Lange en korte klank + meervoud korte

1 / 21
volgende
Slide 1: Tekstslide
NT2Beroepsopleiding

In deze les zitten 21 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Meervoud maken
woorden met een lange klank        aa  ee  oo  uu 

Twee dezelfde klinkers en daarna één medeklinker?
Je schrijft 1 klinker in het meervoud.

raam   ra-men                  reep     re-pen
boot    bo-ten                   muur   mu-ren     

Slide 3 - Tekstslide

één schuur, twee ...
A
schuren
B
schuuren

Slide 4 - Quizvraag

Wat is het meervoud van raam?
A
ramen
B
raamen

Slide 5 - Quizvraag

Wat is het meervoud van muur?
A
muuren
B
muren

Slide 6 - Quizvraag

Wat is het meervoud van rook?
A
roken
B
rooken

Slide 7 - Quizvraag

Een schaar, twee ...

Slide 8 - Open vraag

Meervoud maken
Woorden met een korte klank        a  e  i o  u 
Eén klinker en daarna één medeklinker?

Je schrijft 2 medeklinkers in het meervoud.

vis  ->      vissen         kat ->   katten         rug -> ruggen
mes  ->  messen       zin ->   zinnen 

Slide 9 - Tekstslide

Eén gum, twee ...
A
gumen
B
gummen

Slide 10 - Quizvraag

Eén kip, drie ...
A
kipen
B
kippen

Slide 11 - Quizvraag

Wat is het meervoud van jas?
A
jassen
B
jasen

Slide 12 - Quizvraag

Daar staan 8 ...?
A
busen
B
bussen

Slide 13 - Quizvraag

Konijnen slapen in .....?
A
hoken
B
hokken

Slide 14 - Quizvraag

Enkelvoud

Hier is er één van.
Meervoud

Dit zijn er twee of meer.
kast
stoel
tafels
kasten
bank
stoelen
bed
bedden
tafel
banken

Slide 15 - Sleepvraag

Een klok, twee ...

Slide 16 - Open vraag

Wat is het meervoud van kip?
A
kippen
B
kipen

Slide 17 - Quizvraag

Wat is het meervoud van pan?
A
pannen
B
panen

Slide 18 - Quizvraag

Wat is het meervoud van aap?
A
aapen
B
apen

Slide 19 - Quizvraag

Wat is het meervoud van vis?
A
visen
B
vissen

Slide 20 - Quizvraag

Hoe ging het maken van meervouden?
😒🙁😐🙂😃

Slide 21 - Poll