KT1: taalverzorging: grammatica woordsoorten

Taalverzorging
werkwoord, lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel
1 / 38
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 38 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Taalverzorging
werkwoord, lidwoord, zelfstandig naamwoord, bijvoeglijk naamwoord, voorzetsel

Slide 1 - Tekstslide

Doel:
Je weet wat een lidwoord, zelfstandig naamwoord, werkwoord + voltooid deelwoord, bijvoeglijk naamwoord en een voorzetsel is

Je kunt deze woordsoorten in een zin aanwijzen (opschrijven)

Slide 2 - Tekstslide

werkwoord

Slide 3 - Tekstslide

Ik weet wat een werkwoord is
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 4 - Poll

Ik kan een werkwoord in de zin vinden
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 5 - Poll

Schrijf het werkwoord/de werkwoorden op:
Vader staat in de keuken

Slide 6 - Open vraag

Schrijf het werkwoord/de werkwoorden op:
Morgen moeten we voor Duits ons boek meenemen

Slide 7 - Open vraag

Schrijf het werkwoord/de werkwoorden op:
In het ziekenhuis kreeg het jongetje gips om zijn gebroken been

Slide 8 - Open vraag

Schrijf het werkwoord/de werkwoorden op:
Mariska heeft gisteren hard voor de toets Nederlands geleerd

Slide 9 - Open vraag

Ik kan een werkwoord aanwijzen in de zin
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 10 - Poll

Lidwoord

Slide 11 - Tekstslide

Ik weet wat een lidwoord is
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 12 - Poll

Ik kan een lidwoord in de zin vinden
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 13 - Poll

Schrijf het lidwoord/de lidwoorden op:
Mariska zit met haar zusje in de tuin

Slide 14 - Open vraag

Schrijf het lidwoord/de lidwoorden op:
Met een druk op de knop vloog het vliegtuigje de lucht in

Slide 15 - Open vraag

Ik kan een lidwoord aanwijzen in de zin
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 16 - Poll

zelfstandig naamwoord

Slide 17 - Tekstslide

Ik weet wat een zelfstandig naamwoord is
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 18 - Poll

Ik kan een zelfstandig naamwoord in de zin vinden
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 19 - Poll

Schrijf alle zelfstandige naamwoorden op:
Gisteren hebben we pizza gegeten

Slide 20 - Open vraag

Schrijf alle zelfstandige naamwoorden op:
In de auto lag nog een boek

Slide 21 - Open vraag

Schrijf alle zelfstandige naamwoorden op:
Zo, nu eerst op de bank met een lekkere grote kop thee

Slide 22 - Open vraag

Ik kan een zelfstandig naamwoord aanwijzen in de zin
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 23 - Poll

bijvoeglijk naamwoord

Slide 24 - Tekstslide

Ik weet wat een bijvoeglijk naamwoord is
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 25 - Poll

Ik kan een bijvoeglijk naamwoord in de zin vinden
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 26 - Poll

Schrijf alle bijvoeglijke naamwoorden op:
Het kleine jongetje had een mooi autootje gekregen

Slide 27 - Open vraag

Schrijf alle bijvoeglijke naamwoorden op:
Vandaag gaan we met de grote klas een gele glijbaan bouwen

Slide 28 - Open vraag

Ik kan een bijvoeglijk naamwoord aanwijzen in de zin
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 29 - Poll

voorzetsel

Slide 30 - Tekstslide

Ik weet wat een voorzetsel is
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 31 - Poll

Ik kan een voorzetsel in de zin vinden
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 32 - Poll

Schrijf alle voorzetsels op:
Mariska zette haar mooie cadeautje op de tafel

Slide 33 - Open vraag

Schrijf alle voorzetsels op:
Mariska zat met haar zusje in de tuin

Slide 34 - Open vraag

Schrijf alle voorzetsels op:
Alle mobieltjes moeten in de kluis

Slide 35 - Open vraag

Ik kan een voorzetsel aanwijzen in de zin
πŸ˜’πŸ™πŸ˜πŸ™‚πŸ˜ƒ

Slide 36 - Poll

evaluatie

Slide 37 - Tekstslide

Waar wil je de laatste les mee bezig?
werkwoord
lidwoord
zelfstandig naamwoord
voorzetsel
alles door elkaar

Slide 38 - Poll