Start Rekenles klas 1 deel 1

Algemene rekenvaardigheden

Klas 1 deel 1

1 / 50
volgende
Slide 1: Slide
newEditorRekenenMiddelbare schoolvmbo b, k, gLeerjaar 1,2

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Algemene rekenvaardigheden

Klas 1 deel 1

Deze slide heeft geen instructies

Je kan voorbeelden noemen van rekenen in het dagelijks leven. 

Je kan voorbeelden noemen van rekenen bij andere vakken op school dan wiskunde. 

Je kent de waarde van een getal.

Je kent het ezelsbruggetje voor de rekenvolgorde en kent de betekenis hiervan.

Je kan de rekenvolgorde toepassen.

Je kent de wortels en kwadraten van de getallen 1 tot en met 10.

Je kunt getallen afronden.










De leerdoelen van deze les zijn: 

Deze slide heeft geen instructies

Deze les is bedoeld om het rekenen op te frissen na een lekkere welverdiende vakantie!


Deze les is niet bedoeld om alles in één keer weer te begrijpen en te onthouden.


In deze LessonUp komen veel opdrachten voor, weet je iets niet of heb je dat nog niet gehad. Niet erg! De komende tijd gaan wij hier nog aandacht aan besteden. 


Doel van deze les

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg rekenen dagelijks leven en rekenen bij andere vakken


Onderdeel getallen met uitleg en oefeningen


Afsluiting behalen leerdoelen


Planning deze les: 

Deze slide heeft geen instructies

Getallen: Dit onderdeel bevat het begrip van getallen, bewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) en het toepassen hiervan. 


Verhoudingen: Dit onderdeel gaat over het begrijpen en gebruiken van breuken, procenten en verhoudingen in verschillende situaties. 


Meten en meetkunde: Hieronder vallen het meten van lengte, oppervlakte, inhoud en de vlakke en ruimtelijke figuren.


Verbanden: Het lezen en gebruiken van informatie uit tabellen en grafieken. 

Rekenen bestaat uit vier onderdelen.

Hieronder staan deze met korte uitleg. 

Deze slide heeft geen instructies

Hier op school hebben wij de rekengids. 


Deze kun je gebruiken als hulpmiddel tijdens de lessen, je mag deze gids er niet bij hebben met toetsen.

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen heeft ook een 

eigen tegel op Magister.learn


Deze heet: 'Rekenen 2026-2027' 

en hier staat ook de digitale versie van de rekengids. Handig!

Deze slide heeft geen instructies

Noem voorbeelden van rekenen in het dagelijks leven

Laat leerlingen minimaal één ding opnoemen waar zij aan denken bij rekenen in het normale leven. 

Koppel de activiteit aan de getalbewerking

Optellen

Aftrekken

Vermenig-

vuldigen

Delen

Boodschappen doen

Aanbieding uitrekenen

Groepjes maken

Taart verdelen

Wisselgeld 

Puntentelling bij een spel

Sparen

Deze slide heeft geen instructies

Zoals je net al zag hier een aantal voorbeelden. Wie weet de antwoorden?


Optellen: Je koopt een brood (€1,99) en melk (€1,49). Hoeveel betaal je?

Aftrekken: Je hebt €5 en geeft €3,15 uit. Wat houd je over?



Vermenigvuldigen: Je koopt 3 blikjes frisdrank van €0,80. Hoeveel kost dat in totaal?



Delen: Je hebt 12 koekjes en 3 vrienden. Hoeveel krijgt elke vriend als je ze gelijk verdeeld?
Denk eraan dat je jezelf ook meetelt bij de verdeling!




   


Rekenen in het dagelijks leven

Geef leerlingen de beurt en laat ze klassikaal het antwoord zeggen op de som. 

Koppel de activiteit aan het vak. Meerdere antwoorden goed! 

Biologie

NaSk

LO

Temperatuur opmeten

Hartslag-meting

Groei

Tijd meten

Puntentelling

Afstanden inschatten

Deze slide heeft geen instructies

Rekenen bij andere vakken komt meer voor dan je denkt! Denk maar eens aan:


- Je hartslag stijgt van 80 naar 120 slagen per minuut → Biologie

- Je rent 100 meter in 15 seconden → LO

- Een plank is 2 meter, je zaagt hem in 4 stukken → BeTec

- De auto gaat van 0 naar 80 kilometer per uur in 6 seconden  → NaSk


Rekenen op school 

Deze slide heeft geen instructies

Noem een beroep waar je rekenen bij nodig hebt. Leg je antwoord uit.

Deze slide heeft geen instructies

Getallen: Dit onderdeel bevat het begrip van getallen, bewerkingen (optellen, aftrekken, vermenigvuldigen en delen) en het toepassen hiervan. 


We gaan oefenen met getalbegrip, rekenvolgorde ezelsbruggetje, 

wortels en kwadraten, getallen afronden. 

