Les 4 - Stage of changes

1 / 32
volgende
Slide 1: Tekstslide
PsychologieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 32 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weekplanning
Week 1: Kleine terugblik periode 1 en begin gedragsverklaringsmodel: ASE-model
Week 2: Gedragsverklaringsmodel toepassen: ASE-model
Week 3: Wat is leren?
Week 4: Gedragsveranderingsfasen model: Stage of Change
Week 5: Intuïtief eten
Week 6: Intuïtief eten
Week 7: Herhaling

Afronding: Theorietoets, minimaal een 5,5 behaald

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Leerdoelen
  • Gedragsverandering
  • Fasen van gedragsverandering - Stage of Change
  • Individuele en klassikale opdracht

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les kan jij:
  • De verschillende fasen van het Transtheoretische model (Stages of Change) benoemen en beschrijven: ontkenning, erkenning, verkenning, actie, volhouden en terugval.
  • Uitleggen hoe het Stages of Change-model wordt gebruikt om gedragsverandering te begeleiden en te ondersteunen.

Slide 4 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik beheers deze leerdoelen:
010

Slide 5 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Leerdoelen
  • Gedragsverandering
  • Fasen van gedragsverandering - Stage of Change
  • Individuele en klassikale opdracht

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waar denk je aan
bij gedragsverandering?

Slide 7 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 8 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Wat zijn de 3 aspecten die nodig zijn om gedrag te kunnen veranderen?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Fogg Behavior Model
Iemand moet:
  • gemotiveerd zijn (het belangrijk vinden)
  • het kunnen uitvoeren (vaardig zijn)
  • er op het juiste moment aan denken (getriggerd worden)
om het gedrag uit te voeren.


Slide 10 - Tekstslide

Fogg spreekt over doelgedrag. Dat is het gedrag dat jij wil dat de mensen vertonen. De verticale as gaat over motivatie of ‘willen’. In welke mate is iemand gemotiveerd om het doelgedrag te vertonen? Heeft die persoon een hoge of lage motivatie? De horizontale as gaat over ‘kunnen’ (ability): is iemand in staat om het doelgedrag te vertonen? Is dit makkelijk of moeilijk?

De curve maakt duidelijk dat er verschillende combinatie van kunnen en willen zijn. Wanneer de combinatie boven de curve uitkomt, is er een kans dat het doelgedrag plaats vindt. Onder deze drempel zal het gedrag uitblijven. Voorbeelden van combinaties:

  • Iets waartoe je niet gemotiveerd bent én heel moeilijk is, doe je niet. Voorbeeld: de trap nemen naar de hoogste verdieping van een hoge flat.
  • Iets wat heel moeilijk is, maar waarvoor je een heel sterke motivatie hebt, doe je het misschien toch. Voorbeeld: een lastige puzzel oplossen, omdat je een grote prijs kunt winnen.
  • Iets waarvoor je een lage motivatie hebt, maar wat toch heel makkelijk is, doe je het misschien toch. Het gaat om kleine, eenvoudige gewoonten. Voorbeeld: uit nieuwsgierigheid op Facebook kijken, omdat je een bericht krijgt dat er een leuke foto op Facebook staat.
  • Iets waarvoor je sterk gemotiveerd bent en wat heel makkelijk is, doe je graag. Voorbeeld: je hobby die je al jarenlang doet en waar je veel plezier in hebt.
Casus 1.0
Stel dat een webbouwer wil dat de bezoekers van zijn site zich abonneren op een gratis nieuwsbrief. Ze moeten daarvoor hun mailadres invullen. 

Doelgedrag = Het invullen 
  • Hoe is de motivatie?
  • Hoe is de vaardigheid?
  • Wat is de trigger?

Slide 11 - Tekstslide

Voor velen zal die erg laag zijn. Maar er zullen ook mensen zijn die graag de nieuwsbrief willen ontvangen. Hun motivatie is dus hoog. Zij hebben slechts een kleine trigger nodig om het daadwerkelijk te doen.
Casus 1.0
Voor velen zal die erg laag zijn om je e-mailadres achter te laten. Maar er zullen ook mensen zijn die graag de nieuwsbrief willen ontvangen. Hun motivatie is dus hoog. Zij hebben slechts een kleine trigger nodig om het daadwerkelijk te doen.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 2.0
Stel nu dat je een wiskundesom moet oplossen, voordat je je e-mailadres mag invullen. 

  • Hoe is de motivatie?
  • Hoe is de vaardigheid?
  • Wat is de trigger?

Slide 13 - Tekstslide

Nu verandert het verhaal. Niet iedereen die de nieuwsbrief wil ontvangen, zal in staat zijn de som op te lossen. De webbouwer kan mensen misschien wel motiveren om het toch te doen, maar dat zal hoogstwaarschijnlijk niet werken: ze kunnen het simpelweg niet.
Om doelgedrag te kunnen vertonen, is het dus belangrijk ervoor te zorgen dat het gemakkelijk is om te doen.
Casus 2.0
Nu verandert het verhaal. Niet iedereen die de nieuwsbrief wil ontvangen, zal in staat zijn de som op te lossen. De webbouwer kan mensen misschien wel motiveren om het toch te doen, maar dat zal hoogstwaarschijnlijk niet werken: ze kunnen het simpelweg niet.
Om doelgedrag te kunnen vertonen, is het dus belangrijk ervoor te zorgen dat het gemakkelijk is om te doen.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Casus 3.0
Je krijgt € 10.000,- als je de moeilijke som oplost.

