Les 1 klinisch redeneren

Les 1 klinisch redeneren
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
Verpleging en verzorgingMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 2 videos.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Les 1 klinisch redeneren

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is klinisch redeneren?
Klinisch redeneren is een dynamisch denkproces waarin je op een gestructureerde manier de gezondheidssituatie van een zorgvrager beoordeelt.

'Klinisch redeneren' wil dus zeggen dat je gezondheidsproblemen van een zorgvrager probeert te verklaren en uiteenzet.

Risico's inschatten, problemen in vroeg stadium herkennen
Weten wanneer in te grijpen en wanneer monitoren

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Maken van xperts

e-Xpert mbo: 01 + 02. Pkr – Inleiding. Wat is klinisch redeneren? 

e-xpert mbo: 03. Pkr – De verschillende vormen van klinisch redeneren 

e-Xpert mbo: 05. Pkr – Redeneerhulpen 

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
klinisch redeneren

Slide 4 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeelden
Mevrouw Pieterse onttrekt zich aan groepsactiviteiten. Wat kan er aan de hand zijn?

Je geeft aan meneer van Dam diclofenac omdat hij pijn heeft na een heupoperatie. Na enkele uren heeft meneer last van zijn maag en pijn achter borstbeen. Wat kan er aan de hand zijn?

Slide 5 - Tekstslide

Dit kan passen bij depressie of beginnende dementie.


Omeprazol = zuurremmend
Stappen klinisch redeneren
Observeren
Wat neem ik waar bij de zorgvrager?<br>Wat laten de metingen van de vitale functies zien?<br>Welke medische voorgeschiedenis heeft de zorgvrager?<br>Welke klachten heeft hij op dit moment?
kennis/ervaring
Je koppelt je de observaties en gegevens van de zorgvrager aan je eigen vakkennis en ervaring over ziektebeelden en de bijbehorende symptomen.
bloedonderzoek;<br>lichamelijk onderzoek;<br>röntgenonderzoek, CT- of MRI-sca
Interventies
De zorg en interventies die (op basis van klinisch redeneren) zijn bepaald, om de zorgvrager in goede conditie te houden of te krijgen.
Alert blijven op veranderingen in de gezondheidssituatie van de zorgvrager -&gt; gewenst effect -&gt; waarom wel/niet?<br><br>Evaluatie:<br><br>&nbsp; &nbsp; Welke verandering zie ik in de gezondheidssituatie van de zorgvrager?<br>&nbsp; &nbsp; Welke zorgactiviteit leek veel effect te hebben?<br>&nbsp; &nbsp; Wat kan er nog beter?<br>&nbsp; &nbsp; Wat is daarvoor nodig?<br>&nbsp; &nbsp; Hoe zou ik dit de volgende keer doen?

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Stappen & redeneerhulpmiddelen
Stap 1: oriënteren op situatie (bijv. SBAR/MEWS/ABCDE)
Stap 1a: informatie verzamelen, stap 1b: risicoanalyse,  stap 1c: collega informeren indien nodig

Stap 2: mogelijke problemen in kaart brengen (Omaha/gordon)
Stap 2a: gegevens ordenen, stap 2b: hypothesen formuleren, stap 2c verbanden leggen.

Stap 3: Aanvullende observaties en onderzoeken (bijv. observatielijst of meting)
Stap 4: verpleegkundig beleid (PES/smart)
Stap 5: verloop monitoren (SOAP)
Stap 6: reflectie (STARRT)

Slide 7 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Time-out praktijkmodel

Slide 8 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

ICF International Classification of Functioning, disability and health

Zorgfocus in trias (zorgthema's)

Slide 9 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Triage
Je beoordeelt hoe urgent de hulpvraag van een zorgvrager is!
Acuut
Dringend
Standaard

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 11 - Tekstslide

D: controleren of hersenfunctie bedreigd is
E: b.v. onderkoeling, brandwonden, vergiftiging

Redeneerhulpmiddelen
verzamelwoord voor een lijst van methoden en stappenplannen die je kunt gebruiken om de huidige gezondheidssituatie van een zorgvrager in kaart te brengen

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet-pluisgevoel
Het gevoel dat je kunt hebben wanneer je merkt dat er iets aan de hand is met een zorgvrager. 

Je voelt dát er iets is, maar je kunt nog niet duidelijk aantonen of verwoorden wát dit is. 

Intuïtie, voorgevoel of onderbuikgevoel genoemd.

Voorbeelden?

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten niet-pluissignalen
lichamelijke niet-pluissignalen;

psychische niet-pluissignalen;
niet-pluissignalen uit de leefomgeving.

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Niet pluisgevoel

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 16 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Welke psychische
niet-pluis signalen zijn er?

Slide 17 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Psychische signalen
  • slaapproblemen, zoals slapeloosheid, heftig dromen of extreme vermoeidheid;
  • angstklachten, waardoor niet kunnen ontspannen, rusteloosheid of paniekaanvallen;
  • somberheid, vaak te herkennen aan lusteloosheid, geen initiatief tonen of geen interesse meer hebben;
  • verminderde zelfzorg of zelfverwaarlozing;
  • slecht voedingspatroon, waardoor gewichtsverlies;
  • vage of onbegrepen lichamelijke klachten, zoals maagklachten, spierspanning of hoofdpijn;
  • een recente levensgebeurtenis, zoals nieuwe lichamelijke beperkingen, overlijden of ziekte van een dierbare, verhuizing;
  • zorg weigeren of vermijden;
  • vaker om hulp bellen of juist niet om hulp bellen;
  • terugtrekken uit sociale omgeving.









Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 19 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Valkuilen bij
klinisch redeneren

Slide 20 - Woordweb

Tunnelvisie
Valkuilen
  • vastgeroeste denkbeelden, waardoor je niet goed meer kijkt naar nieuwe informatie;
  • vooringenomenheid (vooroordelen);
  • zoeken naar bevestiging: de neiging om alleen naar informatie te zoeken die jouw eigen idee ondersteunt, in plaats van ook te kijken naar informatie die jouw idee juist tegenspreekt;
  • focus op één aandoening;
  • denken dat de zorgvrager de klachten verzint;
  • zelfoverschatting;
  • te vroeg stoppen met klinisch redeneren.

Slide 21 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 22 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Welke
redeneerhulpmiddelen
kennen jullie?

Slide 23 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Slide 24 - Link

Deze slide heeft geen instructies

Hulpmiddelen
Classificatiesystemen zoals NANDA, NIC, NOC, OMAHA, ICF
SBAR
SIRS
EMV score
AVPU score
EWS
ABCDE methodiek
SOAP rapportage
pijnscore
DOS
lastmeter
HADS
SNAQ
ALTIS
SCEGS


Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht ZVP 4.3 = 31-5-2026

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies