3.4 betogende tekst les 2: schrijfplan invullen en bronnen gebruiken.

Betoog: voorbereiding 

1 / 18
volgende
Slide 1: Tekstslide
NederlandsMiddelbare schoolvwoLeerjaar 3

In deze les zitten 18 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

Betoog: voorbereiding 

Slide 1 - Tekstslide

De les van vandaag
Huiswerk voor deze les
schrijfplan afmaken, extra bronnen zoeken en markeren.
Oefenen voor je pitch.
Les: verwerken van bronnen in argumenten

Slide 2 - Tekstslide

Je leert:
  •  over meningen en argumenten
  • wat signaalwoorden zijn en waarom je ze gebruikt
  • hoe je een schrijfplan gebruikt
  • hoe een betoog is opgebouwd: inleiding-middenstuk-slot.
Materialen / waar vind je de opdracht:
  • Talent 3vwo H3.4 blz. 204 -211
  • LessonUps in de app in map Schrijven




Slide 3 - Tekstslide

Slide 4 - Tekstslide

Het schrijfplan
Hieronder volgt een voorbeeld van een schrijfplan. Zelf heb je je schrijfplan al ingevuld, vandaag controleer je of je voldoende informatie hebt om een betoog te schrijven. Misschien moet je je schrijfplan nog aanvullen of je argumenten onderbouwen.
(AUB of SExI)

Slide 5 - Tekstslide

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Slide 10 - Tekstslide

Wat ontbreekt er nog op dit (voorbeeld)schrijfplan?

Slide 11 - Open vraag

tegenargument en weerlegging
In het voorbeeld zie je alleen argumenten die de stelling onderbouwen.
Er is niet ingegaan op de argumenten van de tegenstanders. Zorg dat je een tegenargument opneemt en vergeet niet dat te weerleggen.  Hiermee wordt je betoog overtuigender. 
(Talent 3A, blz. 195)

Slide 12 - Tekstslide

Wat doe je als je een argument weerlegt?
A
Dan bevestig je het argument
B
Dan bedenk je een argument
C
Dan herhaal je een argument
D
Dan ga je tegen het argument in

Slide 13 - Quizvraag

Bedenk een tegenargument bij de stelling uit het voorbeeld.

Slide 14 - Open vraag

Controleer je schrijfplan

Argumenten: heb je bij ieder argument nagedacht over een uitleg of een voorbeeld? Noem je je bronnen? 
Denk ook aan signaalwoorden!





Tegenargument: Heb je een tegenargument opgenomen?
Weet je hoe je dit tegenargument gaat weerleggen?

Slide 15 - Tekstslide

Bronnen en bronvermelding
Bronnen:
Een deskundige, betrouwbare bron
maakt je tekst geloofwaardiger.
De informatie over citeren, parafraseren en 
en bronvermelding vind je in 
Talent blz. 45.

Slide 16 - Tekstslide

Slide 17 - Video

Volgende les
Huiswerk:
Bedenk een titel!
Heb je nog onvoldoende informatie om een goed betoog te schrijven? Zoek dan naar meer bronnen die je kunt gebruiken.
Tijdens de volgende les krijg je uitleg over inleiding, slot en de titel van je betoog.

Slide 18 - Tekstslide