MARKT · KOSTEN EN WINST
Examentraining
Kosten, opbrengsten en winst: zo pak je examenvragen aan
MARKT · KOSTEN EN WINST
Examentraining
Kosten, opbrengsten en winst: zo pak je examenvragen aan
Les 2 van 3. Laat leerlingen in tweetallen overleggen bij de open vragen. Image credit: Kris Roderburg / Paul van Galen (RCE) / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
MARKT · KOSTEN EN WINST
Wat ga je kunnen?
Ik kan met formules en grafieken omzet, kosten, break-evenafzet en maximale winst berekenen.
Deze slide heeft geen instructies
MARKT · KOSTEN EN WINST
Zo pak je een examenvraag aan
1. Lees: wat is gegeven (formule, tabel of grafiek) en wat wordt gevraagd?
2. Kies: welk verband hoort erbij: TO = P x q, MK als afgeleide van TK, TO = TK of MO = MK?
3. Reken: werk stap voor stap uit en zet eenheden bij je antwoord.
4. Controleer: vul je antwoord in de formules in en let op totaal, gemiddeld en marginaal.
Deze slide heeft geen instructies
MARKT · KOSTEN EN WINST
Groente- en fruitkraam op een lokale markt: de kraamhouder past zijn afzet aan
Vraagtype 1: omzet en elasticiteit
Je krijgt een prijsverandering met de gevolgen voor de afzet.
Bepaal of de vraag prijselastisch of prijsinelastisch is en wat dat betekent voor de omzet.
Prijsdaling bij prijselastische vraag: omzet omhoog. Prijsdaling bij prijsinelastische vraag: omzet omlaag.
Image credit: RobThinks / Wikimedia Commons, CC BY-SA 4.0
Prijs van 50 naar 45 euro, afzet van 400 naar 420. Wat doet de omzet?
Stijgt: de vraag is prijsinelastisch
Daalt: de vraag is prijselastisch
Stijgt: de vraag is prijselastisch
Daalt: de vraag is prijsinelastisch
Prijs -10%, afzet +5%, dus Ep = -0,5: prijsinelastisch. TO daalt van 50 x 400 = 20.000 naar 45 x 420 = 18.900. Fout: denken dat meer afzet altijd meer omzet geeft.
Een producent met Ep = -2,5 wil zijn omzet verhogen. Wat doet hij?
De prijs verhogen
De prijs gelijk houden
Minder produceren
De prijs verlagen
Bij Ep = -2,5 is de vraag prijselastisch: een prijsdaling verhoogt de omzet. Fout: prijsverhoging kiezen vanwege 'meer per stuk'.
MARKT · KOSTEN EN WINST
Vraagtype 2: kosten en afgeleide
Je krijgt een kostenformule of tabel.
MK = afgeleide van TK naar q: de constante valt weg. GTK = TK : q.
Vaste kosten zitten niet in MK, wel in de GTK.
Deze slide heeft geen instructies
TK = 3q² + 12q + 50. Bepaal MK.
MK = 6q + 12. De afgeleide van 3q² is 6q, van 12q is 12 en van 50 is 0. Verwachte fout: MK = 6q + 12 + 50 of 3q + 12.
TK = 0,5q² + 8q + 40. Wat zijn de GTK bij q = 10?
18
17
170
13
TK(10) = 50 + 80 + 40 = 170, dus GTK = 170 : 10 = 17. 18 is de MK (q + 8), 170 zijn de TK en 13 zijn de GVK zonder vaste kosten (0,5 x 10 + 8).
MARKT · KOSTEN EN WINST
Vraagtype 3: break-evenafzet
Je krijgt TO en TK als formules, of GO en GTK in een grafiek.
Stel TO = TK (of GO = GTK) en los op.
Bij een tweedegraadsvergelijking zijn er soms twee break-evenafzetten.
Deze slide heeft geen instructies
TK = 2q + 100 en TO = 12q. Break-even q?
12q = 2q + 100, dus 10q = 100 en q = 10. Verwachte fout: 12 - 2 gebruiken zonder te delen, of de 100 vergeten.
TO = 26q en TK = q² + 6q + 75. Bij welke afzet is de winst nul?
q = 10
q = 0 en q = 20
q = 5 en q = 15
q = 75
26q = q² + 6q + 75 geeft q² - 20q + 75 = 0, dus (q - 5)(q - 15) = 0. q = 10 is de afzet met maximale winst (MO = MK). q = 0 en q = 20 komt uit 26q = q² + 6q zonder de vaste kosten.
MARKT · KOSTEN EN WINST
Bedrijf met een dalende GO-lijn: maximale winst bij MO = MK (q = 10)
Vraagtype 4: maximale winst
Zoek de afzet waar MO = MK, ook als MO niet gelijk is aan P.
In de grafiek: lees q af bij het snijpunt van MO en MK en de prijs op de GO-lijn.
Winst = (GO - GTK) x q: de rechthoek in de grafiek.
Image credit: LessonUp Studio (eigen grafiek), CC0
Een hoeveelheidsaanpasser heeft P = 30 en TK = q² + 6q + 50. Bij welke afzet is de winst maximaal?
q = 12
q = 15
q = 24
q = 36
P = MO = 30 en MK = 2q + 6. Dus 30 = 2q + 6 en q = 12. Fouten: 30 : 2 = 15 (de 6 vergeten), 30 - 6 = 24 (niet delen door 2) en 30 + 6 = 36.
q = 10, GO = 30, GTK = 20. Bereken de winst.
Winst = (GO - GTK) x q = (30 - 20) x 10 = 100 (de rechthoek in de grafiek). Verwachte fout: 30 x 10 = 300 (de omzet) of 20 x 10 = 200 (de kosten).
Welk vraagtype vind jij het lastigst?
Omzet en elasticiteit
Kosten en afgeleide
Break-evenafzet
Maximale winst
Bespreek het meest gekozen vraagtype plenair. Veel leerlingen vergeten de constante bij het afleiden of verwarren break-even met maximale winst.
MARKT · KOSTEN EN WINST
Tips voor op het examen
Schrijf eerst op wat MO, MK en GTK zijn en leid ze af, voordat je invult.
Een break-evenafzet vind je met TO = TK, de maximale winst met MO = MK: noem ze niet door elkaar.
Controleer elke berekening met de formules: vul je q in bij TO, TK en winst.
Bij een grafiek: lees eerst af, reken daarna, en let op de eenheden op de assen.
Deze slide heeft geen instructies