Rechtsvormen (Bedrijfseconomie vwo), les 3: Terugblik quiz

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Quiz

Terugblik: Rechtsvormen

1 / 14
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBedrijfseconomieMiddelbare schoolvwoLeerjaar 4-6

In deze les zitten 14 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Introductie

Terugblikquiz van 11 vragen over alle rechtsvormen: continuïteit, financiering, aansprakelijkheid, belasting en zeggenschap. Geschikt als afsluiting of herhaling voor het examen.

Onderdelen in deze les

Marktkraam bakker, Montfoort, 2012. Foto: Onderwijsgek, CC BY-SA 3.0

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Quiz

Terugblik: Rechtsvormen

Les 3 van 3. Leerlingen beantwoorden individueel; bespreek na elke paar vragen kort de antwoorden. Image credit: Onderwijsgek / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

De enige bestuurder van een stichting overlijdt. Wat geldt voor de continuïteit?

A

De stichting houdt direct op te bestaan

B

Het vermogen valt toe aan de erfgenamen

C

Ze bestaat voort en krijgt een nieuwe bestuurder

D

De oprichter moet een nieuwe stichting oprichten

Syllabus 13.1.2: continuïteit. Een stichting is een rechtspersoon en bestaat los van de personen in het bestuur. De statuten regelen hoe een nieuwe bestuurder wordt benoemd; regelen ze dat niet, dan kan de rechtbank een bestuurder benoemen (art. 2:299a BW). Verwachte fout: de stichting als eenmanszaak zien, of denken dat het vermogen naar de erfgenamen gaat.

Vul in

Een vof heeft naast het privévermogen van de vennoten een eigen firmavermogen, maar de vennoten zijn hoofdelijk aansprakelijk voor de schulden.

firmavermogen
hoofdelijk
bedrijfskapitaal
beperkt

Syllabus 13.1.2. Verwachte fout: beperkt invullen.

Welke financieringsbron heeft een nv wel, maar een stichting niet?

A

Aandelenkapitaal van beleggers

B

Een lening van de bank

C

Subsidie van de gemeente

D

Eigen inkomsten uit verkoop

Syllabus 13.1.2: financiering. Alleen een nv (en bv) heeft aandelen; een stichting heeft geen aandeelhouders. Verwachte fout: een lening, die kan een stichting ook krijgen.

Bij welke twee rechtsvormen betalen de eigenaren zelf inkomstenbelasting over het resultaat?

A

Eenmanszaak en besloten vennootschap

B

Eenmanszaak en vennootschap onder firma

C

Besloten vennootschap en naamloze vennootschap

D

Vennootschap onder firma en stichting

Syllabus 13.1.2: belastingen. Bv en nv betalen zelf vennootschapsbelasting. Verwachte fout: de eenmanszaak combineren met de bv.

Waarom vraagt een bank bij een bv soms een borg?

Syllabus 13.1.2: aansprakelijkheid. Goed antwoord: de aandeelhouder is niet privé aansprakelijk, dus de bank kan anders alleen bij de bv zelf terecht en loopt meer risico; een borg dekt dat. Verwachte fout: noemen dat een bv geen lening mag aangaan.

Een bv huurt een bedrijfspand. Wie is partij bij het huurcontract?

A

De aandeelhouders persoonlijk

B

De bestuurder persoonlijk

C

De notaris die de bv oprichtte

D

De bv zelf, als rechtspersoon

Syllabus 13.1.1: een rechtspersoon kan zelf contracten sluiten; het bestuur treedt namens de bv op. Verwachte fout: de bestuurder persoonlijk.

Een ondernemer zoekt een investeerder die kapitaal inbrengt, zeggenschap krijgt naar inbreng en niet privé opdraait voor schulden. Welke vorm past?

A

Besloten vennootschap

B

Vennootschap onder firma

C

Eenmanszaak

D

Stichting

Syllabus 13.1.3: keuze onderbouwen. Aandelen koppelen kapitaal aan zeggenschap, en de aansprakelijkheid is beperkt. Een investeerder in een vof zou hoofdelijk aansprakelijk zijn. Verwachte fout: vof, omdat die ook met meer personen is.

Welke uitspraak over bv en nv klopt?

A

Alleen de bv is een rechtspersoon

B

Bij een nv zijn aandeelhouders hoofdelijk aansprakelijk

C

Beide gaan door als aandeelhouders wisselen

D

Aandelen van een bv worden vrij op de beurs verhandeld

Syllabus 13.1.2: continuïteit. Bv en nv zijn allebei rechtspersoon met beperkte aansprakelijkheid; ze bestaan los van wie de aandelen heeft. Het verschil is de verhandelbaarheid van de aandelen. Verwachte fout: eigenschappen van de nv als uniek zien.

Wat volgt uit het feit dat een stichting geen leden of eigenaren heeft?

A

Aandeelhouders bepalen de koers

B

De overheid benoemt altijd het bestuur

C

Het bestuur bepaalt de koers, binnen de statuten

D

Donateurs stemmen over elk besluit

Syllabus 13.1.2: leiding en zeggenschap. Verwachte fout: donateurs zien als leden.

Voetbalvereniging VV Noord houdt € 20.000 over. Wat mag zij niet doen?

A

Het overschot onder de leden verdelen

B

Het overschot gebruiken voor een nieuw veld

C

Het overschot reserveren voor volgend seizoen

D

Het overschot gebruiken voor een trainer

Syllabus 13.1.2. Een vereniging mag geen winst uitkeren aan de leden; het resultaat dient het doel. Verwachte fout: de vraag lezen als 'wat mag wel'.

Vul in

Bij een stichting regelen de statuten wie het bestuur benoemt; bij een vereniging kiezen de leden het bestuur.

statuten
leden
aandeelhouders
vennoten

Syllabus 13.1.2: leiding, besluitvorming en zeggenschap. Verwachte fout: aandeelhouders invullen.

Hoe zeker voel je je over dit onderwerp?

1

Heel zeker

2

Redelijk zeker

3

Niet zo zeker

4

Helemaal niet zeker

Gebruik de uitslag om te bepalen of je een onderdeel herhaalt.

EXAMENSTOF · PERSOON · RECHTSVORMEN

Goed gedaan!

Je kunt nu rechtsvormen vergelijken op continuïteit, financiering, aansprakelijkheid, belasting en zeggenschap, en een keuze onderbouwen.

Deze slide heeft geen instructies