Ademhaling en uitscheiding (Biologie vmbo), les 2: Examentraining

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Examentraining

Ademhaling en uitscheiding: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorBiologieMiddelbare schoolvmboLeerjaar 3,4

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vier vraagtypen: delen aanwijzen op een tekening, bouw en functie, een situatie verklaren en urine en afvalstoffen. Acht vragen in examenstijl, waarvan twee met een tekening met letters.

Onderdelen in deze les

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Examentraining

Ademhaling en uitscheiding: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Charles Daghlian / Wikimedia Commons, publiek domein

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Wat ga je kunnen?

Ik kan delen aanwijzen op een tekening, bouw en functie uitleggen en situaties met luchtwegen en urine verklaren.

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: wat wordt er gevraagd en over welk orgaan gaat het?

  • 2. Kijk: bekijk de tekening goed. Welke vorm, ligging en kleur zie je?

  • 3. Denk: welk begrip uit de les past hierbij?

  • 4. Controleer: past je antwoord bij alle gegevens in de vraag?

Deze slide heeft geen instructies

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Vraagtype 1: delen aanwijzen op een tekening

  • Je krijgt een tekening met letters.

  • Zoek eerst de buis of holte waar de vraag over gaat.

  • Kijk naar de ligging: wat ligt waar, en wat ligt erbinnen of erbuiten?

  • Schrijf of kies de letter die bij het deel hoort.

Deze slide heeft geen instructies

Welke letter is de huig?

A

Letter D

B

Letter A

C

Letter B

D

Letter E

De huig is het druppelvormige deel dat achter in de mond hangt: letter D. Verwachte fout: letter E kiezen, dat is het strotklepje boven de luchtpijp. Image credit: Eigen tekening

Welke letter is het niermerg?

A

Letter A

B

Letter C

C

Letter B

D

Letter D

Het niermerg is de donkere laag binnenin de nier: letter B. Verwachte fout: letter C, de nierschors, die om het merg heen ligt. Letter D is het nierbekken. Image credit: Eigen tekening

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Vraagtype 2: bouw en functie van een deel

  • Bij 'bouw en functie' leg je uit waarom een deel zo gebouwd is.

  • Kraakbeenringen: houden de luchtpijp open.

  • Slijmvlies met trilharen: houdt de luchtwegen schoon.

  • Noem altijd het deel en wat het doet.

Deze slide heeft geen instructies

Waarom heeft je luchtpijp kraakbeenringen?

A

Ze maken slijm aan

B

Ze houden de luchtpijp open

C

Ze voeren stof af

D

Ze verwarmen de lucht

Kraakbeenringen zorgen dat de luchtpijp niet dichtklapt. Verwachte fout: stof afvoeren kiezen, dat doen de trilharen.

Wat doen trilharen met slijm en stof?

Goed: ze voeren het slijm met stof naar de keelholte (omhoog, naar buiten). Verwachte fout: 'ze vangen stof op', maar het opvangen doet het slijm.

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Vraagtype 3: een situatie verklaren

  • Je krijgt een situatie en moet het goede begrip kiezen.

  • Lees welke klachten er zijn en waar ze zitten.

  • Kijk wat de oorzaak is: stuifmeel, rook, stof of een ontsteking.

  • Kies de aandoening die bij alle gegevens past.

Deze slide heeft geen instructies

Je moet in de lente niezen en je ogen jeuken door stuifmeel. Wat past hierbij?

A

Longemfyseem

B

Bronchitis

C

Astma

D

Hooikoorts

Niezen en jeukende ogen door stuifmeel horen bij hooikoorts. Verwachte fout: astma kiezen. Bij astma zitten de klachten in de luchtwegen en word je benauwd.

Wat gebeurt er bij longemfyseem met de longblaasjes?

A

Ze raken verstopt met slijm

B

Ze krijgen een kramp en worden nauw

C

Het slijmvlies ontsteekt

D

De wanden gaan kapot, zodat er minder oppervlak is

Bij emfyseem raken de wanden van de longblaasjes kapot en neemt het oppervlak af. Verwachte fout: het slijmvlies ontsteekt, dat is bronchitis.

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Vraagtype 4: urine en afvalstoffen

  • Bij deze vragen gaat het om wat je lichaam uitscheidt.

  • Je nieren maken urine van water en afvalstoffen uit het bloed.

  • Hoeveel water er in urine zit, wisselt.

  • De lever zet afvalstoffen om voordat ze worden uitgescheiden.

Deze slide heeft geen instructies

Je drinkt een dag bijna niets. Hoe is je urine dan?

A

Lichtgeel, met veel water erin

B

Donker, met weinig water erin

C

Zonder ureum

D

Net zo als op andere dagen

Drink je weinig, dan scheid je weinig water uit en is de urine donkerder. KB/GT: wisselende gehaltes water en ureum. Verwachte fout: lichtgeel kiezen.

Welk orgaan zet afvalstoffen om in ureum?

Goed: de lever. Verwachte fout: de nieren. De nieren scheiden het ureum alleen uit.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Delen aanwijzen op een tekening

2

Bouw en functie uitleggen

3

Een situatie verklaren

4

Urine en afvalstoffen

Bespreek het vraagtype met de meeste stemmen kort na met een voorbeeld.

LICHAAM · ADEMHALING EN UITSCHEIDING

Tips voor op het examen

  • Kijk bij een tekening eerst naar de ligging van het deel, dan pas naar de naam.

  • Onthoud: de huig sluit de neusholte af, het strotklepje de luchtpijp.

  • Nierschors zit buiten, niermerg binnen, nierbekken in het midden.

  • Noem bij bouw en functie altijd het deel en wat het doet.

Deze slide heeft geen instructies