3.6 invloed van sociaal media

3.6 invloed van sociaal media
1 / 12
volgende
Slide 1: Tekstslide
LOBMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 90 min

Onderdelen in deze les

3.6 invloed van sociaal media

Slide 1 - Tekstslide

Wat is sociaal media

Slide 2 - Open vraag

Welke sociaal media platforms zijn er?

Slide 3 - Open vraag

Gedrag & professioneel Imago 
Sociaal media worden vaak gebruikt om persoonlijke dingen te delen, zonder besef van impact op de toekomstig werk. 
werkgevers (zoals de gemeente of politie) 

screenen sollicitanten online

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeeld: 
Een HTV-student post een filmpje op TikTok waarin hij in uniform een dansje doet op een politiebureau. Het lijkt onschuldig, maar wordt gezien als ongepast door zijn stagebegeleider. De stage wordt beëindigd.

Slide 5 - Tekstslide

Link met beroepshouding
Integriteit en neutraliteit worden geschonden als studenten bijvoorbeeld racistische memes delen of politiek stelling nemen. 
Je bent niet alleen handhaver tijdens je dienst, je representeert het vaak ook daarbuiten., 

Slide 6 - Tekstslide

Sociale media invloed
Altijd bereikbaar zijn (WhatsApp, Instagram DM’s).

Negatieve reacties na incidenten (denk aan BOA’s die worden uitgelachen of bedreigd).

Vergelijken met anderen: “Waarom is hij al aangenomen en ik niet?”

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Video

Gevaar van Online pesten
  • Het kan 24/7 plaatsvinden, omdat internet altijd toegankelijk is
  • Het kan groot publiek bereiken, 
  • De pestkop kan vaak anoniem blijven, wat het moeilijk maakt om te stoppen

Slide 9 - Tekstslide

Alles wat je online zet is voor altijd. Ook al verwijder je het

Slide 10 - Tekstslide

Nederlands Jeugdinstituut (NJi, 2023):

1 op de 4 jongeren zegt zich minder tevreden te voelen over hun eigen uiterlijk na het scrollen op sociale media.

Slide 11 - Tekstslide

Zelfbeeld & sociale vergelijking
Universiteit van Amsterdam (2020):

Jongeren die dagelijks Instagram en TikTok gebruiken vergelijken zich gemiddeld 3 tot 5 keer per dag met anderen.

Dit leidt bij 60% tot een negatiever zelfbeeld.

Slide 12 - Tekstslide