Leesvaardigheid les 3 extra: Signaalwoorden en verbanden

Maandag/woensdag 7-9 december - G2
Herhaling signaalwoorden en verbanden
Aan de slag!

1 / 29
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 29 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Maandag/woensdag 7-9 december - G2
Herhaling signaalwoorden en verbanden
Aan de slag!

Slide 1 - Tekstslide

Signaalwoorden Blok 3 (blz. 156)
  • uitspraak-opsomming
ook, verder, bovendien, nog, daarnaast, niet alleen...maar ook, ten eerste, ten tweede, ten derde
  • uitspraak-tegenstelling
maar, daarentegen, echter, integendeel, enerzijds...anderzijds, daar staat tegenover
  • uitspraak-voorbeeld
bijvoorbeeld, als voorbeeld, zoals, zo

Slide 2 - Tekstslide

Signaalwoorden en verbanden
1. Zoek het signaalwoord: "Verder zeg ik liever niet veel meer over de oude situatie, omdat ik de rest van het verhaal voor mijn eigen documentaire bewaar. Hoe dat er precies uit komt te zien en waar het te zien zal zijn, weten we nog niet, maar we hebben er wel ideeën over." De artiest laat nog wel weten dat ze in de oude situatie "nauwelijks inspraak had" in de dingen die ze deed. VERDER
MAAR
2. Welk verband hoort er bij dit signaalwoord? UITSPRAAK - OPSOMMING
                                                                                                 UITSPRAAK - TEGENSTELLING

3. Noteer de delen van dit verband.
Uitspraak = Daarin wil ze onder meer de situatie rondom de breuk met haar eerste management toelichten.
Opsomming = Ik zeg liever niet veel meer over de oude situatie.

Uitspraak = We weten nog niet hoe dat er precies uit komt te zien en waar het te zien zal zijn.
Tegenstelling = We hebben er ideeën over.

Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Aan de slag!
  • Ga naar Studiewijzers
  • Download de tekst 'Leesvaardigheid van Nederlandse jongeren daalt steeds harder'
  • Lees de tekst en maak de vragen op de volgende slides

Slide 5 - Tekstslide

"De leesvaardigheid van Nederlandse jongeren daalt steeds harder, zeker in vergelijking met andere landen. Dat blijkt uit Pisa, een wereldwijd onderzoek naar de leerprestaties van vijftienjarigen dat elke drie jaar wordt uitgevoerd.|

Waar verwijst het woord 'Dat' naar?

Slide 6 - Open vraag

"Nederland staat als het gaat om leerprestaties in de middenmoot. De leesvaardigheid van Nederlandse tieners blijkt echter flink te zijn gedaald, tot onder het gemiddelde niveau in vergelijkbare landen."

Noteer het signaalwoord.

Slide 7 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
uitspraak-voorbeeld
B
uitspraak-opsomming
C
uitspraak-tegenstelling

Slide 8 - Quizvraag

"Nederland staat als het gaat om leerprestaties in de middenmoot. De leesvaardigheid van Nederlandse tieners blijkt echter flink te zijn gedaald, tot onder het gemiddelde niveau in vergelijkbare landen."

Noteer de delen van het verband.

Slide 9 - Open vraag

"De Pisa-test verdeelt jongeren in zes vaardigheidsniveaus. Een kwart van de Nederlandse jongeren haalt niveau 2 niet, het niveau waarmee iemand volgens de onderzoekers de taal genoeg beheerst om actief deel te kunnen nemen aan de moderne kennissamenleving."

Noteer het signaalwoord.

Slide 10 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
middel-doel
B
uitspraak-opsomming
C
uitspraak-tegenstelling
D
oorzaak-gevolg

Slide 11 - Quizvraag

"De Pisa-test verdeelt jongeren in zes vaardigheidsniveaus. Een kwart van de Nederlandse jongeren haalt niveau 2 niet, het niveau waarmee iemand volgens de onderzoekers de taal genoeg beheerst om actief deel te kunnen nemen aan de moderne kennissamenleving."

Noteer de delen van het verband

Slide 12 - Open vraag

"Opvallend is dat het leesplezier van vijftienjarigen in Nederland opvallend veel lager is dan in andere landen. 60 procent van de Nederlandse ondervraagden zegt alleen te lezen als het echt moet, bijvoorbeeld om informatie te vinden. Bijna de helft noemt lezen zelfs tijdverspilling. Slechts een op de vijf tieners vindt lezen een hobby."

Noteer het signaalwoord.

