Intoductieweek september opdrachten

1 / 35
volgende
Slide 1: Tekstslide
MentorlesBasisschoolGroep 1

In deze les zitten 35 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Slide 2 - Tekstslide

Slide 3 - Tekstslide

Gebruik:
- de potloden uit de doos 
- je fantasie ( je mag tekenen, versieren
timer
0:15

Slide 4 - Tekstslide

vertel iets over je naamkaartje
- ik noem een maand
- ben je in deze maand geboren, dan sta je op
- je wisselt van plaats met de andere kinderen die in dezelfde maand geboren zijn

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Kies een kant
raam of deur

Slide 8 - Tekstslide

hond - kat

Slide 9 - Tekstslide

pizza 🍕 / patat 🍟

Slide 10 - Tekstslide

zomer / winter

Slide 11 - Tekstslide

zoet / hartig

Slide 12 - Tekstslide

vroeg opstaan / uitslapen

Slide 13 - Tekstslide

stad / natuur

Slide 14 - Tekstslide

muziek luisteren / films kijken

Slide 15 - Tekstslide

?

Slide 16 - Tekstslide

Rij maken - in juiste volgorde staan

- voornaam
- ga ZONDER te praten op alfabetische volgorde staan
De leerling met een naam die begint met A staat vooraan, daarna B, C, enzovoort.
- jullie mogen wel kijken, wijzen en gebaren.
- 3 minuten

En… jullie mogen nu niet meer praten!”
timer
3:00

Slide 17 - Tekstslide

Rij maken - in juiste volgorde staan

- schoenmaat
- ga zonder te praten op schoenmaat staan, van klein naar groot
timer
3:00

Slide 18 - Tekstslide

Rij maken - in juiste volgorde staan

- leeftijd
- ga zonder te praten op leeftijd staan, van jong naar oud
timer
3:00

Slide 19 - Tekstslide

Namen spel - bal
spel in kringvorm
“Ik ben [naam]” - gooi de bal naar iemand.
Die leerling zegt zijn/haar naam en gooit naar een ander.

tweede ronde
 iedereen zegt de naam naar wie hij/zij gooit.

Slide 20 - Tekstslide

Stoelendans rugzakken
Iedereen neemt zijn/haar rugzak mee naar buiten.
We maken een grote kring en leggen de rugzakken voor ons neer.
Eén leerling staat in het midden. Er is één rugzak te weinig.
De leerling in het midden stelt een vraag, bijvoorbeeld: “Wie heeft een hond?”
Iedereen voor wie het antwoord ja is, komt in het midden staan.
Bij het signaal zoekt iedereen een andere rugzak.
Wie geen rugzak heeft, komt in het midden en stelt de volgende vraag.
Niet duwen, trekken of rugzakken afpakken!
Bedenk leuke vragen waarmee je iets over elkaar ontdekt.

Slide 21 - Tekstslide

Levend Memory
Twee leerlingen gaan naar de gang.
De overige leerlingen vormen tweetallen. 
Bedenk samen één geheim gebaar, dansje of beweging.
Verspreid je door het lokaal en ga zitten
Speler 1 noemt de naam van 2 leerlingen. Die leerlingen doen zijn/haar geheime beweging.
Zijn de bewegingen hetzelfde? Memory en 1 punt

Wie aan het einde de meeste punten heeft, wint.

Slide 22 - Tekstslide

Afkortingen vakken middelbare school
Waarom handig?

Slide 23 - Tekstslide

Afkortingen vakken middelbare school
Waarom handig?

- als je planning huiswerk maakt, hoef je niet hele vak op te schrijven (bijv. Wi - wiskunde)
- rooster overzichtelijk houden
- schrijf je op antwoordenvel bij een toets

Slide 24 - Tekstslide

We gebruiken voor ieder vak een andere afkorting:


Aardrijkskunde
AK
Beeldende vorming
BV
Muziek
MU
Nederlands 
NE
Engels
EN
vormingsles
VOR
Lichamelijke opvoeding
LO
Rekenen
RE
Wiskunde
WI
Nederlands
NE
Geschiedenis
GS
Informatie technologie
INF T
Levensbeschouwing
LBS
Duits
DU
Burgerschap junior
BSJ
Culturele kunstzinnige vorming junior
CKVJ
Frans
FA

Slide 25 - Tekstslide

Wat is de afkorting van Frans?
A
FR
B
FA
C
FRA
D
FN

Slide 26 - Quizvraag

Welk vak is BV?
A
Biologie
B
Bewegingsvorming
C
Beeldende vorming
D
Burgerschap junior

Slide 27 - Quizvraag

Schrijf de afkorting van Nederlands op

Slide 28 - Open vraag

Hoeveel vakken krijg je in jaar 1
A
15
B
16
C
17
D
18

Slide 29 - Quizvraag

Wat is de afkorting van Levensbeschouwing?
A
LBS
B
LB
C
LV
D
LBW

Slide 30 - Quizvraag

Schrijf het vak op dat bij LBS hoort.

Slide 31 - Open vraag

Wat is de afkorting van Geschiedenis?
A
GE
B
GS
C
GES
D
SH

Slide 32 - Quizvraag

Schrijf de afkorting van Frans op.

Slide 33 - Open vraag

Schrijf het vak op dat bij INFT hoort.

Slide 34 - Open vraag

Slide 35 - Tekstslide