SPD Thema 5. (5.1&5.2)

Verstandelijke beperking
1 / 11
volgende
Slide 1: Woordweb
SPDMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 11 slides, met interactieve quizzen.

Onderdelen in deze les

Verstandelijke beperking

Slide 1 - Woordweb

Wat is de definitie van een verstandelijke beperking?

Slide 2 - Open vraag

Moeder rookt tijdens de zwangerschap. Het kind raakt hierdoor verstandelijk beperkt. Dit noem je:
A
Postnataal
B
Perinataal
C
Prenataal
D
Pronataal

Slide 3 - Quizvraag

Het kindje had de navelstreng om zijn nekje en raakt hierdoor beperkt. Dit noem je:
A
Perinataal
B
Prenataal
C
Postnataal
D
Paranataal

Slide 4 - Quizvraag

Kort na de geboorte raakt het kindje verstikt en ontwikkeld hierdoor een verstandelijke beperking. Dit noem je:
A
Pirinataal
B
Postnataal
C
Prenataal
D
Perinataal

Slide 5 - Quizvraag

Welk IQ heeft iemand met een licht verstandelijke beperking?
A
50-70
B
20-50
C
<20
D
40-80

Slide 6 - Quizvraag

Welk IQ heeft iemand met een matig verstandelijke beperking?
A
<20
B
20-50
C
50-70
D
70-90

Slide 7 - Quizvraag

Welk IQ heeft iemand met een ernstig verstandelijke beperking?
A
20-50
B
50-70
C
<20
D
30-60

Slide 8 - Quizvraag

Froukje snapt bij het zien van een badpak dat ze gaat zwemmen. In welke ervaringsfase zit ze?
A
Lichaamsgebonden ervaringsfase
B
Associatieve ervaringsfase
C
Structurerende ervaringsfase
D
Vormgevende ervaringsfase

Slide 9 - Quizvraag

Hans kan zelf de materialen opruimen van de gymzaal als je hem deze taak geeft. In welke ervaringsfase zit hij?
A
Lichaamsgebonden ervaringsfase
B
Associatieve ervaringsfase
C
Structurerende ervaringsfase
D
Vormgevende ervaringsfase

Slide 10 - Quizvraag

Margreet gaat een zelfverzonnen recept uitproberen. In welke ervaringsfase zit ze?
A
Lichaamsgebonden ervaringsfase
B
Associatieve ervaringsfase
C
Structurerende ervaringsfase
D
Vormgevende ervaringsfase

Slide 11 - Quizvraag