Slide 13 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
middel-doel
B
uitspraak-opsomming
C
uitspraak-tegenstelling
D
uitspraak-voorbeeld

Slide 14 - Quizvraag

"Opvallend is dat het leesplezier van vijftienjarigen in Nederland opvallend veel lager is dan in andere landen. 60 procent van de Nederlandse ondervraagden zegt alleen te lezen als het echt moet, bijvoorbeeld om informatie te vinden. Bijna de helft noemt lezen zelfs tijdverspilling. Slechts een op de vijf tieners vindt lezen een hobby."

Noteer de delen van het verband

Slide 15 - Open vraag

"Over het algemeen hebben meisjes meer plezier in het lezen dan jongens en zij zijn er ook beter in. Dit geldt overigens niet alleen voor leesvaardigheid; ook op het gebied van wiskunde en natuurwetenschappen hebben de meisjes de jongens inmiddels ingehaald."

Waar verwijst het woord 'Dit' naar?

Slide 16 - Open vraag

"Over het algemeen hebben meisjes meer plezier in het lezen dan jongens en zij zijn er ook beter in."

Welke twee signaalwoorden voor een uitspraak-opsomming zie je hier?

Slide 17 - Open vraag

Het Pisa-onderzoek vergelijkt heel bewust leeftijdgenoten en geen klasgenoten, omdat de schoolsystemen over de hele wereld lastiger te vergelijken zijn.

Noteer het signaalwoord.

Slide 18 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
middel-doel
B
uitspraak-reden
C
uitspraak-vergelijking
D
uitspraak-voorwaarde

Slide 19 - Quizvraag

Het Pisa-onderzoek vergelijkt heel bewust leeftijdgenoten en geen klasgenoten, omdat de schoolsystemen over de hele wereld lastiger te vergelijken zijn.

Noteer de delen van het verband.

Slide 20 - Open vraag

"AOB-bestuurder Henrik de Moel noemt de resultaten "zeer zorgwekkend". "Het is een schande dat wij er in een rijk land als Nederland niet in slagen om ons onderwijs op peil te houden." Hij merkt op dat vooral de achterstand van kinderen met een migratieachtergrond in Nederland opvalt."

Noteer het signaalwoord.

Slide 21 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
middel-doel
B
uitspraak-reden
C
uitspraak-vergelijking
D
uitspraak-voorwaarde

Slide 22 - Quizvraag

De onderwijsbond beklemtoont dat het steeds moeilijker wordt om goede docenten te vinden, zeker voor het vak Nederlands. "Ook hier zullen de problemen toenemen, gezien de dalende interesse voor lerarenopleidingen en voor de studie Nederlands op universiteiten", waarschuwt De Moel.

Noteer het signaalwoord.

Slide 23 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
middel-doel
B
uitspraak-opsomming
C
uitspraak-vergelijking
D
uitspraak-voorwaarde

Slide 24 - Quizvraag

De onderwijsbond beklemtoont dat het steeds moeilijker wordt om goede docenten te vinden, zeker voor het vak Nederlands. "Ook hier zullen de problemen toenemen, gezien de dalende interesse voor lerarenopleidingen en voor de studie Nederlands op universiteiten", waarschuwt De Moel.

Noteer de delen van het verband.

Slide 25 - Open vraag

De overheid moet volgens de AOB komen met een "breed investeringsplan om het onderwijs aantrekkelijker te maken als loopbaan". Uit eerdere cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat Nederlandse leraren veel langer werken en vollere klassen hebben dan in vergelijkbare landen

Noteer het signaalwoord.

Slide 26 - Open vraag

Bij welk verband hoor het signaalwoord van de vorig vraag?
A
middel-doel
B
uitspraak-opsomming
C
uitspraak-vergelijking
D
uitspraak-voorwaarde

Slide 27 - Quizvraag

De overheid moet volgens de AOB komen met een "breed investeringsplan om het onderwijs aantrekkelijker te maken als loopbaan". Uit eerdere cijfers van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (OESO) blijkt dat Nederlandse leraren veel langer werken en vollere klassen hebben dan in vergelijkbare landen

Noteer de delen van het verband.

Slide 28 - Open vraag

Einde van deze les
Extra oefenen:
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-1-verbindingswoorden/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-2-verbindingswoorden/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-3-verbindingswoorden/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-4-verbindingswoorden/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-1-voegwoorden/
https://www.cambiumned.nl/oefeningen/oefening-2-voegwoorden/

Slide 29 - Tekstslide