Jezelf leren kennen voor je loopbaan
Jezelf leren kennen voor je loopbaan
Deze les gaat binnen het vak Engels over zelfkennis rond loopbaanvragen. De inhoud op de slides is in het Nederlands, zodat leerlingen eerst helder over zichzelf kunnen nadenken. In de uitvoering kan de docent waar gewenst Engelse woorden of zinnen koppelen aan de kernbegrippen.
Lesdoel
Ik kan beschrijven waar ik energie van krijg, welke waarden ik belangrijk vind, welke talenten en vaardigheden ik heb en in welke werkomgeving ik het best tot mijn recht kom.
Deze slide heeft geen instructies
Welke woorden passen voor jou bij werk dat echt bij je past?
Gebruik de woordwolk als startpunt: laat leerlingen kort toelichten waarom ze juist die woorden kiezen. Verwachte thema's: plezier, geld, vrijheid, helpen, creativiteit, rust, uitdaging, samenwerken.
Waar begin je bij een loopbaankeuze?
Een passend beroep begint niet bij een functietitel, maar bij jezelf
Zelfkennis helpt je keuzes beter te onderbouwen
Vier vragen staan centraal:
- Waar krijg ik energie van?
- Wat vind ik belangrijk?
- Waar ben ik al goed in?
- In welke omgeving werk ik fijn?
Benoem dat leerlingen nog geen definitieve keuze hoeven te maken. Het doel is taal en inzicht ontwikkelen om over hun toekomst te praten.
Energiegevers en energievreters
Activiteiten geven niet iedereen dezelfde energie
Let op wat je graag doet én wat je volhoudt
Energiegevers trekken je vaak vanzelf aan
Energievreters kosten moeite, zelfs als je ze kunt
Maak het onderscheid tussen 'iets kunnen' en 'er energie van krijgen'. Leerlingen verwarren die twee vaak.
Waaraan merk je dat iets energie geeft?
Je begint er makkelijker aan
De tijd gaat sneller tijdens die activiteit
Je wilt er meer over leren
Je voelt je achteraf tevreden of trots
Voorbeelden: organiseren, ontwerpen, uitleg geven, problemen oplossen
Deze slide heeft geen instructies
Interesses geven richting
Wat je interessant vindt, zegt iets over mogelijke richtingen
Interesse kan liggen in mensen, techniek, taal, zorg, natuur, handel of creativiteit
Eén interesse past vaak bij meerdere beroepen
Gebruik voorbeelden: iemand die gamen interessant vindt kan interesse hebben in strategie, ontwerp, techniek of samenwerken — niet alleen in 'iets met games'.
Van activiteit naar beroep
Een activiteit vertelt vaak meer dan een beroepstitel.
Graag helpen → zorg, onderwijs, dienstverlening
Graag maken → techniek, ontwerp, ambacht
Graag onderzoeken → wetenschap, data, research
Graag overtuigen → verkoop, media, communicatie
Leg uit dat loopbaanoriëntatie draait om patronen herkennen. Laat zien dat één voorkeur verschillende beroepsvelden kan openen.
Wat zegt volgens de les het meest over een passende richting?
Een functietitel
Een hoog salaris
Een activiteit
Een diploma
Sluit aan op de slides over energie, interesses en 'Van activiteit naar beroep': een activiteit vertelt vaak meer dan een beroepstitel.
Maak de samenvatting compleet
Een passend beroep begint bij jezelf. Let op waar je energie van krijgt en welke interesses richting geven. Eén interesse past vaak bij meerdere beroepen.
De kern uit dit blok: zelfkennis eerst, daarna pas beroepen verkennen.
Welke activiteit geeft jou energie, en waaraan merk je dat?
Laat leerlingen een concrete activiteit noemen en benoemen welke signalen daarbij passen, zoals: makkelijk beginnen, tijd vliegt, meer willen leren, trots of tevreden achteraf.
Vul in in de LINKERARM:
Waar krijg jij energie van?
Deze slide heeft geen instructies
Waarom waarden belangrijk zijn
Waarden zijn dingen die jij belangrijk vindt in werk en leven
Ze beïnvloeden of een beroep echt bij je past
Twee mensen kunnen hetzelfde werk doen, maar om andere redenen kiezen
Waarden helpen bij het afwegen van mogelijkheden
Koppel dit aan taal voor voorkeuren: belangrijk, minder belangrijk, onmisbaar, past bij mij, past minder bij mij.