Hoe is de motivatie?
Hoe is de vaardigheid?
Wat is de trigger?

Slide 15 - Tekstslide

 je belt je vriend die goed is in wiskunde en legt hem die som voor. In bijzondere gevallen zijn mensen dus zover te krijgen dat ze buitengewone dingen gaan doen. De meeste situaties zijn echter niet zodanig dat mensen ergens volledig voor gaan. Ze zitten qua kunnen en willen ergens in het midden. Om gedrag te beïnvloeden, is het meestal nodig om mensen te motiveren en/of om het gewenste gedrag gemakkelijker te maken.
Casus 3.0
Je belt je vriend die goed is in wiskunde en legt hem die som voor. In bijzondere gevallen zijn mensen dus zover te krijgen dat ze buitengewone dingen gaan doen. De meeste situaties zijn echter niet zodanig dat mensen ergens volledig voor gaan. Ze zitten qua kunnen en willen ergens in het midden. Om gedrag te beïnvloeden, is het meestal nodig om mensen te motiveren en/of om het gewenste gedrag gemakkelijker te maken.

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Triggers
Triggers zijn succesvol als:
  • Je ze opmerkt (je leest een mooie aanbieding in een folder of een wekker af gaat)
  • Je ze koppelt aan het doelgedrag (gauw naar de winkel, op=op)
  • Ze plaatsvinden op het moment dat je gemotiveerd bent en het gedrag kunt uitvoeren (de sportschool is open als jij wilt gaan sporten)

Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Leerdoelen
  • Gedragsverandering
  • Fasen van gedragsverandering - Stage of Change
  • Individuele en klassikale opdracht

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gedragsverandering

  • Gedragsverandering gaat meestal in fases
  • Volgens het 'Stages of Change' model
  • 5 te onderscheiden fases
  • Dit model is te gebruiken om in te schatten waar iemand staat en welke aanpak wenselijk is. 

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lesplanning
  • Leerdoelen
  • Gedragsverandering
  • Fasen van gedragsverandering - Stage of Change
  • Individuele en klassikale opdracht

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 1
  • In de ELO staat een opdracht
  • Vul de kolommen in per fase van gedragsverandering
  • Daarna gaan we klassikaal de tabel bespreken

Maak aantekeningen, dit is namelijk leerstof! 

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht 2
Er komen een aantal open vragen aan, waarbij jij moet aangeven over welke fase van gedragsverandering deze uitspraken gaan op het gebied van begeleiding en open staan voor begeleiding. 

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Men verplicht zichzelf om het nieuwe gedrag, of de nieuwe gewoonte, vol te houden.
Belangrijk is dat men zichzelf blijft belonen voor het nieuwe gedrag, en blijft focussen op het positieve resultaat, anders bestaat het risico op een terugval.

Bij welke fase horen deze uitspraken over begeleiding en open staan voor begeleiding?

Slide 24 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Er ontstaat hoop op een positieve afloop. Men is klaar om binnen 30 dagen actie te gaan ondernemen.
De coaching en begeleiding wordt aangenomen.

Bij welke fase horen deze uitspraken over begeleiding en open staan voor begeleiding?

Slide 25 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Het is niet waarschijnlijk dat iemand uit zichzelf in de komende 6 maanden zijn gedrag zal veranderen,
tenzij er een plotseling inzicht of een dringende noodzaak is. Begeleiden heeft nog weinig zin.

Bij welke fase horen deze uitspraken over begeleiding en open staan voor begeleiding?

Slide 26 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Men heeft een begin gemaakt verantwoordelijkheid te nemen over het eigen gedrag,
maar staat nog sceptisch tegenover het eigen kunnen om te veranderen. Dit is de fase waarin men vaak hulp gaat zoeken.

Bij welke fase horen deze uitspraken over begeleiding en open staan voor begeleiding?

Slide 27 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

De verandering is gaande. Men ondergaat de verandering en experimenteert met wat werkt en wat niet.
Het is belangrijk om in het begin kleine haalbare stappen te maken waarmee direct vooruitgang geboekt kan worden.

Bij welke fase horen deze uitspraken over begeleiding en open staan voor begeleiding?

Slide 28 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 29 - Link

Deze slide heeft geen instructies

In welke fase zit deze mevrouw?
A
Ontkenning
B
Erkenning
C
Verkenning
D
Actie

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoelen
Aan het einde van de les kan jij:
  • De verschillende fasen van het Transtheoretische model (Stages of Change) benoemen en beschrijven: ontkenning, erkenning, verkenning, actie, volhouden en terugval.
  • Uitleggen hoe het Stages of Change-model wordt gebruikt om gedragsverandering te begeleiden en te ondersteunen.

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Ik beheers deze leerdoelen:
010

Slide 32 - Poll

Deze slide heeft geen instructies