De opdracht gedichtenbundel M2

De gedichtenbundel
1 / 27
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 2

In deze les zitten 27 slides, met tekstslides.

Onderdelen in deze les

De gedichtenbundel

Slide 1 - Tekstslide

De gedichtenbundel

Slide 2 - Tekstslide

PO gedichtenbundel


In groepjes van drie gaan jullie een gedichtenbundel maken. 


Slide 3 - Tekstslide

Kern

Voor deze opdracht behandelen we hoofdstuk 63 en 76 uit Kern (rijm en ritme).

Slide 4 - Tekstslide

Opdracht
Je maakt in groepjes van drie jullie eigen bundel met gedichten en een kort verhaal. De opdracht kort verhaal staat in een andere LessonUp.

De dichtbundel bevat de volgende onderdelen:
  • 6 gekozen bestaande gedichten van internet en bundels
  • 5 zelf geschreven gedichten (daarvan 1 haiku, 1 stiftgedicht, 1 beeldgedicht en 2 gedichten naar keuze). Eén hiervan moet rijmen. 

Slide 5 - Tekstslide

Bundels

De gedichtenbundels liggen in  lokaal 1.23

Slide 6 - Tekstslide

Eisen 6 zelfgekozen bestaande gedichten
  • Van de zelfgekozen gedichten zijn er  2 gedichten van voor 1900.
  • Jullie kiezen 2 gedichten voor kinderen.
  • Jullie kiezen twee hedendaagse gedichten uit een bundel en niet van internet. De bundels liggen in lokaal 1.23. 
  • Vermeld van alle gedichten ook de bron. 
  • Zet boven de gedichten: "voor 1900" "hedendaags" en "kindergedicht"!!!

Slide 7 - Tekstslide

Uitleg bij bestaande gedichten
Van de gekozen gedichten vertel je het volgende, beantwoord deze vragen:
  • Wie is de schrijver?
  • Waar gaat het gedicht over?
  • Wat vinden jullie van het gedicht?
  • Wat valt jullie op aan het gedicht? Denk aan de theorie: rijm/taalgebruik/strofen/beeldspraak/enjambement/alliteratie.assonantie. De theorie hierover staat in aparte LessonUp's die de docent met jullie deelt. 
  • Wat is de bron van het gedicht (welke website). 
  • Schrijf bij ieder gedicht minimaal 150 woorden. 
  • Jullie plaatsen eerst de 2 gedichten van voor 1900 en daarna je gedichten voor kinderen. Dan de hedendaagse en daarna volgt de rest van je gedichten die je zelf hebt geschreven. 

Slide 8 - Tekstslide

Eisen vijf zelfgeschreven gedichten
Schrijf vijf gedichten:
  • Minstens 1 van jullie eigen gedichten bevat rijm en minstens 2 van jullie gedichten bevatten geen rijm. 
  • Maak gebruik van minstens 1 stijlfiguur, zoals een vergelijking, metafoor of personificatie en geef aan waar je die hebt toegepast. De theorie hiervan staat in aparte LessonUp's die de docent met jullie deelt.
  • Voeg in ieder geval een beeldgedicht, een stiftgedicht en een haiku toe. Er zijn dus twee gedichten naar keuze (kies uit: sonnet, rondeel, elfje, limerick). 

Schrijf boven elk gedicht wat voor gedicht het is!!!

Slide 9 - Tekstslide

De bundel


Maak jullie bundel zo mooi mogelijk, dus les ook op het uiterlijk. Maak er een mooi werkstuk van. Wees creatief! Verderop in deze LessonUp zie je een aantal voorbeelden van gedichten met uitwerking. 

Slide 10 - Tekstslide

Website gedichten


Klik hier voor gedichten, o.a. van voor 1900.
Klik hier voor een website waarop je het beeldgedicht kunt maken. 

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeelden
In de onderstaande dia's vind je een aantal gedichten uit een bundel gemaakt door een leerling (let op: er zitten hier en daar een paar spelfoutjes in). 

Slide 12 - Tekstslide

Slide 13 - Tekstslide

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Tekstslide

Slide 18 - Tekstslide

Slide 19 - Tekstslide

Slide 20 - Tekstslide

Slide 21 - Tekstslide

Slide 22 - Tekstslide

Slide 23 - Tekstslide

Slide 24 - Tekstslide

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Slide 27 - Tekstslide