Rechtsvormen (Bedrijfseconomie vwo), les 1: Uitleg

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Rechtsvormen

Examenstof bedrijfseconomie vwo

1 / 23
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 23 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Uitleg over de rechtsvormen eenmanszaak, vof, bv, nv, stichting en vereniging, vergeleken op continuïteit, financiering, aansprakelijkheid, belasting en zeggenschap, met de gevolgen van de keuze. 10 dia's, 6 foto's en 6 checks; examenstof bedrijfseconomie vwo, syllabus 13.1.1 tot 13.1.3.

Onderdelen in deze les

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Rechtsvormen

Examenstof bedrijfseconomie vwo

Les 1 van 3: uitleg. Les 2 is de examentraining, les 3 de terugblik met quiz. Syllabus: B3 13.1.1-13.1.3. Image credit: Onderwijsgek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan de kenmerken van de rechtsvormen vergelijken en een keuze als ondernemer of bestuurder onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden komen bij je op als je een rechtsvorm kiest?

Verwachte woorden: aansprakelijk, risico, notaris, aandelen, belasting, samen, zeggenschap, kapitaal, bv, eenmanszaak. Gebruik ze in de les om te laten zien dat een rechtsvorm een afweging is tussen kenmerken, niet een label. Syllabus 13.1: de rol van ondernemer of bestuurder.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Persoon of rechtspersoon?

  • Een natuurlijk persoon is een mens, met eigen rechten en plichten.

  • Een rechtspersoon heeft zelf rechten en plichten, kan contracten sluiten en heeft een eigen vermogen.

  • De rechtsvorm is de juridische vorm van een organisatie en bepaalt wie waarvoor verantwoordelijk is.

  • Eenmanszaak en vof zijn geen rechtspersoon: de ondernemer handelt als natuurlijk persoon, met privé en bedrijf in één vermogen.

  • Bv, nv, stichting en vereniging zijn wel een rechtspersoon: het vermogen is gescheiden van dat van de eigenaren.

Syllabus 13.1.1: het verschil tussen natuurlijk persoon en rechtspersoon uitleggen. Het gevolg staat centraal: bij een rechtspersoon is de organisatie zelf partij bij contracten en schuldenaar, bij een eenmanszaak is dat de ondernemer persoonlijk. De vof is een tussenvorm (zie blok 2). Veelgemaakte fout: denken dat elk bedrijf een rechtspersoon is.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Vijf kenmerken om te vergelijken

  • Continuïteit: gaat de organisatie door als een eigenaar, vennoot of bestuurder wegvalt?

  • Financiering: wie brengt het kapitaal in en hoeveel kapitaal kan de organisatie ophalen?

  • Aansprakelijkheid: wie draait op voor de schulden, en met welk vermogen?

  • Belastingen: betaalt de organisatie zelf belasting, of de eigenaar persoonlijk?

  • Leiding, besluitvorming en zeggenschap: wie beslist en wie kan de leiding controleren of vervangen?

Syllabus 13.1.2: deze vijf kenmerken vragen het examen per rechtsvorm. Laat leerlingen het raamwerk onthouden: elke volgende dia loopt ze langs. Veelgemaakte fout: alleen aansprakelijkheid noemen als argument voor een keuze; een goed antwoord combineert minstens twee kenmerken en koppelt ze aan de casus.

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De eenmanszaak

  • Eén ondernemer is eigenaar, beslist alles zelf en houdt het hele resultaat. Geen rechtspersoon.

  • Aansprakelijkheid: voor alle schulden met je bedrijfs- én je privévermogen.

  • Belasting: over het resultaat betaal je inkomstenbelasting als natuurlijk persoon.

  • Financiering: eigen geld en leningen. De continuïteit hangt volledig aan jou.

