paragraaf 7.3

Hey!
Goed dat je er bent!
Pak jouw spullen alvast:
  • Doe je schrift open zodat ik het huiswerk kan zien.
  • Log alvast in bij deze lessonup op jouw iPad.

timer
3:00
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
WiskundeMiddelbare schoolvmbo b, kLeerjaar 3

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Hey!
Goed dat je er bent!
Pak jouw spullen alvast:
  • Doe je schrift open zodat ik het huiswerk kan zien.
  • Log alvast in bij deze lessonup op jouw iPad.

timer
3:00

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat gaan we doen vandaag?
  • Uitleg rekenen met korting (basis)
  • Uitleg  omslagpunt (kader)
  • Aan de slag!

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg basis
kader maakt ondertussen: opdracht 17 op blz 18

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het einde van de les:
  • De nieuwe prijs berekenen bij korting 

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

           Instructie
In winkels zie je vaak aanbiedingen, zoals 20% korting of €15 korting. 

Korting betekent dat je minder hoeft te betalen dan de oorspronkelijke prijs. Om de nieuwe prijs te berekenen, volg je vaste stappen.

Stappenplan
Stappenkaartje: korting berekenen
1.Lees de korting
Is het een percentage (%) of een bedrag (€)?
2.Bereken de korting
  • Bij procenten: 
  • korting = kortingspercentage × oorspronkelijke prijsBereken de nieuwe prijs
  • oorspronkelijke prijs − korting = nieuwe prijs

👉 Dit is het bedrag dat je betaalt.

Slide 5 - Tekstslide

4. Inclusieve didactiek
De docent past diverse strategieën toe om de betrokkenheid van alle leerlingen te garanderen. Door regelmatig het begrip van de lesstof te controleren en zo nodig de uitleg aan te passen, blijft de stof toegankelijk voor iedereen. Flexibele en heterogene differentiatie ondersteunt dit proces. Interactie in de klas wordt versterkt door het gebruik van thuistalen. Verder creëert de docent een contextrijke en inclusieve leeromgeving door (culturele) achtergronden in de lesstof te integreren. Door positief en proactief op leerlinggedrag te reageren, wordt het voor leerlingen makkelijker om gewenst gedrag te tonen en actief deel te nemen aan de les.
           Voorbeeld

Slide 6 - Tekstslide

5. Concrete en herkenbare voorbeelden
De docent maakt gebruik van praktische en concrete voorbeelden die voor leerlingen herkenbaar zijn in hun eigen leefwereld om tot beter begrip van de lesstof te komen. De docent doet hierbij een beroep op dual coding. Door het visuele en het verbale te combineren vergroot de docent de kans dat lesstof beter bij de leerlingen blijft beklijven. 
Bereken de nieuwe prijs.

Slide 7 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg Kader
Basis maakt: opdracht 15 t/m 20

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan het einde van de les kan ik:
  • Een omslagpunt aflezen.
  • Het omslagpunt berekenen.
  • De betekenis van een omslagpunt geven. 

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Los de vergelijking op:

8x+12=2x+42

Slide 10 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

8x+12=2x+42

Slide 11 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Omslagpunt?
Het omslagpunt is het snijpunt van van 2 grafieken 

Het punt waarin de 2 formules/grafieken gelijk aan elkaar zijn

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Grafieken: coördinaten
van het snijpunt.

Wat is het omslagpunt?
A
20,4
B
4,20
C
(4,20)
D
(20,4)

Slide 13 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Omslagpunt
Het omslagpunt heeft een betekenis.
Hier zijn de beide formules aan elkaar gelijk.
Bv even duur, even lang of even hoog.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tuinder A berekent zijn kosten met de formule:

Tuinder B berekent zijn kosten met de formule:

k=15+27t
k=19t+31

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Tuinder A berekent zijn kosten met de formule:

Tuinder B berekent zijn kosten met de formule:

k=15+27t
k=19t+31
Hierbij is t de tijd in uren en k de kosten in euro's. Bij hoeveel uren zijn de kosten van beide tuinders gelijk?

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kosten gelijk, dus de formules gelijk.
k=15+27t
k=19t+31

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kosten gelijk, dus de formules gelijk.
k=15+27t
k=19t+31
15+27t=19t+31

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dat is een vergelijking en die kunnen we oplossen!
15+27t=19t+31

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dat is een vergelijking en die kunnen we oplossen!
15+27t=19t+31
15+8t=31

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Dat is een vergelijking en die kunnen we oplossen!
15+27t=19t+31
15+8t=31
8t=16

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent deze uitkomst?
15+27t=19t+31
15+8t=31
8t=16
t=2

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat betekent deze uitkomst?
Bij 2 uren zijn de kosten van beide tuinders gelijk.

Kun je ook berekenen wat de kosten dan zijn?
t=2

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De kosten.


Dus bij 2 uren werken zijn beide tuinders even duur, ze rekenen dan 69 euro aan kosten.
t=2
k=15+272=69

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Aan de slag
Kader: maken: opdracht 17 t/m 23
Basis: maken: opdracht 15 t/m 20
timer
5:00

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies