Donderdag 12 februari

Donderdag 12 februari 2026
09.15 uur 10.00 uur Voorbereidingsopdracht Beroepenevent
12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur NT2  Dictee 1.10
13.05-13.50 uur Rekenen
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50-14.35 uur M&M
11.05 - 11.50  uur NT2  Grammatica : Telwoorden
les 23 Klare taal
11.50- 12.35  uur   NT2  VALENTIJNSDAG
1 / 45
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Middelbare schoolvmbo bLeerjaar 2

In deze les zitten 45 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Donderdag 12 februari 2026
09.15 uur 10.00 uur Voorbereidingsopdracht Beroepenevent
12.35 - 13.05 uur  PAUZE
10.00- 10.45 uur NT2  Dictee 1.10
13.05-13.50 uur Rekenen
10.45 - 11.05 uur  PAUZE 
13.50-14.35 uur M&M
11.05 - 11.50  uur NT2  Grammatica : Telwoorden
les 23 Klare taal
11.50- 12.35  uur   NT2  VALENTIJNSDAG

Slide 1 - Tekstslide

VOORBEREIDINGSOPDRACHT
Jullie gaan de voorbereidingsopdracht voor volgende week afmaken. 
Kies 5 beroepen en bedenk 5 vragen die je wilt stellen aan de bedrijven die daar zijn!.

Slide 2 - Tekstslide

DICTEE 1.10
Ik heb zin in het weekend!
Wat ga je vanavond doen?
Ik ga met een vriendin naar de film.
Ga jij ’s ochtends weleens zwemmen?
Nee, ik moet altijd vroeg uit bed.

Slide 3 - Tekstslide

DICTEE
In het weekend wil ik lang slapen.
Ik moet op zaterdag mijn huis
schoonmaken.
’s Avonds ga ik soms naar een café.
We kletsen dan met elkaar en drinken bier.
Veel plezier! Tot maandag!

Slide 4 - Tekstslide

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 5 - Tekstslide

Grammatica Les 23
Vandaag gaan we TELWOORDEN  behandelen
Aan het eind van de les weet  je hoe je deze woorden   moet gebruiken en schrijven.

Slide 6 - Tekstslide

TELWOORDEN
Woorden waarmee je kunt  tellen, heten telwoorden
NA EEN TELWOORD KOMT MEESTAL EEN WERKWOORDSVORM

Slide 7 - Tekstslide

Getallen:
1 één
10 tien
100 honderd
1000 duizend
10.000 tienduizend
100.000 honderdduizend
11 elf
13 dertien
111 honderdelf
1.356 dertienhonderd-zesenvijftig
34.876 vierendertigduizend-achthonderdzesenzeventig
138.984 honderdachtendertigduizend-negenhonderdvierentachtig

Slide 8 - Tekstslide

LET OP!
Bij duizendtallen zet men in het Nederlands een punt, geen komma:
34.348 = vierendertigduizend

Bij GELDGETALLEN wordt een komma gebruikt:
€ 1,34 = één ( euro) vierendertig (cent). 
(let op de € voor het bedrag)
Je mag het woord euro ook achter het bedrag schrijven: 1,34 euro

Slide 9 - Tekstslide

NA EEN TELWOORD KOMT MEESTAL MEERVOUD:
twee kaartjes, drie glazen bier, vijf jassen.

UITZONDERINGEN:
vijf euro, drie uur, twee keer, 20 cent, 33 jaar

Slide 10 - Tekstslide

DATUMS EN TIJD
Een datum wordt zo geschreven:
01-12-2005 = 1/12/05
30-05-1967 = 30/05/67
TIJDEN
00.00 uur = 12 uur s'nachts
09.00 uur = 9 uur s'morgens
12.00 uur = 12 uur s'middags
21.00 uur = sávonds

Slide 11 - Tekstslide

OEFENINGEN 
Maak de oefeningen op het werkblad, lees goed !
Als iedereen klaar is , kijken we het samen na!

SUCCES!

Slide 12 - Tekstslide

Antwoorden Oefening 1
  1. 3.558 
  2. 30.415
  3. 13.849
  4. 34.964
  5. 90.989

Slide 13 - Tekstslide

Antwoorden oefening 2
  1. € 3,75
  2. € 5,54
  3. € 9,99
  4. € 10,34
  5. € 13,14
  6. € 1,80
  7. € 6,66
  8. € 16,60
  9. € 60,95
  10. € 66,00 

Slide 14 - Tekstslide

Antwoorden oefening 3
  1. € 30.000,00
  2. € 30.000,13
  3. € 13.000.45
  4. € 3.00.000,00
  5. € 138.555,00

Slide 15 - Tekstslide

Antwoorden oefening 4
  1. kaartjes
  2. auto's 
  3.  kopjes
  4. rozen
  5. euro
  6. keer
  7. jaar
  8. uur

Slide 16 - Tekstslide

Antwoorden oefening 5
  1. kwart voor twee 's middags
  2. kwart over acht 's avonds
  3. vijf over half tien 's avonds
  4. tien over twee 's nachts
  5. vijf over acht 's morgens
  6. tien over elf 's morgens
  7. tien over twaalf 's nachts
  8. vijf over half twee 's nachts
  9. kwart over elf 's morgens
  10. tien voor half acht 's avonds

Slide 17 - Tekstslide

Welkom in de les
- Open op je iPad de lessonup app 
- Log in met de code.
Valentijnsdag

Slide 18 - Tekstslide

Dit gaan we doen:
  • Je leert waar Valentijnsdag vandaan komt.
  • Je leert wat Valentijnsdag is.
  • Je maakt een quiz over Valentijnsdag. 

Slide 19 - Tekstslide

Wat is Valentijnsdag?

Slide 20 - Woordweb

Op welke datum is het Valentijnsdag?

Slide 21 - Woordweb

Valentijnsdag, wat doe je dan?
Op 14 februari is het Valentijnsdag.
Valentijnsdag is de dag van de liefde.
Op deze dag laten mensen elkaar weten dat ze elkaar leuk vinden.
Of dat ze van elkaar houden.
Ze sturen elkaar kaartjes of geven elkaar een cadeau. 

Slide 22 - Tekstslide

De geschiedenis van Valentijnsdag:

Hoe Valentijnsdag precies ontstaan is weten we niet precies. Maar de meeste mensen geloven dat 14 februari de dag is dat de priester Valentinus stierf.

Lang geleden was er een priester in Italië.
Zijn naam was Valentinus.
Valentinus was een goed mens en hielp alle mensen die hulp nodig hadden.


Slide 23 - Tekstslide

Valentinus gaf de mensen altijd een bloem als ze hem om raad of hulp vroegen.
Valentinus kreeg ruzie met de keizer van Italië.
De keizer stuurde de priester daarom naar de gevangenis.


In de gevangenis waren de meeste bewakers niet aardig tegen Valentinus.
Sommige bewakers sloegen hem zelfs.  

Slide 24 - Tekstslide

Toch werd een van de bewakers zijn vriend.
Deze bewaker had een dochter die blind was. Valentinus werd verliefd op haar. Hij zorgde ervoor dat het meisje weer kon zien. Iedereen vond dat een groot wonder.

Valentinus stierf op 14 februari, 270 jaar voor de geboorte van Jezus.
Vlak voor zijn dood schreef hij nog een liefdesbriefje aan de dochter van de bewaker. Op het briefje stond: 'Van je Valentijn'.

Slide 25 - Tekstslide

Kaartje sturen
In Nederland wordt Valentijnsdag nog niet zo lang gevierd.
Mensen sturen op Valentijnsdag een kaartje naar iemand.
Bijvoorbeeld omdat ze verliefd zijn.

Slide 26 - Tekstslide

Anoniem
Vroeger werden valentijnskaartjes anoniem verstuurd.
De schrijver schreef dan geen naam op de kaart.
De ontvanger wist dus niet wie de kaart had verstuurd. 

Slide 27 - Tekstslide

Amerika
Ook in andere landen wordt Valentijnsdag gevierd.
In Amerika is Valentijnsdag een groot feest. Amerikanen geven die dag veel geld uit. Ze geven hun vriend of vriendin cadeaus. Of ze sturen elkaar bloemen en bonbons.

Slide 28 - Tekstslide

Japan
In Japan worden ook bonbons uitgedeeld tijdens Valentijnsdag. Vooral vrouwen geven mannen op hun werk bonbons. Ook sturen veel vrouwen een valentijnskaartje.
En niet alleen naar hun partner, maar ook naar hun huisdier

Slide 29 - Tekstslide

QUIZ

Heb je goed opgelet?
Dan komen nu een aantal vragen over het verhaal. 

Slide 30 - Tekstslide

Wat was het beroep van Valentijn?
A
priester
B
timmerman
C
bakker
D
gevangenisbewaker

Slide 31 - Quizvraag

Uit welk land kwam Valentijn?
A
Amerika
B
Japan
C
Italië
D
Nederland

Slide 32 - Quizvraag

Waarom moest Valentijn naar de gevangenis?
A
Hij had wat gestolen
B
Hij kreeg ruzie met de keizer
C
Hij had een liefdesbrief geschreven
D
Hij had te hard gereden met zijn auto

Slide 33 - Quizvraag

Op wie werd Valentijn verliefd?
A
Op de dochter van de keizer
B
Op de dochter van een bewaker
C
Op de dochter van de bakker
D
Op de dochter van de smit

Slide 34 - Quizvraag

Wanneer stierf Valentijn?
A
Op 14 april
B
Op 14 maart
C
Op 14 februari
D
Op 14 september

Slide 35 - Quizvraag

Wat stond er op het briefje dat Valentijn voor zijn dood schreef?
A
'Van je Valentijn'
B
'Van je liefje'
C
'Van je snoepje'
D
'Van je vriendje'

Slide 36 - Quizvraag

Valentijnskaarten zijn vaak anoniem. Wat betekent dat?
A
Dat de afzender zijn naam niet op de kaart schrijft.
B
Dat de afzender zijn naam wel op de kaart schrijft.
C
Dat de afzender zijn naam mooi versierd.
D
Dat de afzender eerst vraagt of hij/ zij een kaartje mag sturen.

Slide 37 - Quizvraag

In welk land vieren ze Valentijnsdag heel groot?
A
Oostenrijk
B
Amerika
C
Roemenië
D
Frankrijk

Slide 38 - Quizvraag

In welk land sturen ze op Valentijnsdag kaartjes naar huisdieren?
A
Oostenrijk
B
Amerika
C
Roemenië
D
Japan

Slide 39 - Quizvraag

Heb je weleens een valentijnskaart naar iemand gestuurd?

Slide 40 - Woordweb

Slide 41 - Video

Pauze
  • Waar is de pauze?
  • Wat mag wel en wat mag niet in de pauze?
  • Waar mag je buiten zijn in de pauze? 

Slide 42 - Tekstslide

REKENEN 
met meneer Antoon

Slide 43 - Tekstslide

MENS & MAATSCHAPPIJ

Slide 44 - Tekstslide

TAAL COMPLEET 1.6

Slide 45 - Tekstslide