1.1 en 1.2 Apparaten (Les1 en Les 2)

HF 1: Electriciteit en Magnetisme
Apparaten les 1
1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
NatuurkundeMiddelbare schoolvmbo t, mavo, havoLeerjaar 1

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 4 videos.

time-iconLesduur is: 15 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

HF 1: Electriciteit en Magnetisme
Apparaten les 1

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 2 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Les vandaag
Deeltaak start
Uitleg
Zelfstandig werken

JE GAAT LEREN OVER
  • dat je elektriciteit om kunt zetten in warmte, licht en beweging;
  • hoe verschillende soorten lampen werken;
  • hoe de kleur van licht van de temperatuur van de lichtbron afhangt;
  • Grootheid en Eenheid van electriciteit
  • Wat het rendement en vermogen is.

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat weet je er al van?

Kennistest
timer
2:00

Slide 4 - Tekstslide

Er volgen nu vragen om de voorkennis van de leerling te testen.
Wat is de spanning van dit stopcontact?
A
9 volt
B
24 volt
C
230 volt
D
1000 volt

Slide 5 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De spanning
van een stopcontact is:
A
Wel gevaarlijk
B
Niet gevaarlijk

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Chemische energie
Elektrische energie

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een magneet heeft altijd een noordpool en een zuidpool
A
Waar
B
Niet waar

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de overeenkosmt tussen deze voorwerpen?

Slide 9 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Uitleg

Slide 10 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energie omzetten

Slide 11 - Tekstslide

Overzicht met voorbeelden van energie omzetting.
Omzetten van electrische energie
Elektrische energie kun je omzetten in licht, warmte of beweging.

Slide 12 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 13 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Joule
Energie meet je in joule (J).
1 joule is heel klein, daarom rekenen we in kJ.
1 kJ = 1 000 J

Slide 14 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energie omzetten in licht
Lampen
Lampen bevatten verschillende kleuren licht
Gloeilamp: meer rood dan zonlicht
TL-buis: groen, paars, rood, etc.

Slide 15 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende soorten licht

  • gloeilamp
  • neon 
  • natrium (straat) lamp 
  • tl-buis en spaarlamp (klein opgevouwen tl lamp)
  • led-lamp
  • lcd scherm
  • plasma tv

Slide 16 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Gloeilamp
Geeft licht door heel warm te worden
Licht en warmte zijn allebei soorten Energie
Gloeilampdraad: 2500 oC
- Deze draad wordt Wit gloeiend warm en geeft licht.
- We willen wel licht maar geen warmte van een lamp.
- De warmte is dus overbodige energie die niet gebruikt wordt.
(Neon of natrium (straat) lamp wordt niet zo warm)


Slide 17 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Energie-
omzettingen
Energiestroomdiagram

Slide 18 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

TL-buis (tube lighting)
Wekt UV-straling op door een
elektrische lading door een gas te laten lopen

Wit poeder aan de binnenkant neemt
de UV-straling op en straalt wit licht uit
--> fluorescentie

Kleur hangt af van soort gas

Slide 19 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

LED licht
LED (light emitting diode) - werkt niet met gas maar met een halfgeleider.
- Metaalachtige kristallen in 
een stukje materiaal (diode).

De kleur hangt af van de 
gebruikte halfgeleider.

Wordt niet heel warm, dus weinig 
energieverlies!

Slide 20 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 21 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Kleurtemperatuur

Slide 22 - Tekstslide

De kleurtemperatuur wordt meestal uitgedrukt in kelvin (K). Volgens de verschuivingswet van Wien neemt de golflengte van het uitgestraalde licht af met toenemende temperatuur en heeft blauwachtig licht (korte golflengte) een hogere kleurtemperatuur dan roodachtig licht. Dit is tegengesteld aan de indruk die het licht op de mens maakt. Licht met een lage kleurtemperatuur wordt als "warmer" ervaren dan licht met een hoge kleurtemperatuur.
Kleurtemperatuur

Slide 23 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Lcd-beeldschermen
Lcd-schermen (liquid crystal display)
- Hebben kleine vloeibare kristallen. 
- De kristallen geven 
    zelf geen licht, maar 
    laat licht achter het 
    kristal door.
- Aparte kristallen voor rood, groen en blauw licht.

Slide 24 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Plasma-tv
Puntjes die rood, groen of blauw licht geven.
Elk puntje is een heel klein tl-buisje.

Slide 25 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Opdracht
Maak een strip
De docent deelt opdracht uit.

