herhaling h1-5

OpfrisQuiz!
1 / 43
volgende
Slide 1: Tekstslide
BedrijfsadministratieMBOStudiejaar 1

In deze les zitten 43 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 50 min

Onderdelen in deze les

OpfrisQuiz!

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Goedemiddag
😒🙁😐🙂😃

Slide 2 - Poll

Deze slide heeft geen instructies

Is de balans altijd in evenwicht?
Of zijn er uitzonderingen
A
Ja
B
Nee

Slide 3 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Een balans is een overzicht van
A
bezit, schuld en vreemd vermogen.
B
bezit, winst en vreemd vermogen.
C
bezit, schuld en eigen vermogen.
D
bezit, winst en eigen vermogen.

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

credit
eigen
vermogen
schulden
bezittingen
Debet

Slide 5 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

Als er een bedrag credit word gezet in een journaalpost, moet je dit woordje in dezelfde regel zetten:
A
Op
B
Voor
C
Aan
D
Onder

Slide 6 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat het op de balans? 
(sleep de begrippen naar het rode kader)
debetzijde
creditzijde
eigen pand
lening van ouders
lening van bank
eigen vermogen
inventaris
voorraad goederen

Slide 7 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies

welke stelling klopt niet?
A
een balans is altijd in evenwicht
B
een balans is een momentopname
C
heeft een debetzijde en een creditzijde
D
wordt altijd opgemaakt op 31 december

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Waar staat het Eigen vermogen op de balans?
A
De linkerkant ( debet)
B
De rechterkant (credit)
C
De linkerkant (credit)
D
De rechterkant (debet)

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 0, 1, 2, 7 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De linkerkant van de balans wordt ook wel passiva genoemd
A
Waar
B
Niet waar

Slide 11 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder welke balanspost zetten we de debiteuren
A
Vaste activa
B
Eigen Vermogen
C
Liquide middelen
D
Vlottende activa

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Liquide middelen
Vaste activa
Vlottende activa
Eigen vermogen
Kort vreemd vermogen
Lang vreemd vermogen
Gebouw
Bedrijfsterrein
Rabobank rekening
Kas
Debiteuren
Aandelen
Lening (5 jaar)
Hypothecaire lening
Crediteuren
Lening (<1 jaar)

Slide 13 - Sleepvraag

Deze slide heeft geen instructies


Wat is geen voorbeeld van vlottende activa?
A
Bedrijfscomputer
B
Voorraad
C
Crediteuren
D
Debiteuren

Slide 14 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is een voorbeeld van een langlopende lening?
A
Crediteuren
B
Banklening
C
Hypothecaire lening
D
Schuld vriend

Slide 15 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoeveel rubrieknummers kennen wij in de administartie?

Slide 16 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen kosten
A
0
B
4
C
8
D
7

Slide 17 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 4, 8 en 9 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 18 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen opbrengsten
A
0
B
4
C
8
D
7

Slide 19 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen Voorraad goederen
A
0
B
4
C
8
D
7

Slide 20 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

In welke rubriek vallen de incidentele resultaten
A
9
B
2
C
8
D
7

Slide 21 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Alle grootboekenrekeningen bij elkaar noem je
A
Het grootboek
B
de balans
C
de financiële feiten
D
boekingen

Slide 22 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe open je een grootboekrekening?

Slide 23 - Open vraag

Deze slide heeft geen instructies

Hoe bereken je het eigen vermogen?
A
Schulden-bezittingen
B
Bezittingen- Schulden
C
Eigen vermogen + Bezittingen
D
Debet- Credit

Slide 24 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke rekeningen worden vermeld op de resultatenrekening
A
0, 1, 2, 7
B
4, 8, 9

Slide 25 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

leveranciers die wij nog moeten betalen omdat we iets bij hun hebben gekocht zijn...
A
debiteuren
B
crediteuren
C
langlopende schulden
D
voorraad

Slide 26 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat moet je in de saldibalans doen?
A
Verschil uitrekenen
B
Journaalposten van vorig jaar erbij zetten
C
Je nieuwe saldo berekenen
D
Het bedrag opschrijven waar je bedrijf naartoe wilt

Slide 27 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Moeten de proef- en Saldibalans ook in evenwicht zijn?
A
Ja
B
Nee

Slide 28 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Op de resultatenrekening kom je uit op Winst. Hoe verwerk je dit saldo om de kolommenbalans sluitend te maken?
A
Credit in de Winst- en verliesrekening en Debet op de Eindbalans
B
Credit in de Winst- en verliesrekening en Credit op de Eindbalans
C
Debet in de Winst- en verliesrekening en Debet op de Eindbalans
D
Debet in de Winst- en verliesrekening en Credit op de Eindbalans

Slide 29 - Quizvraag

Bij winst zijn de opbrengsten (Credit) hoger dan de kosten (Debet). Je vult het tekort aan de Debetkant aan om evenwicht te krijgen. Omdat winst het Eigen Vermogen verhoogt, boek je het bedrag Credit op de Eindbalans.
Welke balansmutaties vinden er plaats?
Als:
De onderneming verkoopt goederen op rekening voor €14.200. De inkoopwaarde is €9.400.
A
Debiteuren +€14.200 Voorraad -€9.400 Eigenvermogen+€4.800
B
Debiteuren -€14.200 Voorraad -€9.400 Eigenvermogen+€4.800
C
Debiteuren +€14.200 Voorraad -€14.200
D
Debiteuren +14.200 Voorraad -€9.400 Eigenvermogen-€4.800

Slide 30 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Wat is de juiste volgorde?
A
Saldibalans, Proefbalans, Eindbalans
B
Proefbalans, Saldibalans, Eindbalans
C
Eindbalans, Proefbalans,Saldibalans
D
Proefbalans, Eindbalans, Saldibalans

Slide 31 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

De rekening van voorraad wordt tijdens het open van een grootboek...
A
gecrediteerd
B
gedebiteerd

Slide 32 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Klopt deze stelling:
In de proefbalans schrijf je bedragen debet & credit.
A
Ja
B
Nee

Slide 33 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Tot welk soort rekening behoort de grootboekrekening Administratiekosten
A
bezit
B
schuld
C
eigen vermogen
D
hulprekening van het eigen vermogen

Slide 34 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Welke grootboekrekening is een voorbeeld van een HEV?
A
Energiekosten
B
Voorraad
C
Crediteuren
D
Inventaris

Slide 35 - Quizvraag

A Energiekosten (zorgt voor een toe- of afname van het eigen vermogen).


De rekening van crediteuren wordt tijdens het open van een grootboek...
A
gecrediteerd
B
gedebiteerd

Slide 36 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Onder welke categorie valt een hypothecaire lening?
A
Liquide middelen
B
Eigen vermogen
C
Lang vreemd vermogen
D
Kort vreemd vermogen

Slide 37 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Het eigen vermogen (EV) bereken je door de het vreemd vermogen (VV) van het totale vermogen (TV) af te trekken:
EV = TV - VV
A
juist
B
onjuist

Slide 38 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 0, 1, 2, 7 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 39 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Rubriek 4, 8 en 9 horen bij...
A
Proefbalans
B
Saldibalans
C
Winst en verliesrekening
D
Eindbalans

Slide 40 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Slide 41 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Onderwerpen die nog onduidelijk zijn?

Slide 42 - Woordweb

Deze slide heeft geen instructies

Hoe vonden jullie de les gaan?
😒🙁😐🙂😃

Slide 43 - Poll

Deze slide heeft geen instructies