Syllabus 13.1.2: eenmanszaak. Zeggenschap ligt bij één persoon. Een bank kijkt bij een lening mede naar het privévermogen, omdat dat toch aansprakelijk is. Bij overlijden of stoppen van de ondernemer houdt de eenmanszaak op te bestaan; erfgenamen kunnen het bedrijf wel voortzetten of verkopen. De oprichting zelf (KvK, vergunningen) hoort bij een ander onderwerp. Veelgemaakte fout: denken dat bedrijfsschulden en privéschulden gescheiden zijn. Image credit: Onderwijsgek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

Deniz heeft een eenmanszaak met een onbetaalde factuur. Wie is de schuldenaar?

A

De eenmanszaak als eigen rechtspersoon

B

Deniz zelf, als natuurlijk persoon

C

Alleen het bedrijfsvermogen van de zaak

D

De Kamer van Koophandel als registerhouder

Syllabus 13.1.1: de eenmanszaak is geen rechtspersoon, dus Deniz is zelf partij bij het contract en schuldenaar, met bedrijfs- en privévermogen. Verwachte fout: de eenmanszaak als apart wezen zien.

Vul in

Een rechtspersoon heeft een eigen vermogen, dus is het privévermogen van de eigenaar daarvan gescheiden.

rechtspersoon
privévermogen
natuurlijk persoon
bedrijfsvermogen

Syllabus 13.1.1. Verwachte fout: natuurlijk persoon invullen, dat is juist de mens zelf.

Twee koks werken samen in een restaurantkeuken, 1954

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De vennootschap onder firma

  • Twee of meer vennoten drijven samen een bedrijf onder een firmanaam. Geen rechtspersoon.

  • Elke vennoot is hoofdelijk aansprakelijk: voor de hele schuld, ook privé en ook voor wat een ander afsprak.

  • Vennoten brengen geld, goederen of arbeid in. Er is een apart firmavermogen; ze betalen inkomstenbelasting.

  • Ze beslissen samen volgens het contract; stapt een vennoot uit, dan eindigt de vof tenzij anders afgesproken.

Syllabus 13.1.2: vennootschap onder firma. De vof is geen rechtspersoon, maar heeft wel een afgescheiden firmavermogen en kan onder de firmanaam optreden. Hoofdelijk betekent: ieder voor het geheel, dus een schuldeiser mag de hele schuld bij één vennoot halen; wat die vennoot teveel betaalt, regelen de vennoten onderling. Belasting: elke vennoot wordt voor het eigen deel van het resultaat persoonlijk belast. Veelgemaakte fout: denken dat een vennoot alleen voor het eigen deel aansprakelijk is. Image credit: Willem van de Poll / Nationaal Archief, CC0

Aandeelhoudersvergadering van een beursgenoteerd bedrijf, 2016

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De besloten vennootschap

  • Een rechtspersoon met kapitaal in aandelen; de bv gaat door als aandeelhouders wisselen.

  • Aandeelhouders verliezen hooguit hun inbreng; een bestuurder is aansprakelijk bij onbehoorlijk bestuur.

  • De bv betaalt vennootschapsbelasting; een uitkering aan aandeelhouders heet dividend.

  • Zeggenschap volgt meestal het aantal aandelen; het bestuur leidt, de aandeelhouders benoemen het bestuur.

Syllabus 13.1.2: besloten vennootschap. Oprichting loopt via de notaris. Financiering: aandelenkapitaal van de aandeelhouders plus vreemd vermogen; de aandelen worden niet op de beurs verhandeld. Beperkte aansprakelijkheid is de hoofdregel: aandeelhouders verliezen hun inbreng. Uitzondering: bij kennelijk onbehoorlijk bestuur kan een bestuurder privé worden aangesproken, en een bank vraagt soms een borg van de eigenaar. Wie zowel aandeelhouder als bestuurder is, wordt ook zelf persoonlijk belast over wat die persoon uit de bv ontvangt. Veelgemaakte fout: denken dat de bv geen belasting betaalt. Image credit: Krassotkin / Wikimedia Commons, CC0

Euronext, Amsterdam, 2025. Foto: Kleon3, CC BY-SA 4.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De naamloze vennootschap

  • Ook een rechtspersoon met aandelen, maar de aandelen kunnen op de beurs worden verhandeld.

  • Financiering: via de beurs haalt een nv veel kapitaal op bij veel beleggers.

  • Net als de bv: beperkte aansprakelijkheid, vennootschapsbelasting en continuïteit bij wisselende aandeelhouders.

  • Bij veel aandeelhouders is de zeggenschap verspreid; wie meer aandelen heeft, heeft meer stemmen.

Syllabus 13.1.2: naamloze vennootschap. Het kernverschil met de bv is de verhandelbaarheid van de aandelen en daarmee de toegang tot kapitaal. Een nv heeft meer formele regels dan een bv. Veelgemaakte fout: beperkte aansprakelijkheid als verschil met de bv noemen, die geldt voor beide. Image credit: Kleon3 / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Wanneer kan een bestuurder van een bv privé worden aangesproken?

A

Altijd als de bv failliet gaat

B

Nooit, want de bv is een rechtspersoon

C

Als de bv vennootschapsbelasting moet betalen

D

Bij onbehoorlijk bestuur

Syllabus 13.1.2: juridische aansprakelijkheid bij een bv. Hoofdregel: de bv is zelf aansprakelijk en aandeelhouders verliezen hooguit hun inbreng. Uitzondering: bij (kennelijk) onbehoorlijk bestuur kan een bestuurder privé worden aangesproken. Een faillissement alleen is daarvoor niet genoeg. Verwachte fout: 'nooit' (alleen de hoofdregel) of 'altijd bij faillissement'.

Vul in

Een bv betaalt vennootschapsbelasting over het resultaat. Een uitkering aan aandeelhouders heet dividend en wordt bij hen apart belast.

vennootschapsbelasting
dividend
inkomstenbelasting
rente

Syllabus 13.1.2: belastingen. Verwachte fout: inkomstenbelasting, dat geldt voor eenmanszaak en vof.

Vergadering van het bestuur van de Nederlandse Omroep Stichting, 1981

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De stichting

  • Een rechtspersoon zonder leden of eigenaren: een bestuur streeft het doel uit de statuten na.

  • Het resultaat mag niet naar oprichters of bestuurders; het gaat naar het doel.

  • Financiering: giften, subsidies en eigen inkomsten; er zijn geen aandeelhouders.

  • Continuïteit: de stichting gaat door als bestuurders wisselen; de statuten regelen de benoeming.

Syllabus 13.1.2: stichting. Oprichting loopt via de notaris. Zeggenschap: alleen het bestuur, binnen de statuten; er is geen ledenvergadering. Een stichting die een onderneming drijft kan vennootschapsbelasting betalen. Bestuurders zijn bij onbehoorlijk bestuur aansprakelijk. Veelgemaakte fout: denken dat een stichting leden of aandeelhouders heeft. Image credit: Hans van Dijk / Anefo / Nationaal Archief, CC0

Clubhuis van voetbalvereniging Unitas, Leiden, 1990

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

De vereniging

  • Een rechtspersoon met leden: de ledenvergadering is het hoogste orgaan en kiest het bestuur.

  • Het resultaat gaat niet naar de leden maar naar het doel; leden betalen contributie.

  • Leden zijn niet privé aansprakelijk; de vereniging gaat door als leden wisselen.

  • Meebeslissen: in de regel heeft elk lid één stem, anders dan bij aandelen.

Syllabus 13.1.2: vereniging. Financiering: contributie, subsidies, giften en eigen inkomsten. Een vereniging mag geen winst uitkeren aan de leden. De statuten kunnen de stemverhouding anders regelen, vandaar 'in de regel'. Veelgemaakte fout: de vereniging als bedrijf met winstuitkering zien, of leden en aandeelhouders gelijkstellen. Image credit: Jan Holvast / Erfgoed Leiden, CC0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Gevolgen van de keuze

  • Meer bescherming vraagt meer regels: een bv of nv heeft een notaris, statuten en vennootschapsbelasting.

  • Een bank kan bij een bv een borg vragen: de eigenaar is dan privé aansprakelijk tot dat bedrag.

  • Meer eigenaren betekent meer kapitaal, maar ook meer overleg en minder eigen zeggenschap.

  • Een eenmanszaak is snel en goedkoop, maar het risico ligt volledig bij jou privé.

Syllabus 13.1.3: de consequenties van de keuze voor de organisatie. Laat leerlingen per bullet het kenmerk benoemen: financiering, aansprakelijkheid, belasting, zeggenschap. De borg is een persoonlijke garantie van de eigenaar aan de bank; de hoofdregel van beperkte aansprakelijkheid blijft gelden voor al het overige. Veelgemaakte fout: denken dat de eigenaar van een bv nooit privé kan worden aangesproken.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Zo onderbouw je een keuze

  • Begin bij de situatie: doel, aantal betrokkenen, risico, kapitaalbehoefte en wie wil meebeslissen.

  • Kies de vorm met kenmerken die daarbij passen en noem minstens twee kenmerken als argument.

  • Noem ook het nadeel: meer formaliteiten bij een bv, onbeperkt privérisico bij een eenmanszaak of vof.

  • Een ondernemer kijkt vooral naar risico en geld, een bestuurder ook naar doel, leden en toezicht.

  • Van rechtsvorm veranderen kan later, maar dat kost tijd en geld en vaak een notaris.

Syllabus 13.1.3: de keuze voor een bepaalde rechtsvorm uitleggen, in de rol van ondernemer en bestuurder. Beoordeel een antwoord op: rechtsvorm genoemd, kenmerken gekoppeld aan de casus, gevolg voor de organisatie. Veelgemaakte fout: alleen 'omdat het goedkoop is' zeggen zonder kenmerk te koppelen aan de situatie.

Een verenigingslid betaalt tien keer zoveel contributie. Hoeveel stemmen heeft dat lid in de regel?

A

Eén stem, net als elk ander lid

B

Tien stemmen, naar verhouding van de contributie

C

Geen stem, want het bestuur beslist alles

D

Een meerderheid, want dit lid betaalt het meest

Syllabus 13.1.2: leiding, besluitvorming en zeggenschap bij de vereniging. In de regel heeft elk lid één stem in de ledenvergadering, tenzij de statuten anders bepalen; bij een bv of nv volgt de stem het aantal aandelen. Verwachte fout: contributie behandelen als aandelen.

Noem één nadeel van een bv voor een starter.

Syllabus 13.1.3. Goed antwoord: meer formaliteiten en kosten, zoals de notaris bij oprichting, of dat de bv zelf vennootschapsbelasting betaalt. Verwachte fout: noemen dat de eigenaar aansprakelijk is, dat geldt juist niet.

Welk onderdeel vond je het lastigst?

1

Hoofdelijke aansprakelijkheid

2

Belasting per rechtsvorm

3

Zeggenschap bij aandelen

4

Een rechtsvorm kiezen

Gebruik de uitslag om te bepalen waar je in de examentraining extra aandacht aan besteedt.

Welke rechtsvorm kies jij, en waarom?

Een goed antwoord noemt een vorm én minstens twee kenmerken (bijvoorbeeld risico en kapitaal) die passen bij het bedrijf dat de leerling bedenkt.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Begrippen (1/2)

  • rechtsvorm: De juridische vorm van een organisatie.

  • natuurlijk persoon: Een mens met eigen rechten en plichten.

  • rechtspersoon: Een organisatie met eigen rechten, plichten en vermogen.

  • eenmanszaak: Eén eigenaar, geen rechtspersoon, privé aansprakelijk.

  • vennootschap onder firma: Twee of meer vennoten, hoofdelijk aansprakelijk.

Deze slide heeft geen instructies

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Begrippen (2/2)

  • besloten vennootschap: Rechtspersoon met aandelen, niet op de beurs.

  • naamloze vennootschap: Rechtspersoon met aandelen die op de beurs kunnen.

  • stichting: Rechtspersoon zonder leden, met een bestuur en een doel.

  • vereniging: Rechtspersoon met leden die zeggenschap hebben.

  • hoofdelijke aansprakelijkheid: Ieder voor het geheel aansprakelijk.

Deze slide heeft geen instructies