Rechtsvormen (Bedrijfseconomie havo), les 1: Uitleg

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Rechtsvormen

Examenstof bedrijfseconomie havo

1 / 22
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 22 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over rechtsvormen voor het havo-examen bedrijfseconomie: natuurlijk persoon en rechtspersoon, commerciële en niet-commerciële organisaties, de zes rechtsvormen en de keuze ertussen, met 6 checks.

Onderdelen in deze les

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Rechtsvormen

Examenstof bedrijfseconomie havo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B3 13.1.1-13.1.4. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan de kenmerken van de rechtsvormen uitleggen en een rechtsvorm kiezen die bij een organisatie past.

Deze slide heeft geen instructies

Je begint een eigen bedrijf. Welke woorden horen bij de vorm van dat bedrijf?

Syllabus 13.1: verwachte woorden zijn eenmanszaak, bv, aansprakelijk, notaris, aandelen, belasting, samen starten, risico. Gebruik ze later in de les en laat leerlingen zien welke woorden bij de rechtsvorm horen en welke bij iets anders, zoals het ondernemingsplan.

Een bakkerij in een winkelstraat, 2020

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Persoon of rechtspersoon?

  • Een natuurlijk persoon is een mens, met eigen rechten en plichten.

  • Een rechtspersoon is een organisatie met eigen rechten en plichten: ze kan zelf contracten sluiten en bezittingen hebben.

  • De rechtsvorm is de juridische vorm van een organisatie en bepaalt wie waarvoor verantwoordelijk is.

Syllabus 13.1.1: verschillen tussen natuurlijk persoon en rechtspersoon. Een eenmanszaak en een vof zijn geen rechtspersoon: de ondernemer(s) zelf, als natuurlijk persoon, hebben de rechten en plichten. Een bv, nv, stichting en vereniging zijn wel een rechtspersoon. Veelgemaakte fout: denken dat elk bedrijf een rechtspersoon is. Vraag bij de foto: is de bakkerij zelf een persoon in juridische zin, of de bakker? Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY 4.0

Vrijwilligers pakken voedselpakketten in (VS)

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Commercieel of niet?

  • Een commerciële organisatie wil resultaat (winst) maken voor de eigenaren.

  • Een niet-commerciële organisatie heeft een ander doel, bijvoorbeeld een maatschappelijk of ideëel doel.

  • Het resultaat van een niet-commerciële organisatie gaat naar dat doel, niet naar eigenaren.

Syllabus 13.1.2: verschil tussen een commerciële en een niet-commerciële organisatie. Voorbeelden: een bakkerij is commercieel, een voedselbank of sportclub is niet-commercieel. Een niet-commerciële organisatie mag best een positief resultaat hebben; het verschil zit in wat ermee gebeurt. Veelgemaakte fout: denken dat niet-commercieel betekent dat er geen geld mag binnenkomen. Image credit: Petty Officer 3rd Class Robert Brazzell / Wikimedia Commons, publiek domein

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Zes rechtsvormen op een rij

  • Geen rechtspersoon: de eenmanszaak en de vennootschap onder firma (vof, ook openbare vennootschap genoemd).

  • Wel een rechtspersoon: de besloten vennootschap (bv) en de naamloze vennootschap (nv).

  • Ook een rechtspersoon: de stichting en de vereniging.

  • Eenmanszaak, vof, bv en nv zijn meestal commercieel; stichting en vereniging meestal niet.

Syllabus 13.1.1-13.1.3: overzicht van de zes rechtsvormen uit de syllabus. Bewust met 'meestal': een stichting of vereniging kan ook een onderneming drijven. De volgende dia's lopen de rechtsvormen langs op continuïteit, financiering, aansprakelijkheid, belastingen en leiding, besluitvorming en zeggenschap.

Een sportclub steekt haar resultaat in nieuwe ballen en shirts. Wat voor organisatie is dit?

A

Een commerciële organisatie

B

Een niet-commerciële organisatie

C

Een vennootschap onder firma

D

Een natuurlijk persoon

Syllabus 13.1.2: het doel is niet het uitkeren van resultaat aan eigenaren maar de sport zelf. Verwachte fout: commerciële organisatie, omdat er een resultaat is.

Vul in

Een rechtspersoon heeft eigen rechten en plichten. Een natuurlijk persoon is een mens, zoals de eigenaar van een bakkerij.

rechtspersoon
natuurlijk persoon
rechtsvorm
stichting

Syllabus 13.1.1. Verwachte fout: 'rechtsvorm' invullen, dat is de juridische vorm zelf.

Een bakker met een eigen winkel

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De eenmanszaak

  • Eén eigenaar die alle beslissingen zelf neemt en het resultaat zelf houdt.

  • Geen rechtspersoon: de ondernemer is privé aansprakelijk met al het eigen vermogen.

  • Over het resultaat betaalt de ondernemer inkomstenbelasting.

  • Continuïteit: stopt de ondernemer, dan houdt de zaak op of wordt ze verkocht.

Syllabus 13.1.3: eenmanszaak. Financiering: de ondernemer brengt eigen geld in en kan lenen; geen aandeelhouders. Leiding en zeggenschap: één persoon. Oprichting zelf (inschrijven, KvK) komt in het onderwerp over het starten van een eigen bedrijf. Veelgemaakte fout: denken dat bedrijfsschulden en privéschulden gescheiden zijn. Image credit: G.Lanting / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De vennootschap onder firma

  • Twee of meer vennoten werken samen, vaak met een vennootschapscontract.

  • Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk: een schuldeiser kan één vennoot voor de hele schuld aanspreken, ook privé.

  • Elke vennoot betaalt inkomstenbelasting over het eigen deel van het resultaat.

  • De vennoten brengen samen kapitaal in en beslissen samen, tenzij het contract iets anders zegt.

  • Stapt een vennoot uit, dan houdt de vof in principe op, tenzij het contract anders regelt.

Syllabus 13.1.3: vennootschap onder firma (in de syllabus ook openbare vennootschap). Geen rechtspersoon. Hoofdelijk betekent: ieder voor het geheel. Veelgemaakte fout: denken dat een vennoot maar voor het eigen deel van de schuld aansprakelijk is.

Beurs van Berlage, Amsterdam: vroeger de effectenbeurs

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De bv en de nv

  • Een bv en een nv zijn rechtspersonen: het kapitaal is verdeeld in aandelen van aandeelhouders.

  • Aandeelhouders zijn niet privé aansprakelijk: ze verliezen hooguit wat ze hebben ingebracht.

  • Het resultaat is belast met vennootschapsbelasting; de bv of nv gaat door als iemand vertrekt.

  • Bij een bv zijn de aandelen niet vrij verhandelbaar, bij een nv wel (ook op de beurs).

  • Een bestuur leidt de organisatie, de aandeelhouders hebben zeggenschap.

Syllabus 13.1.3: besloten en naamloze vennootschap. Oprichting loopt via de notaris. Financiering: aandelenkapitaal plus vreemd vermogen. Beperkte aansprakelijkheid geldt niet altijd, bijvoorbeeld bij onbehoorlijk bestuur; houd het op havo-niveau bij de hoofdregel. Veelgemaakte fout: bv en nv verwarren met de vof, omdat alle drie 'vennootschap' heten. Image credit: C messier / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Kenmerken naast elkaar

  • Aansprakelijkheid: privé bij eenmanszaak en vof, beperkt bij bv en nv, meestal ook bij stichting en vereniging.

  • Belasting: inkomstenbelasting bij eenmanszaak en vof, vennootschapsbelasting bij bv en nv.

  • Financiering: eigen inbreng (eenmanszaak, vof), aandelen (bv, nv), giften, subsidies of contributie (stichting, vereniging).

  • Continuïteit: bij eenmanszaak en vof hangt die aan de personen, bij rechtspersonen niet.

  • Leiding: één ondernemer, vennoten samen, bestuur en aandeelhouders of leden.

Syllabus 13.1.3: continuïteit, financiering, juridische aansprakelijkheid, belastingen, leiding, besluitvorming en zeggenschap. Dit is de overzichtsdia voor het vergelijken. Een stichting of vereniging die een onderneming drijft kan vennootschapsbelasting betalen; dat hoort bij de verdieping.

Wat betekent beperkte aansprakelijkheid bij een bv?

A

De bv mag maar tot een vast bedrag lenen

B

De directeur betaalt altijd de schulden uit eigen zak

C

Schuldeisers kunnen alleen bij de overheid terecht

D

Aandeelhouders verliezen hooguit wat ze inbrachten

Syllabus 13.1.3: juridische aansprakelijkheid. Verwachte fout: de directeur zou altijd privé betalen.

