Les 4.10

 Today
  • Look at the planner (week 9)
  • Work on homework exercises



  • Grammar 12:
       -  watch video
       -  extra explanation?
  • Read stone 11


  • Pronunciation vocabulary I & PS


1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 13 slides, met tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

 Today
  • Look at the planner (week 9)
  • Work on homework exercises



  • Grammar 12:
       -  watch video
       -  extra explanation?
  • Read stone 11


  • Pronunciation vocabulary I & PS


Slide 1 - Tekstslide

Planner
Week 9 = homework for Monday 2nd of March
 Test theme 4 = Friday 6th of March

Slide 2 - Tekstslide

Test theme 4
  • Stone 9, 10, 11
  • Grammar 10, 11, 12
  • Vocabulary A, B, C, D, G, H, I, PS
(See stone translations / Quizlet)
(See notebook / textbook page 59 & 63)
(See Quizlet / textbook page 65-67)

Slide 3 - Tekstslide

Stone 11
Textbook page 62
(or stone translations)
Zo beschrijf je de omgeving
  • Read along
  • Any questions?

Slide 4 - Tekstslide

Please take
your notebook in
front of you

Slide 5 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
Trappen van vergelijking
- Comparative: vergrotende trap
- Superlative: overtreffende trap
Box A is small.
Box B is smaller than box A.
Box C is the smallest of all.
A
B
C

Slide 6 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
Woorden van 1 lettergreep:
- Comparative: -er
- Superlative: -est
old
older
oldest

Slide 7 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
1.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op een -e,
gebruik dan -r en -st.
large
larger
largest
Spellingsregels:

2.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op medeklinker + y,
gebruik dan -ier en -iest.
happy
happier
happiest

Slide 8 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
hot
hotter
hottest
Spellingsregels:

3.  Bijvoeglijk naamwoord eindigt op 1 klinker (a, e, i, o, u)
+ 1 medeklinker, medeklinker verdubbelen
big
bigger
biggest

Slide 9 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
Woorden van 3 lettergrepen of meer:
- Comparative: more
- Superlative: most
expensive
more expensive
most expensive

Slide 10 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
famous
more famous
most famous
Zelfde regel geldt voor bijvoorbeeld: famous en boring
boring
more boring
most boring

Slide 11 - Tekstslide

Comparatives and superlatives
good/well
better
best
Uitzonderingen (uit je hoofd leren!)
bad/ill
worse
worst
much/many
little
more
less
most
least

Slide 12 - Tekstslide

Work on homework
Done?


    • Study vocabulary / stones (Quizlet)
    • Start with the test yourself (WB page 106-108)
    • Work on a different subject
    • Read a book

    Do:  Exercise 26 & 27 (WB page 103-105)
    Do:  Exercise 23, 24, 25 (WB page 101-103)

    Slide 13 - Tekstslide