V3 - H4 formuleren incongruentie en onjuiste inversie

Deze les
  • Wat zijn incongruentie en onjuiste inversie?

  • Uitleg: incongruentie en onjuiste inversie met oefeningen
  • Maken: H4 formuleren opdracht 1 t/m 3
1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Deze les
  • Wat zijn incongruentie en onjuiste inversie?

  • Uitleg: incongruentie en onjuiste inversie met oefeningen
  • Maken: H4 formuleren opdracht 1 t/m 3

Slide 1 - Tekstslide

H4 formuleren
Doel: je kan incongruentie en onjuiste inversie herkennen en verbeteren. 

Incongruentie = onjuiste samenhang tussen de persoonsvorm en het onderwerp in de zin (op het gebied van getal of persoon). 
Onjuiste inversie = een fout op het gebied van de woordvolgorde in de zin (onderwerp - persoonsvorm, persoonsvorm - onderwerp). 

In H4 grammatica zinsdelen leerde je hoe je congruentie en inversie juist toepast. Bij formuleren leer je de fouten herkennen en verbeteren. 

Slide 2 - Tekstslide




Wat is hier fout gegaan?
Is het incongruentie of foutieve inversie?
Hoe verbeter je dit?

Slide 3 - Tekstslide

Incongruentie
  • Onderwerp en persoonsvorm moeten beide enkelvoud of beide meervoud zijn. Anders is er sprake van incongruentie.
  • Incongruentie leidt tot ongrammaticale zinnen. 
  • Je kunt incongruente zinnen verbeteren door de persoonsvorm in het juiste getal te zetten: enkelvoud of meervoud.  

Slide 4 - Tekstslide

Incongruentie
Let op bij:
1. Onderwerpen die meervoud zijn, maar voor enkelvoud worden aangezien: media, politici, antibiotica, musea, etc. 
2. Onderwerpen die meervoud lijken, maar enkelvoud zijn vanwege de kern: Een groep wandelaars, een aantal jongens, een school vissen, de meerderheid van de leerlingen, etc.
3. Andere zinsdelen tussen de persoonsvorm en het onderwerp. Hierdoor raak je afgeleid van wat het eigenlijke onderwerp in de zin is. 
4. Het meewerkend voorwerp. Soms wordt het meewerkend voorwerp ten onrechte voor het onderwerp aangezien. Kijk goed wie iets doet in de zin. 

Slide 5 - Tekstslide

Een groot aantal mensen zijn naar de bijeenkomst gekomen.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 6 - Quizvraag

Volgens Van Gaal geeft de media een verkeerde weergave van de gebeurtenissen.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 7 - Quizvraag

Een aantal mensen komt altijd te laat.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 8 - Quizvraag

30 procent van de mensen zijn vaker zien dan twee keer per jaar.
A
congruentie
B
incongruentie

Slide 9 - Quizvraag

Is hier sprake van congruentie of incongruentie: Het blijkt dat de jeugd in ons land tamelijk veel alcohol drinken.
A
Congruentie
B
Incongruentie

Slide 10 - Quizvraag

Slide 11 - Video

Stappenplan inversie
1. Kijk of je te maken hebt met hoofdzin+hoofdzin (nevenschikkend) of hoofdzin+bijzin (onderschikkend). Hoofdzin+hoofdzin herken je aan de voegwoorden: en, maar, dus, of, want. 
2. Hoofdzinnen hebben altijd de volgorde onderwerp-persoonsvorm. Controleer of dit klopt, indien je te maken hebt met twee hoofdzinnen. 
3. Verbeter de zin indien nodig: draai persoonsvorm-onderwerp om. 

Slide 12 - Tekstslide

Aan de slag
Maak van H4 formuleren opdracht 1 t/m 3. 
Maak de opdrachten weer online. 

Slide 13 - Tekstslide