A2 Thema 2 Les 2.4
We leren woorden rondom het thema Uit Eten!
A2 Thema 2 Les 2.4
We leren woorden rondom het thema Uit Eten!
Vroeger
Heel lang geleden.
Voorbeeldzin:
Mijn opa had vroeger geen TV.
Gestudeerd (voltooid deelwoord)
Er voor geleerd hebben. Op een school zitten om iets te leren.
Ik studeer, hij studeert, wij studeren
Voorbeeldzin:
Vroeger heb ik Nederlands gestudeerd.
Menukaart
Een kaart waarop staat wat je kunt eten en drinken in een restaurant.
Mv: De menukaarten
Voorbeeldzin:
Heeft u voor ons de menukaart?
Ham
Vlees van een varken.
voorbeeldzin:
Mag ik een tosti met ham en kaas?
Geit
Zoogdier.
Mv: De geiten
Voorbeeldzin:
Ik maak stoofpot van het vlees van een geit.
Salade
Eten wat gemaakt is van sla en groenten
Mv: De salades
Voorbeeldzin:
Ik vind salade heel lekker.
Pasta
Italiaans eten gemaakt van deeg.
Mv: de pasta's
Voorbeeldzin:
Italianen maken de beste pasta.
Friet
Eten gemaakt van aardappel.
Voorbeeldzin:
Ik eet graag friet met mayonaise.
Half
De helft van iets.
Bijv nmw: Halve
Voorbeeldzin:
Ik drink een half glas bier.
Drank
Dat wat je kan drinken.
Mv: dranken
Voorbeeldzin:
Ik heb genoeg van de drank.
Het idee
Iets goeds wat je bedacht hebt. (zelf verzonnen)
Mv: De ideeën
Voorbeeldzin:
Wat een goed idee om uit eten te gaan.
Ober
De man/vrouw die in een restaurant werkt en het eten en drinken brengt.
Mv: Obers
Voorbeeldzin:
De ober is erg vriendelijk.
Gesmaakt (voltooid deelwoord)
Het proeven van het eten.
Voorbeeldzin:
Heeft het eten gesmaakt?
Smaakt het allemaal?
Rekening
Papier waarop staat wat je hebt besteld en hoeveel je moet betalen.
Mv: De rekeningen
Voorbeeldzin:
Mag ik de rekening alstublieft?