3T 7.2 Verbrandingsreacties incl. herhaling H5

Verbrandingsreacties

& herhalen basis reacties
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolvmbo tLeerjaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Verbrandingsreacties

& herhalen basis reacties

Slide 1 - Tekstslide

Denk je er nog even aan....
... dat je over 50' weer op je telefoon mag kijken?
... de 1,5 meter
... mondkapje op de gang?

Slide 2 - Tekstslide

Leerdoelen
Je leert: 
  • hoe je een verbrandingsreactievergelijking kloppend maakt;
  • welke stoffen ontstaan bij een verbranding;
  • wat een oxide is.


Slide 3 - Tekstslide

Programma
  1. Herhalen benodigde kennis uit hoofdstuk 5 Reacties
  2. Instructie Verbranding(sreacties)(branddriehoek, (on)volledige verbranding, oxiden, koolwaterstoffen)
  3. Check leerdoelen
  4. Doen deze week
  5. Uitdelen H7 en Binas

Slide 4 - Tekstslide

opfrisdoelen
Je weet (weer): 
  • het verschil tussen atomen en moleculen;
  • hoe je het aantal atomen en moleculen herkent;
  • hoe je een reactievergelijking kloppend maakt;
  • wat er nodig is voor een verbranding;


Slide 5 - Tekstslide

2CH4
Hoeveel moleculen?

Hoeveel waterstofatomen?

Hoeveel koolstofatomen?

Hoeveel atomen?

8
2
2
10

Slide 6 - Sleepvraag

2 moleculen methaan
2 x 4 = 8 waterstofatomen
2 x 1 = 2 koolstofatomen
8 + 2 = 10 atomen / methaan bestaan uit 5 atomen en je hebt twee moleculen methaan. Dus 5 x 2 = 10 atomen.
Moleculen bestaan uit atomen.
Elke hoofdletter is een nieuwe atoomsoort.
2CH4

Slide 7 - Tekstslide

Stel de kloppende reactievergelijking op: Stikstof en waterstof reageren tot ammoniak.

Slide 8 - Open vraag

 Stikstof en waterstof reageren tot ammoniak.
STAP 1:                  stikstof + waterstof --> ammoniak

STAP 2:

STAP 3: 

N2+H2NH3
1N2+3H22NH3

Slide 9 - Tekstslide

Leerwerk in hoofdstuk 5
BrINClHOF

Slide 10 - Tekstslide

Tot zover de herhaling!

Nu de instructie over paragraaf 7.2 Verbranding, waarbij je de kennis uit hoofdstuk 5 weer nodig hebt.

Slide 11 - Tekstslide

Wat heb je nodig om een goed fikkie te steken?

Slide 12 - Open vraag

Branddriehoek






uit 7.1

Slide 13 - Tekstslide

Verbranding






uit 1.2

Slide 14 - Tekstslide

Volledige verbranding
betekent: er is voldoende zuurstof waardoor 
de stof volledig verbrandt.



Je vlam is dan blauw

CH4[?]+2O2CO2+2H2O

Slide 15 - Tekstslide

Volledige verbranding


  • Elk methaanmolecuul reageert met 2 zuurstofmoleculen tot 1 koolstofdioxidemolecuul en 2 watermoleculen.
  • Er ontstaan verbindingen van de atomen uit methaan met zuurstof.
  • Koolwaterstoffen = verbinding C en H (niet meer!)

CH4[?]+2O2CO2+2H2O

Slide 16 - Tekstslide

Onvolledige verbranding
betekent: Er is onvoldoende zuurstof. De stof kan 
niet volledig verbranden waardoor bv CO en C 
(roet/koolstof) ontstaan.


Elk methaanmolecuul reageert met 1,5 zuurstofmolecuul, dus niet meer 1 op 2!
2CH4+3O22CO+4H2O

Slide 17 - Tekstslide

Oxiden 
Bij een verbranding reageert een atoomsoort met zuurstof tot atoomsoortoxide.
Bijvoorbeeld
Onvolledige verbranding koolstof --> roet en koolstofmonoxide

Magnesium met zuurstof --> magnesiumoxide

4C+1O22C+2CO
2Mg+1O22MgO

Slide 18 - Tekstslide

! Koolstofmono(o)xide
Beruchte nare stof
Mijnen: kolendamp
Thuis: kachels en geisers
Tent: kooktoestel

giftig, kleurloos en reukloos

Slide 19 - Tekstslide

Vragen ?

Slide 20 - Tekstslide

Staan er meer atomen, voor of na -->

A
Voor, ik zie er 5
B
Na de pijl, ik zie er 8
C
Voor, ik zie er 19
D
Na de pijl, ik zie er 17

Slide 21 - Quizvraag

Is dit een verbrandingsreactie?

A
Ja!
B
Nee!

Slide 22 - Quizvraag

Welke atoomsoorten mis je na de pijl?

A
C
B
H
C
O
D
Ik heb geen flauw idee??

Slide 23 - Quizvraag

Maak de RV kloppend:
...HgO --> ...Hg + ...O2

Slide 24 - Open vraag

Maak de RV kloppend:

C2H6O+O2CO2+H2O

Slide 25 - Open vraag

Doen deze week:
Zorg dat je bijwerkt en je opgaven inlevert!
  • Maak de gemengde opgaven van Hoofdstuk 5
  • Maak ook 7.1
Alles wat je nu maakt is tevens voorbereiding op de herkansing H4H5!

Lees paragraaf 7.2 en maak paragraaf 7.2 t/m 51


Slide 26 - Tekstslide