Nederlands
Nederlands
Ben je in Nederland geboren?
A. Ja
B. Nee
In welke plaats ben je geboren?
Kun je de Nederlandse taal al goed spreken?
Ja
Nee
Ik kan al een beetje Nederlands
leerdoelen
Hoe je werkwoorden in de tegenwoordige tijd schrijft
Hoe je woorden in de verleden tijd schrijft
Wat een sterk en een zwak werkwoord is
De lidwoorden
Hoe je werkwoorden schrijft in de ik, jij en wij vorm
Tegenwoordige tijd
Uitleg
Ik (wassen)
Was
Wast
Wassen
Jij (eten)
Eet
Eten
Jij (vragen)
Vraag
Vraagt
Vragen
Wij (maken)
Maak
Maakt
Maken
Ik vorm
Jij vorm
Wij vorm
Weet jij nog meer werkwoorden? Zet ze in de goede vorm.
Hoe ging het bij jou met de tegenwoordige tijd?
Verleden tijd
Uitleg
Ik (zwem)
Ik zwom
Ik zwommen
Ik zwemde
Ik zwemden
Jij (vraagt)
Jij vroeg
Jij vroegen
Jij vraagde
Jij vraagde
Wij (eten)
Wij at
Wij aten
Wij eete
Wij eeten
Ik (zweet)
Ik zwat
Ik zwate
Ik zweette
ik zweten
Jij (bakt)
Jij bokt
Jij bokten
Jij bakte
Jij bakten
Wij (jokken)
Wij jaken
Wij jakken
Wij jokte
Wij jokten
Sterk werkwoord ik
Sterk werkwoord jij
Sterk werkwoord wij
Zwak werkwoord ik
Zwak werkwoord jij
Zwak werkwoord wij
Weet jij nog meer verleden tijd woorden? Sterk en zwak werkwoord.
Hoe gaat het bij jou met de verleden tijd?
Lidwoorden
Weet jij wat lidwoorden zijn?
Ja
Nee
Wat is een lidwoord?
Selecteer een woord om je eerste invulwoord te maken
Noem de 3 lidwoorden
Wat vind je van deze les?
Vind je deze les moelijk of makkelijk?
Heel erg moelijk
Een beetje moelik
Beetje makkeijk
Heel erg makkelijk
Om te onthouden
Een sterk werkwoord kun je veranderen
Een zwak werkwoord kun je niet veranderen
De ik vorm is alleen de stam
De jij vorm is stam + t (behalve als er bij het eind van de stam een t staat)
De wij vorm is stam + en
De lidwoorden zijn de, het en een
EINDE LES