Getallen 

Deze slide heeft geen instructies

Getalbegrip


Hiernaast staat het getal: 357 169


Dit bestaat uit 

300 000
50 000
7 000

100

60

9



Deze slide heeft geen instructies

Wat is het getal 3 waard in het volgende getal? 9387

A

duizendtal

B

honderdtal

C

tiental

D

eenheid

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het getal in cijfers? achthonderd achtendertig

A

831

B

800

C

380

D

838

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het getal 4 waard in het volgende getal? 754 932

A

duizendtal

B

tienduizendtal

C

honderdtal

D

tiental

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je dit getal in cijfers: honderddrieënnegentig

A

391

B

193

C

913

D

139

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het getal

Zesenzeventigduizend negenhonderd

Deze slide heeft geen instructies

Schrijf het getal

Vijfendertigduizend veertig

Deze slide heeft geen instructies

Paar oefeningen met de getallenlijn!

Deze slide heeft geen instructies

Koppel de getallen aan de juiste getallenlijn.

471

66

251

461

360

151

74

70

129

Deze slide heeft geen instructies

Decimale getallen

Decimale getallen zijn getallen met een komma.
De cijfers achter de komma heten decimalen.

Bijvoorbeeld

Het getal 4 is geen decimaal getal.
Het getal 4,2 heeft 1 decimaal.
Het getal 4,23 heeft 2 decimalen.
Een getal kan oneindig veel decimalen hebben.

Deze slide heeft geen instructies

Decimale getallen op een getallenlijn

Sleep de getallen naar het juiste vak op de getallenlijn.






0,55

0,19

0,34

0,24

0,46

0,21

0,63

0,29

0,44

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel decimalen getallen heeft 389,70?

A

4

B

2

C

1

D

3

Deze slide heeft geen instructies


Leerdoel: Je kent de waarde van een getal. 

Getalbegrip

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het kleinste getal?

A

3006

B

zesduizend

C

honderdduizend

D

10 900

Deze slide heeft geen instructies

Hoe schrijf je het volgende getal: Achtennegentigduizend vijfendertig

A

89 035

B

98 350

C

8935

D

98 035

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de waarde van het getal 5 in het volgende getal: 312598

Hiermee bedoelen wij:

3 heeft een waarde van 300 000

1 heeft een waarde van 10 000

2 heeft een waarde van 2000

5 heeft een waarde van 500 

9 heeft een waarde van 90 

8 heeft een waarde van 8

Schrijf dit als getal: Drieduizend vierhonderdtwaalf

Deze slide heeft geen instructies

Rekenvolgorde


Leerdoel: Je kent het 

ezelsbruggetje voor de 

rekenvolgorde en kent de betekenis hiervan. 




"Hoe moeten we van de onvoldoendes afkomen?"

Deze slide heeft geen instructies

Ezelsbruggetje rekenvolgorde

Hoe

moeten

wij

van

de

onvoldoendes

afkomen?

Haakjes

Machten

Wortels

Vermenigvuldigen

Delen

Optellen

Aftrekken

Deze slide heeft geen instructies

(5 - 2) x 3 = Wat moet je eerst uitrekenen in deze som?

A

5 -2

B

3 x 3

C

2 x 3

D

5 -3

Deze slide heeft geen instructies

(5 - 2) x 3 = De oplossing is

A

10

B

1

C

9

D

6

Deze slide heeft geen instructies

2 + 3 x 5 = Wat moet je eerst uitrekenen?

A

2 + 3

B

2 x 5

C

3 x 5

D

3 x 2

Deze slide heeft geen instructies

2 + 3 x 5 = Wat is de oplossing?

A

25

B

15

C

10

D

17

Deze slide heeft geen instructies

Wortels en kwadraten


Leerdoel: Je kent de wortels en kwadraten van de getallen 1 tot en met 10. 




Deze getallen komen vaak terug! Handig om deze uit je hoofd te leren! 

Deze slide heeft geen instructies

Het kwadraat van vijf, ook wel 5 x 5 is

A

10

B

20

C

25

D

45

Deze slide heeft geen instructies

Het kwadraat van acht is

A

16

B

64

C

36

D

88

Deze slide heeft geen instructies

De wortel van 100, ook wel

A

5

B

7

C

8

D

10

Deze slide heeft geen instructies

De wortel van 16, ook wel

A

2

B

4

C

8

D

32

Deze slide heeft geen instructies

Getallen afronden 


Leerdoel: Je kunt getallen afronden. 





Lees altijd goed de vraag, daarin staat of je getal moet afronden en op hoeveel decimalen (getallen achter de komma).

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden

Bespreek de voorbeelden met de leerlingen. Voor veel leerlingen is dit lastige stof. 

Rond het volgende getal af op helen 4,6

Leerlingen moeten hier eraan denken dat ze het antwoord schrijven met een komma en niet met een punt. 

Rond dit getal af op één decimaal 6,17

Deze slide heeft geen instructies

Rond dit getal af op twee decimalen 9,912

Deze slide heeft geen instructies

Noem één ding wat je geleerd heb van deze les.

Deze slide heeft geen instructies

Je kan voorbeelden noemen van rekenen in het dagelijks leven. 

Je kan voorbeelden noemen van rekenen bij andere vakken op school dan wiskunde. 

Je kent de waarde van een getal.

Je kent het ezelsbruggetje voor de rekenvolgorde en kent de betekenis hiervan.

Je kan de rekenvolgorde toepassen.

Je kent de wortels en kwadraten van de getallen 1 tot en met 10.

Je kunt getallen afronden.










De leerdoelen behaald? 

Deze slide heeft geen instructies

Goed bezig geweest!


Trots op jullie!



Deze slide heeft geen instructies