Kosten en opbrengsten (Economie havo), les 2: Examentraining

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Examentraining

Kosten en opbrengsten: zo pak je examenvragen aan

1 / 17
volgende
Slide 1: Slide
newEditorEconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 4,5

In deze les zitten 17 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min
Dit is niet oké

Introductie

Examentraining met vragen over een tabel doorrekenen, marginale kosten en soort kosten, een kostengrafiek lezen en rekenen met een formule.

Onderdelen in deze les

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Examentraining

Kosten en opbrengsten: zo pak je examenvragen aan

Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Andy Mabbett / Wikimedia Commons, CC BY-SA 3.0

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Wat ga je kunnen?

Ik kan examenvragen over opbrengsten en kosten beantwoorden met tabellen, grafieken en formules.

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Zo pak je een examenvraag aan

  • 1. Lees: welk bedrijf, welke gegevens (q, P, CK, VK) en wat wordt gevraagd?

  • 2. Kies: de formule: TO = P x q, TK = CK + VK, GTK = TK / q of MK = verandering TK / verandering q.

  • 3. Reken: vul in, schrijf de stappen op en zet de eenheid erbij.

  • 4. Controleer: klopt het verloop in de tabel of grafiek en is het antwoord logisch?

Deze slide heeft geen instructies

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

CK en VK van een drukkerij bij q = 0 tot 400

Vraagtype 1: een tabel doorrekenen

  • Zoek per kolom de gegevens: q, CK en VK.

  • Tel op voor de TK: TK = CK + VK.

  • Deel voor gemiddelden: GTK = TK / q. Zet de eenheid erbij.

Drukkerij met CK = 300 euro. TK: 400, 480, 540, 580. GTK: 4,00, 2,40, 1,80, 1,45. Image credit: LessonUp Studio (eigen tabel), CC0

Drukkerij (zie tabel): wat zijn de totale kosten bij q = 300?

A

240 euro

B

300 euro

C

540 euro

D

1,80 euro

TK = 300 + 240 = 540. Verwachte fouten: alleen de VK (240) of alleen de CK (300), of de GTK (1,80).

Zelfde tabel: wat zijn de gemiddelde totale kosten bij q = 400?

A

0,70 euro

B

1,45 euro

C

0,75 euro

D

580 euro

TK = 300 + 280 = 580 en 580 / 400 = 1,45. Verwachte fouten: alleen de GVK (0,70), alleen de GCK (0,75) of de TK (580).

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Rollen staaldraad in een fabriekshal van Nedstaal, Alblasserdam 1984

Vraagtype 2: marginale kosten en soort kosten

  • Reken de MK per stap: verandering TK (of VK) gedeeld door verandering q.

  • Constante MK: proportioneel. Stijgende MK: progressief. Dalende MK: degressief.

  • Let op: de CK doen niet mee in de MK.

Voor het vraagtype: een fabriek met overwerk heeft een stijgende MK. Image credit: Rob Bogaerts / Anefo / Nationaal Archief, Wikimedia Commons, CC0

Fabriek: VK is 200, 500 en 900 euro bij q = 100, 200 en 300. Verloop?

A

Proportioneel: de MK is steeds 3 euro

B

Degressief: de MK daalt van 4 naar 3 euro

C

Degressief: de VK stijgen steeds minder

D

Progressief: de MK stijgt van 3 naar 4 euro

MK = (500 - 200)/100 = 3 en (900 - 500)/100 = 4. De MK stijgt, dus progressief.

Drukkerij: CK = 300, TK is 480 bij q = 200 en 540 bij q = 300. Wat is de MK?

A

0,80 euro

B

1,80 euro

C

60 euro

D

0,60 euro

MK = (540 - 480) / (300 - 200) = 0,60. Verwachte fouten: 1,80 (GTK), 60 (niet delen door de verandering van q).

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

CK, VK en TK van een foodtruck

Vraagtype 3: een kostengrafiek lezen

  • Lees de CK af bij q = 0: de CK-lijn is horizontaal.

  • Lees TK of VK af op de hoogte van de lijn bij de gegeven q.

  • Reken verder: GTK = TK / q.

Foodtruck: CK = 600, VK = q, TK = q + 600. Bij q = 300 is TK 900, bij q = 500 is TK 1.100. Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0

Lees af uit de grafiek: wat zijn de TK van de foodtruck bij q = 300?

A

300 euro

B

900 euro

C

600 euro

D

1.200 euro

De TK-lijn ligt bij q = 300 op 900 (CK 600 + VK 300). Verwachte fouten: alleen de VK (300) of de CK (600) aflezen.

Bereken met de grafiek de GTK bij q = 500.

TK bij q = 500 is 1.100 (CK 600 + VK 500), dus GTK = 1.100 / 500 = 2,20 euro. Verwachte fout: 1.100 als antwoord noemen of delen door 100.

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Kapperszaak Jansen, 1955

Vraagtype 4: rekenen met een formule

  • TK = 5q + 1500: de CK is 1500, de VK zijn 5q.

  • De MK is het getal bij q: 5 euro per klant.

  • Vul q in en reken uit: TO = P x q en GTK = TK / q.

Kapperszaak: P = 25 euro, CK = 1.500 euro per maand, VK = 5 euro per klant. TK = 5q + 1500. Image credit: J.F.M. Trum / Fotopersbureau Gelderland / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0

Kapper: TK = 5q + 1500 (euro per maand). Bereken de TK bij q = 200.

A

1.700 euro

B

1.000 euro

C

2.500 euro

D

7.500 euro

TK = 5 x 200 + 1500 = 2.500. Verwachte fouten: 1.500 + 200 of alleen de VK (1.000).

TK = 5q + 1500. Bereken de GTK bij q = 500.

TK = 5 x 500 + 1500 = 4.000 en GTK = 4.000 / 500 = 8 euro. Verwachte fout: de TK noemen.

Welk vraagtype vind jij het lastigst?

1

Een tabel doorrekenen

2

Marginale kosten en soort kosten

3

Een kostengrafiek lezen

4

Rekenen met een formule

Herhaal het vraagtype met de meeste stemmen.

PRODUCENT · KOSTEN EN OPBRENGSTEN

Tips voor op het examen

  • Schrijf eerst de formule op en vul daarna pas de getallen in.

  • Zet de eenheid erbij: euro, euro per stuk of stuks.

  • MK is de verandering van TK gedeeld door de verandering van q, niet TK gedeeld door q.

  • Controleer jezelf: TK = CK + VK en GTK = GCK + GVK.

Deze slide heeft geen instructies