Vul in

Bij een vennootschap onder firma is elke vennoot hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden, ook met het privévermogen.

vennootschap onder firma
hoofdelijk
beperkt
besloten vennootschap

Syllabus 13.1.3. Verwachte fout: 'beperkt' invullen, dat geldt voor rechtspersonen.

Ledenvergadering van een vrijwilligersorganisatie

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Stichting en vereniging

  • Een stichting heeft geen leden of eigenaren: het bestuur beslist en dient het doel uit de statuten.

  • Een vereniging heeft leden, die via de ledenvergadering zeggenschap hebben en het bestuur kiezen.

  • Beide zijn een rechtspersoon; resultaat wordt niet uitgekeerd aan leden of oprichters.

  • Financiering: giften, subsidies, contributie en eigen inkomsten.

Syllabus 13.1.3: stichting en vereniging. Beide zijn meestal niet-commercieel. Een stichting richt je op bij de notaris. Een vereniging kan ook zonder notaris (beperkte rechtsbevoegdheid); dan zijn de bestuurders hoofdelijk aansprakelijk. Met notariële akte zijn leden en bestuurders in de regel niet privé aansprakelijk. Continuïteit: de organisatie gaat door als leden of bestuurders wisselen. Veelgemaakte fout: denken dat een stichting leden of aandeelhouders heeft. Vraag bij de foto: wie heeft hier zeggenschap en waarom? Image credit: Johnscotaus / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Het kantoor van de notaris, schilderij uit het Rijksmuseum

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Zo kies je een rechtsvorm

  • Draait het om resultaat voor eigenaren, of om een ander doel?

  • Hoeveel eigenaren zijn er en wie moet meebeslissen?

  • Hoe groot is het risico op schulden, en wil je privé beschermd zijn?

  • Hoeveel kapitaal is nodig, en hoeveel kosten en regels (notaris) wil je?

Syllabus 13.1.4: de keuze voor een bepaalde rechtsvorm uitleggen. Werk met de kenmerken: aansprakelijkheid, financiering, belasting, continuïteit en zeggenschap. Voorbeeld: klein risico en alleen starten past bij een eenmanszaak; veel risico of veel kapitaal vaak bij een bv of nv; een maatschappelijk doel bij een stichting of vereniging. De keuze heeft gevolgen: wie aansprakelijk is, welke belasting geldt en wie beslist. Image credit: Rijksmuseum / Wikimedia Commons, CC0

Noem één verschil tussen stichting en vereniging.

Goed antwoord: een vereniging heeft leden met zeggenschap, een stichting heeft geen leden en wordt door het bestuur geleid. Verwachte fout: beide als hetzelfde zien.

Welke organisatie loopt door als de eigenaar of aandeelhouder wegvalt?

A

Een besloten vennootschap

B

Een eenmanszaak

C

Een vennootschap onder firma

D

Een vof zonder afspraken in het contract

Syllabus 13.1.3: continuïteit. Een rechtspersoon staat los van de personen. Verwachte fout: denken dat een eenmanszaak of vof vanzelf doorgaat.

Wat vond je het lastigst in deze les?

1

Natuurlijk persoon en rechtspersoon

2

De kenmerken per rechtsvorm

3

Aansprakelijkheid en belasting

4

Een rechtsvorm kiezen

Gebruik de uitslag om te bepalen welk blok je nog een keer doorloopt.

Welke rechtsvorm kies jij en waarom?

Een goed antwoord noemt een rechtsvorm en minstens één kenmerk: aansprakelijkheid, belasting, zeggenschap, financiering of continuïteit.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Begrippen (1/2)

  • rechtsvorm: De juridische vorm van een organisatie.

  • natuurlijk persoon: Een mens met eigen rechten en plichten.

  • rechtspersoon: Een organisatie met eigen rechten en plichten.

  • commerciële en niet-commerciële organisatie: Gericht op resultaat voor eigenaren, of op een ander doel.

  • eenmanszaak: Eén eigenaar, geen rechtspersoon, privé aansprakelijk.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Begrippen (2/2)

  • vennootschap onder firma: Twee of meer vennoten, hoofdelijk aansprakelijk.

  • besloten vennootschap: Rechtspersoon met aandelen die niet vrij verhandelbaar zijn.

  • naamloze vennootschap: Rechtspersoon met vrij verhandelbare aandelen.

  • stichting: Rechtspersoon zonder leden, met een doel en een bestuur.

  • vereniging: Rechtspersoon met leden die zeggenschap hebben.

Deze slide heeft geen instructies