Unit 3 §3.3

Welcome back!
This week:
  • Recap last week
  • §3.3 All Right online
  • Speaking exercise
1 / 31
volgende
Slide 1: Tekstslide
EngelsMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 1

In deze les zitten 31 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 1 min

Onderdelen in deze les

Welcome back!
This week:
  • Recap last week
  • §3.3 All Right online
  • Speaking exercise

Slide 1 - Tekstslide

Goal this week

Na deze week kun je de Present Simple gebruiken.

Slide 2 - Tekstslide

  • Recap Grammar Last week (formative)

Task List:
  • §3.3 all right online 
  • Study words §3.2-3.3
  • Study expressions §3.3

Slide 3 - Tekstslide

The Present Simple
Present Simple

Slide 4 - Tekstslide

Wanneer?
 Je gebruikt de present simple als je praat over gewoontes (dingen die regelmatig, altijd of nooit gebeuren) of als je praat over dingen die gewoon zo zijn, feiten dus. 

Signaalwoorden: Always, never, usually, sometimes, every day, every year...

Slide 5 - Tekstslide

Hoe maak je de Present Simple? 
I work
Do I work?
I don't work
You work
Do you work?
You don't work
He/She/It works
Does he/she/it work?
He/She/It doesn't work
We work
Do we work?
We don't work
You work
Do you work?
You don't work
They work
Do they work?
They don't work
Hoe maak je de Present Simple?
Onderwerp + werkwoord
Do/does + onderwerp + werkw.
Onderwerp + don't/doesn't + werkw.

Slide 6 - Tekstslide

In short:
+ SHIT-regel = ww +s (de rest hele ww)
- Don't/ Doesn't + hele ww
? Do/ Does + hele ww

( to be is een uitzondering! hier gebruik je steeds am-are-is)
I am always nice.
He isn't always nice.

Slide 7 - Tekstslide

Kies de juiste vorm:
You always ______ in class.
A
draw
B
draws

Slide 8 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
Lilly _______ to run.
A
don't like
B
doesn't like

Slide 9 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
_______ the dog listen to you?
A
do
B
does

Slide 10 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
Mum and dad ______ married.
A
is
B
are

Slide 11 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
Faiza _______ very cheerful today.
A
isn't
B
aren't

Slide 12 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
________ you engaged now?
A
is
B
are

Slide 13 - Quizvraag

Kies de juiste vorm:
_____ you have three dogs?
A
does
B
do

Slide 14 - Quizvraag

Maak de juiste vorm:
They _______ in the back of the car. (to be, not)

Slide 15 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
She ..... English. (to teach)

Slide 16 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
She ..... her boyfriend. (to kiss)

Slide 17 - Open vraag

Today
  • Finish Task List
  • Blooket/Gimkit 

Slide 18 - Tekstslide

Maak de juiste vorm:
We _____ got four TVs at home. (to have)

Slide 19 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
He _______ in the park. (to walk)

Slide 20 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
My uncle ________ every weekend. (to hike)

Slide 21 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
_______ you at the supermarket? (to be)

Slide 22 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
______ your phone ______ the latest update? (to have)

Slide 23 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
They _______ a lot of books. (to read, not)

Slide 24 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
______ you _____ to school every morning? (to walk)

Slide 25 - Open vraag

Present Simple:
(?)___you___apples? (like)

Slide 26 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
I _______ on holiday in France. (to be)

Slide 27 - Open vraag

Maak de juiste vorm:
Elisa _______ time for her homework. (to have, not)

Slide 28 - Open vraag

Present simple
(?)..............your sister............? (like)

Slide 29 - Open vraag

Heb jij de doelen van deze week behaald?

Slide 30 - Poll

Slide 31 - Tekstslide