Molecuulmassa, de mol en molaire massa

Molecuulmassa, de mol en molaire massa
1 / 16
volgende
Slide 1: Tekstslide
ScheikundeMiddelbare schoolhavo, vwoLeerjaar 3

In deze les zitten 16 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 45 min

Onderdelen in deze les

Molecuulmassa, de mol en molaire massa

Slide 1 - Tekstslide

Doelen
  • Weten wat de molecuulmassa is.
  • De molecuulmassa kunnen berekenen . 
  • De molaire massa kunnen berekenen . 
  • Weten wat de mol is. 
  • Rekenen van mol naar gram en andersom . 

Slide 2 - Tekstslide

Molecuulmassa
Stoffen hebben massa's, stoffen bestaan uit moleculen, moleculen bestaan uit atomen, dus atomen hebben massa's.
De massa van bijvoorbeeld een waterstofatoom is 1,68x10-27 kg! 
0,0000000000000000000000000168 kg

Niet zo handig he? 
Daarom is de atomaire massa-eenheid bedacht, dat is de u. 
1 u = 1,67x10-27 kg.
De massa van 1 proton = 1 u
De massa van 1 neutron is ook 1 u

Slide 3 - Tekstslide

Atoommassa's 
Atoommassa's  van ieder atoom kun je aflezen in het Periodiek systeem.
Het periodiek systeem wat gebruikt wordt bij de rest van de berekeningen staat op bladzijde 178 van je boek.

Zo is de massa van element P = 30,97 u. 


Slide 4 - Tekstslide

Molecuulmassa's 
Hier tel je de atoommassa's bij elkaar op van alle atomen in één molecuul .
Voorbeelden: 
De molecuulmassa van NaCl = 1 x 22,99 + 1 x 35,45 = 58,44 u
De molecuulmassa van Al2O3 = 26,98 x 2 + 3 x 16,00 = 101,96 u


Slide 5 - Tekstslide

Wat is de molecuulmassa van
Denk aan een berekening.
KNO3

Slide 6 - Open vraag

Atomaire massa eenheid
  • Molecuulmassa gegeven in u (unit)
  • 1 u = 1,66*10-27 kg 
  • Hiermee kun je uitrekenen hoeveel moleculen aanwezig zijn in een bepaalde massa.
  • Moleculen zijn zo licht, dat je bij een experiment enorm veel moleculen gebruikt. Dit rekent niet handig, daarom is de chemische hoeveelheid, mol bedacht.



Slide 7 - Tekstslide

Begrippen van hoeveelheid

  • Dozijn 
  • Gros 
  • Duo

Een dozijn eieren, kippen, olifanten of wat dan ook, het is altijd een vaste hoeveelheid.

Slide 8 - Tekstslide

Begrippen van hoeveelheid

  • De mol is ook zo'n vaste hoeveelheid.
  • 1 mol = 6,02*1023 (moleculen) = Constante van Avogadro (NA)

Dus 1 mol water bestaat uit evenveel
moleculen als 1 mol goud!



Slide 9 - Tekstslide

Molaire massa
  • De molecuulmassa druk je uit in u (1 u = 1,66*10-27 kg)
  • De molaire massa (M) druk je uit in gram per mol (g/ mol)
  • Molecuulmassa en molaire massa zijn gelijk, maar met een andere eenheid. (Dankzij Avogadro)

  • Molecuulmassa H2O = 18,016 u
  • Molaire massa H2O = 18,016 g /mol


Slide 10 - Tekstslide

m = massa in gram
n = aantal mol
M= molaire massa in g/mol

Slide 11 - Tekstslide

Voorbeeld 1
Bereken hoeveel mol overeenkomt met 25 gram water.



Slide 12 - Tekstslide

Voorbeeld 1
Bereken hoeveel mol overeenkomt met 25 gram water.

Antwoord
Molaire massa H2O = 18,015 g/mol
aantal mol = massa / molaire massa (M)
aantal mol = 25 g / 18,015 g/mol = 1,4 mol


Slide 13 - Tekstslide

Voorbeeld 2
Bereken hoeveel gram overeenkomt met 0,32 mol stikstof.



Slide 14 - Tekstslide

Voorbeeld 2
Bereken hoeveel gram overeenkomt met 0,32 mol stikstof.

Antwoord
Molaire massa N2 = 14,01 x 2=28,02 g/mol
massa = aantal mol x M
n = 0,32 mol x 28,02 g/mol = 9,0 g


Slide 15 - Tekstslide

Hoeveel mol komt overeen met 120 gram ijzer?
A
4,30 mol
B
2,155 mol
C
2,15 mol
D
6,70*10^2 mol

Slide 16 - Quizvraag