekstslide

Beantwoord de vraag.

Vind je het terecht dat kinderen huiswerk krijgen? Vertel ook waarom.

Slide 2 - Open vraag

Wat heb je onthouden van de voltooide tijd?

Slide 3 - Open vraag

-t

Slide 4 - Tekstslide

Hebben jullie het  begrepen?




Wie wil 'T KOFSCHIP aan de groep uitleggen?

Slide 5 - Tekstslide

Let op!
Werkwoorden met een 'z ' of een 'v' 
maak je anders:

  • reizen - gereisd
  • leven - geleefd


Slide 6 - Tekstslide

poetsen
luisteren
Voltooid deelwoord met t
('t kofschip )
Voltooid deelwoord met d
groeten
rennen
horen
vragen
wandelen
maken
fietsen
pakken
tekenen
leren

Slide 7 - Sleepvraag

Wat is het voltooid deelwoord van horen?

Slide 8 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van ruilen?

Slide 9 - Open vraag

Wat is het voltooid deelwoord van koken.

Slide 10 - Open vraag

Wanneer gebruik je in de voltooide tijd
'hebben' en wanneer 'zijn'?

Slide 11 - Open vraag

Ik .... gisteren naar de dokter geweest.
A
heb
B
ben

Slide 12 - Quizvraag

De cursisten .... koffie gedronken.
A
hebben
B
zijn

Slide 13 - Quizvraag

Martha .... vandaag naar school gegaan.
A
heeft
B
is

Slide 14 - Quizvraag

Vul de woorden in en gebruik de voltooide tijd:

Wij ..... over ons werk ..... (praten)

Slide 15 - Open vraag

Vul de woorden in en gebruik de voltooide tijd:

Ik ..... zaterdag de hele dag ..... (werken)

Slide 16 - Open vraag

Vul de woorden in en gebruik de voltooide tijd:

Wat ..... Simon .....? (zeggen)

Slide 17 - Open vraag

Wat wil je nu nog oefenen in de voltooide tijd?

Slide 18 - Open vraag

Ik begrijp de les.
😒🙁😐🙂😃

Slide 19 - Poll