Slide 26 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Zelf aan de slag
Ga naar Learnbeat
Ga naar de studieplanner, week 37.
Klik op blok "Huiswerk voor maandag"
Klik op het Lesmateriaal van de link, 1.1A Verkennen.
Lees de tekst en maak de 2 opdrachten. (5 minuten)

Slide 27 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

HF 3: Electriciteit en Magnetisme
Apparaten Les 2

Slide 28 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Les vandaag
Deeltaak start
Uitleg
Zelfstandig werken

JE GAAT LEREN OVER
  • dat je elektriciteit om kunt zetten in warmte, licht en beweging;
  • hoe verschillende soorten lampen werken;
  • hoe de kleur van licht van de temperatuur van de lichtbron afhangt;
  • Grootheid en Eenheid van electriciteit
  • Wat het rendement en vermogen is.

Slide 29 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel 2
Je kunt het energieverbruik van een apparaat berekenen.

Slide 30 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het energieverbruik: Het energieverbruik van een apparaat hangt af van het vermogen van het apparaat en hoelang iemand het apparaat gebruikt.
E=Pt
grootheid
symbool
eenheid
symbool
vermogen
P
kilowatt
kW
tijd
t
uur
h
Energie
E
Kilowattuur
kWh

Slide 31 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vermogen
Het vermogen meet je in Watt.

1 kW = 1 W

Slide 32 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Vermogen berekenen
Hoeveel elektrische energie een apparaat elke seconde omzet, noem je het vermogen.

Vermogen = Spanning x Stroomsterkte

P = U x I

Slide 33 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 34 - Video

Deze slide heeft geen instructies

Voorbeeld
Een halogeenlamp van 1,5 kW brandt 3 uur.
Bereken hoeveel elektrische energie de lamp verbruikt.

  • E = P x t
  • E = 1,5kW x 3h
  • E = 4,5 kWh

Slide 35 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Een elektromotor van 3,5 kW draait 4 uur.
Bereken hoeveel elektrische energie de motor verbruikt.

Slide 36 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Een lamp van 150 W brandt 5 uur.
Bereken hoeveel elektrische energie de lamp verbruikt.

Slide 37 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Leerdoel 3
Je kunt het opgenomen vermogen van een apparaat berekenen.

Slide 38 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Het opgenomen vermogen
P=UI
grootheid
symbool
eenheid
symbool
vermogen
P
kilowatt
kW
spanning
U
Volt
V
stroom
I
Ampère
A

Slide 39 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Op een fietslampje staan de volgende gegevens:
12 V / 0,2 A
Bereken het vermogen van het fietslampje

Slide 40 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Rendement
Energie wordt niet altijd omgezet in een energiesoort die nuttig is. Bij een brandende lamp wordt de elektrische energie die uit het stopcontact omgezet in licht (=stralingsenergie) maar ook in warmte. Deze warmte-energie is eigenlijk 'verloren' energie, al gaat de energie natuurkundig gezien natuurlijk niet verloren. Hij wordt alleen omgezet in een energiesoort die niet nuttig is. Het percentage wat wel nuttig wordt omgezet wordt ook wel het rendement genoemd.
Rendement = Nuttige Energie : Totale Energie (in %)

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderzoek doen
Practicum Onderzoek en Lampen.
De docent deelt handleiding uit.
Werk in tweetallen.
Werk veilig.

Slide 42 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Weektaak
1.1 Starten + 1.2 Wat kun je doen met elektriciteit
LEERDOELEN
  • dat je elektriciteit om kunt zetten in warmte, licht en beweging;
  • hoe verschillende soorten lampen werken;
  • hoe de kleur van licht van de temperatuur van de lichtbron afhangt;
  • hoe een elektromotor werkt.

Slide 43 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het vermogen?
A
230 Volt
B
0,3 Ampere
C
9 Volt
D
6 Watt

Slide 44 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het symbool voor vermogen is ......
A
t
B
U
C
P
D
I

Slide 45 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het vermogen?
A
Hoeveel energie een apparaat per seconde verbruikt.
B
Het aantal uur een batterij meegaat
C
Hoeveel elektrische stroom een apparaat aan kan.
D
Hoeveel energie een apparaat nodig heeft.

Slide 46 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het vermogen heeft als symbool de letter P. Wat is de eenheid van het vermogen?
A
Watt (W)
B
Ampère (A)
C
Volt (V)
D
Joule (J)

Slide 47 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is het vermogen van deze waterkoker?
A
220-240 V
B
50/60 Hz
C
2200 W
D
1,5 LITERS

Slide 48 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De spanning van een laptop is 19V. De stroomsterkte door de laptop is 4,74A.

Bereken het vermogen van deze laptop, schrijf je tussenstappen op.

(vermogen = spanning x stroomsterkte)

Slide 49 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies


Reken het vermogen uit met behulp van de volgende gegevens:
spanning
stroomsterkte
a
230 V
3 A
b
12 V
3 A
c
6 V
0,5 A
d
110 V
12 A

Slide 50 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies