Les 4a Primair onderwijs & speciaal onderwijs

primair- en speciaal onderwijs
1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
PDOHBOStudiejaar 4

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min

Onderdelen in deze les

primair- en speciaal onderwijs

Slide 1 - Tekstslide

Doel van deze les:


-je weet wat een schoolondersteuningsprofiel is;
- je kent het verschil tussen SO en sbo;

Slide 2 - Tekstslide

Waar staat de afkorting VVE voor?

Slide 3 - Open vraag

Wat is het doel van VVE?
A
Voorkomen dat kinderen een emotionele achterstand oplopen in hun jonge jaren.
B
Om ouders van kinderen met verschillende leerachterstanden te ondersteunen.
C
Om de ontwikkeling van kinderen tussen de 2 en 13 jaar te monitoren.
D
Ter voorkoming van taalachterstand bij een kind.

Slide 4 - Quizvraag

Wie geeft de VVE indicatie?
A
Pedagogisch medewerkers van de opvang
B
Kinderarts van het consultatiebureau
C
De eigen huisarts
D
De logopedist werkzaam op het kinderdagverblijf.

Slide 5 - Quizvraag

1.3 Primair onderwijs en BSO
Schoolondersteuningsprofiel (SOP)
Belangrijke leerstof: subparagraaf 'uitgangspunten en doelstellingen basisonderwijs'.

In het schoolondersteuningsprofiel beschrijft een school welke hulp het kan bieden. Voorbeelden
- expertise binnen het team voor leerlingen met vormen van ASS, 
- expertise voor leerlingen met angst- of hechtingsproblematiek, 
- een docent die gebarentaal beheerst en 
- bv. of de school toegankelijk is voor leerlingen in een rolstoel (denk aan geen drempels en brede doorgangen). 

Mist de school deze expertise, dan staat in het SOP waar de school de expertise vandaan kan halen (bv. externe contacten) of welke school dan het beste aansluit bij de ondersteuningsbehoefte van de leerling.
Vraag: Wat houdt de afkorting ASS in? Wat betekent 'expertise' en wat wordt er bedoeld met 'ondersteuningsbehoeften?

Slide 6 - Tekstslide

1.3 Primair onderwijs en BSO
Diversiteit
Scholen hebben een belangrijke rol in de kennismaking met diversiteit.
Leerlingen leren  elkaar te accepteren. Ongeacht iemands culturele afkomst, huidskleur, gender, uiterlijk, lichamelijke ontwikkelingen, gewoontes, levensvisies en ideeën.

Vraag: moeten leerlingen het dan altijd met elkaar eens zijn of vrienden zijn? Wat is wel belangrijk?
Vroeger waren kenden scholen vaak een homogene populatie. Zoek dat even op in je boek (blz. 28). 

Vraag: wat houdt dat begrip in? En welke rol heb jij hier als onderwijzend personeel in?

  

Slide 7 - Tekstslide

1.3 Primair onderwijs en BSO
Brede buurtschool

-Centrum van de buurt waar onderwijs, opvoeding, sociaal-cultureel werk en jeugdhulpverlening bij elkaar komen.
-Vooral in achterstandswijken.

Integraal Kind Centrum (IKC)

-Voorziening op één locatie voor kinderen van 0-12 jaar waar ze de hele dag kunnen komen om te leren, spelen, ontwikkelen en ontmoeten.

-Specialisten in één gebouw: -kinderopvang, basisschool, BSO, verpleegkundige, maatschappelijk werker en opvoedingsondersteuner. 

Wie van jullie loopt nu stage op een IKC of heeft daar vorig jaar stage gelopen?
IKC Magenta in Delden

Slide 8 - Tekstslide

Welke problematiek hebben leerlingen die naar het Speciaal Onderwijs (SO) gaan?

Slide 9 - Woordweb

1.3 Speciaal (basis)onderwijs
Speciaal Onderwijs (SO)    
De cluster scholen:
Cluster 1: Visueel gehandicapte
                  kinderen
Cluster 2: Dove of slecht horende   
                   kinderen
Cluster 3: langdurig zieke kinderen
                   met een lichamelijke
                   handicap
Cluster 4:  langdurig zieke kinderen 
                    zonder lichamelijke 
                   handicap en zeer moeilijk 
                    opvoedbare kinderen
Speciaal Basisonderwijs (SBO)
Voor leerlingen die meer ondersteuning nodig hebben dan dat het regulier onderwijs kan bieden.

LOM:  kinderen met Leer en Opvoedings-
            Moeilijkheden
MLK:  Moeilijk Lerende Kinderen
IOBK: In Ontwikkeling Bedreigde Kleuters

Basisscholen en SBO werken samen in het REC: Regionaal Expertise Centra.

Slide 10 - Tekstslide

1.3 Speciaal (basis)onderwijs
Speciaal Basisonderwijs (SBO)
Dezelfde doelen als op een reguliere basisschool.
Dit betekent dat de leerlingen  van beide schooltypen dezelfde basiskennis moeten hebben behaald als zij van school af gaan.

Leerlingen op het sbo mogen er wel langer over doen. Dit kan uitlopen tot ze 14 jaar zijn.  
Groepen zijn kleiner-> meer ondersteuning. Vaak staan er twee personen voor een groep. Een leerkracht en een onderwijsassistent.

Plaatsing op een sbo vindt altijd plaats in overleg tussen ouders en basisschool en na een langdurig ondersteuningstraject. De ib'er (intern begeleider) is hier nauw bij betrokken. 

Slide 11 - Tekstslide

Onder welk cluster valt een leerling met visuele problematiek?
A
Cluster 1
B
Cluster 2
C
Cluster 3
D
Cluster 4

Slide 12 - Quizvraag

Onder welk cluster valt een zeer moeilijk opvoedbare leerling?
A
Cluster 1
B
Cluster 2
C
Cluster 3
D
Cluster 4

Slide 13 - Quizvraag

Onder welk cluster valt een langdurig zieke leerling zonder lichamelijke beperking?
A
Cluster 1
B
Cluster 2
C
Cluster 3
D
Cluster 4

Slide 14 - Quizvraag

Onder welk cluster valt een leerling met auditieve problematiek?
A
Cluster 1
B
Cluster 2
C
Cluster 3
D
Cluster 4

Slide 15 - Quizvraag

Onder welk cluster valt een langdurig zieke leerling met een lichamelijke handicap ?
A
Cluster 1
B
Cluster 2
C
Cluster 3
D
Cluster 4

Slide 16 - Quizvraag

Wie onderzoekt of een leerling naar het SO kan worden verwezen?
A
WEC
B
Een huisarts
C
BSO
D
REC

Slide 17 - Quizvraag

Einde van de les

Slide 18 - Tekstslide