Hoofdstuk 4 paragraaf 4 MLN 2025


Hoofdstuk 4 Elektriciteit


Par. 4.4 Vermogen en energie


1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
Nask / TechniekMiddelbare schoolvmbo k, tLeerjaar 1

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les


Hoofdstuk 4 Elektriciteit


Par. 4.4 Vermogen en energie


Slide 1 - Tekstslide

Leerdoelen
  • Je kunt  uitleggen wat het vermogen van een apparaat is.
  • Je kunt het vermogen van een apparaat berekenen.
  • Je kunt uitleggen waarom een apparaat met een groter vermogen
     meer elektrische energie verbruikt..

Slide 2 - Tekstslide

Even herhalen!!

Slide 3 - Tekstslide

weet jij het nog?
wat is spanning?

Slide 4 - Woordweb

Weet jij het nog?
wat is stroomsterkte?

Slide 5 - Woordweb

Weet jij misschien wat
vermogen is?

Slide 6 - Woordweb

Vermogen
Hoeveel elektrische energie een apparaat per seconde verbruikt, noem je het vermogen. De afkorting voor vermogen is de hoofdletter P van het Engelse woord voor vermogen, Power

Een eenheid van vermogen is de watt (W). 

Slide 7 - Tekstslide

Vermogen - typeplaatje
Het vermogen geeft ook aan wat een apparaat kan. Met een boormachine van 300 watt zal je niet zo makkelijk een gat boren als met een boormachine van 800 watt. Apparaten met een hoger vermogen kunnen meer maar gebruiken ook meer elektrische energie. Hoe groter het vermogen van een apparaat, hoe meer het apparaat kost om het te gebruiken.
Het vermogen van een apparaat staat altijd op het typeplaatje.

Een typeplaatje vind je vaak achterop of onderop een elektrisch apparaat.Op het typeplaatje vind je het vermogen van een apparaat.

Slide 8 - Tekstslide

Vermogen berekenen
Vermogen = spanning x stroomsterkte
LET GOED OP!!

Slide 9 - Tekstslide

Vermogen berekenen

Slide 10 - Tekstslide

0,2 kW =
A
0,0002 W
B
2 W
C
200 W
D
2000 W

Slide 11 - Quizvraag

500 W =
A
500000 kW
B
5000 kW
C
5 kW
D
0,5 kW

Slide 12 - Quizvraag

spanning is 12 volt
stroomsterkte 0,22A
Vermogen = spanning x stroomsterkte
bereken het vermogen
A
2,64 KW
B
2,64W
C
2,64V
D
2,64A

Slide 13 - Quizvraag

spanning is 25 V
stroomsterkte 4 A
Vermogen = spanning x stroomsterkte
bereken het vermogen
A
100 KW
B
100W
C
100V
D
100A

Slide 14 - Quizvraag

Exitticket!
wat is vermogen

Slide 15 - Woordweb

hoe bereken je
het vermogen?
formule!

Slide 16 - Woordweb

a. Heb je alles van deze les begrepen?
b. Zijn er onderdelen van deze les die je nog niet zo
goed begrijpt of waar je meer uitleg voor nodig hebt?
c. Heb je nog tips of suggesties voor deze les?

Slide 17 - Open vraag

Doen:
lezen:
 bladzijde 171 t/m 174
maken:
 opgave 1 t/m 5,7  ,10

Slide 18 - Tekstslide