Voorbeelden van waarden
Nog meer voorbeelden
Wat iemand kan zoeken
Vrijheid - zelf keuzes maken in je werk
Zekerheid - stabiliteit en duidelijkheid
Veel geld verdienen - financieel comfort of ambitie
Maatschappelijke impact - iets betekenen voor anderen
Anderen helpen - direct nuttig willen zijn
Creativiteit - ruimte om iets nieuws te maken
Ontwikkeling - blijven leren en groeien
Balans - werk dat past bij je leven
Deze slide heeft geen instructies
Waarden kunnen botsen
Niet alle waarden passen altijd even makkelijk samen
Veel vrijheid kan minder zekerheid betekenen
Veel geld verdienen geeft niet automatisch maatschappelijke impact
Daarom is rangorde belangrijk: wat weegt voor jou het zwaarst?
Maak duidelijk dat er zelden één perfect beroep bestaat. Het gaat om keuzes maken op basis van prioriteiten.
Waarom is het belangrijk om jouw waarden op volgorde van belangrijk te zetten?
Omdat waarden vaststaan
Omdat cijfers bepalen
Omdat waarden kunnen botsen
Omdat werk gelijk blijft
Verwijs naar de tegenstelling op de slides: vrijheid kan botsen met zekerheid, en geld met maatschappelijke impact.
Welke waarde weegt voor jou nu het zwaarst?
Vrijheid
Zekerheid
Impact
Ontwikkeling
Geld
Deze slide heeft geen instructies
Tussen welke twee waarden zou jij lastig kiezen?
Bespreek dat er geen fout antwoord is. Goede antwoorden benoemen een keuze tussen twee waarden en geven een persoonlijke reden of voorbeeld.
Vul in in de RECHTERARM:
Welke waarden vind jij belangrijk
Deze slide heeft geen instructies
Noem één inzicht uit deze les dat je wilt onthouden,
Schrijf dat op onderaan op jouw invulblad
Gebruik dit als snelle oogst van leeropbrengst. Laat eventueel enkele terugkerende woorden klassikaal toelichten.
Einde van deze les, volgende week gaan we hiermee verder.
Lekker gewerkt :)
Gebruik dit als snelle oogst van leeropbrengst. Laat eventueel enkele terugkerende woorden klassikaal toelichten.
De vorige lessen
Hebben we gesproken over energie en over waarden.
Wie kan uitleggen wat daarmee wordt bedoeld?
Deze les gaan we het hebben over Talenten
Deze slide heeft geen instructies
Talenten en vaardigheden
Een talent is iets dat je van nature snel oppakt of goed aanvoelt
Een vaardigheid is iets dat je leert en oefent
Talent en vaardigheid versterken elkaar
Je hoeft (nog) niet overal goed in te zijn om een richting te kiezen
Veel leerlingen denken dat talent vaststaat. Benadruk dat vaardigheden kunnen groeien en dat motivatie daarin een grote rol speelt.
Wat heb je al in huis?
Voorbeelden van talenten: creatief denken, luisteren, nauwkeurig werken
Voorbeelden van vaardigheden: plannen, presenteren, samenwerken, schrijven
School, hobby's, bijbaan en sport laten vaak veel zien
Noem expliciet dat talenten niet alleen zichtbaar zijn in cijfers. Ook gedrag en inzet buiten de les tellen mee.
Wat wil je nog ontwikkelen?
Loopbaankeuzes gaan ook over groei
Misschien wil je sterker worden in leiding nemen, spreken, organiseren of technisch werken
Een beroep hoeft dus niet alleen te passen bij wie je nu bent
Het mag ook passen bij wie je wilt worden
Dit is een belangrijk kantelpunt in de les: zelfkennis is niet alleen terugkijken, maar ook vooruitdenken.
Welke combinatie klopt volgens de les?
Talent leer je alleen
Vaardigheid oefen je
Talent staat altijd vast
Vaardigheid is aangeboren
Toetst het onderscheid tussen talent en vaardigheid. Een veelvoorkomende misvatting is dat talent alles bepaalt.
Vul de kernwoorden in
Een talent is iets dat je van nature snel leert of kunt. Een vaardigheid leer je door oefenen. Loopbaankeuzes gaan ook over groei en over wie je wilt worden.
Deze invuloefening bundelt de kern van slides 10 t/m 12.
Welke vaardigheid wil jij de komende tijd sterker ontwikkelen?
Laat leerlingen iets noemen uit school, hobby, sport of bijbaan. Sterke antwoorden koppelen een huidige kwaliteit aan een ontwikkelpunt.
Vul in in het linkerbeen:
Welke talenten heb je al en welke vaardigheden heb je en/of wil je ontwikkelen?
Deze slide heeft geen instructies
De vorige lessen
Hebben we gesproken over energie en over waarden en over talenten en vaardigheden
Wie kan uitleggen wat daarmee wordt bedoeld?
Deze les gaan we het hebben over de werkomgeving
Deze slide heeft geen instructies
Een werkomgeving maakt verschil
Wat wordt er bedoeld met werkomgeving?
Is dat alleen de plek waar je werkt? (Mooi of lelijk? In Amsterdam of in Parijs of in Barneveld?)
(Binnen of Buiten: Breng je je werkdag het liefst door achter een bureau/in een pand, of wil je de vrijheid hebben om buiten te zijn en fysiek in beweging te blijven?)
Of kan het ook met andere dingen te maken hebben?
Deze slide heeft geen instructies
Een werkomgeving maakt verschil
Een beroep past beter als de werkomgeving bij je manier van werken aansluit
Denk aan deze tegenstellingen:
alleen of met anderen
theoretisch of praktisch
creatief of gestructureerd
Rustig of Dynamisch
Formeel of informeel
klantgericht of achter de schermen
Leidinggevend of uitvoerend
Je voorkeur zegt iets over waar jij het best functioneert
Deze slide heeft geen instructies
Verschillende voorkeuren
Manier van werken
Structuur van werk
Creatief - ruimte voor ideeën en vernieuwing
Gestructureerd - duidelijke regels en stappen
Afwisseling - telkens iets anders doen
Vaste routine - voorspelbaarheid en overzicht
Alleen - zelfstandig, rustig, eigen focus
Met anderen - overleggen, samenwerken, contact
Theoretisch - lezen, analyseren, nadenken
Praktisch - doen, maken, uitvoeren
Benadruk dat voorkeuren vaak gemengd zijn. Iemand kan bijvoorbeeld graag samenwerken én behoefte hebben aan duidelijke structuur.
Een beroep is meer dan de taak
Hetzelfde soort werk kan in een andere omgeving heel anders voelen
Voorbeeld: ontwerpen in een vrij creatief team is anders dan ontwerpen met strakke regels
Daarom kijk je niet alleen naar wat je doet, maar ook naar hoe je werkt
Deze slide helpt voorkomen dat leerlingen te snel op één beroep focussen zonder naar context te kijken.
Vul in in het rechterbeen:
Wat vind je belangrijk aan je werkomgeving?
Deze slide heeft geen instructies
Alles samenbrengen
Zelfkennis bij loopbaanvragen ontstaat door vier onderdelen te combineren:
energie en interesses
waarden
talenten en vaardigheden
voorkeur voor werkomgeving
Samen geven ze een realistischer beeld van wat bij je past.
Gebruik deze slide als samenvattend scharnierpunt voor de les. Hier komt de centrale vraag samen.
Van zelfkennis naar richting
Je hoeft nog geen definitieve keuze te maken
Een eerste richting is genoeg
Hoe beter je jezelf kent, hoe gerichter je kunt zoeken naar studie, stage of werk
Sluit inhoudelijk af met het idee dat loopbaanontwikkeling een proces is. Deze les levert taal en criteria om daar bewuster in te kiezen.
Welke uitspraak past het best bij de les?
Taken zijn het belangrijkst
Omgeving maakt weinig uit
Eén beroep voelt overal gelijk
Werkomgeving zegt iets over hoe je je werk ervaart
Sluit aan op de slides over alleen of met anderen, theoretisch of praktisch, creatief of gestructureerd.
Maak de tekst af
Een beroep past beter als de werkomgeving past bij je manier van werken. Je kunt bijvoorbeeld liever met anderen werken of juist praktisch bezig zijn. Daarom kijk je ook naar hoe je werkt.
Benadrukt dat context en werkstijl samenhangen met passende keuzes.
Welke twee dingen zeggen volgens jou het meest over passend werk?
Goede antwoorden noemen minstens twee van de vier onderdelen uit de samenvatting, bijvoorbeeld energie + waarden of talenten + werkomgeving, en leggen kort uit waarom.
Noem één ding uit deze les dat je wilt onthouden
Gebruik dit als snelle oogst van leeropbrengst. Laat eventueel enkele terugkerende woorden klassikaal toelichten.
Wat heb je vandaag over jezelf ontdekt?
Metacognitieve reflectie zonder goed of fout. Let op of leerlingen iets concreets noemen, zoals waarden afwegen, talent en vaardigheid onderscheiden of nadenken over werkomgeving.
Welke volgende stap past nu het best bij jou?
Nodigt uit tot evaluatie van het leerproces. Bruikbaar om vervolglessen of een tastbaar eindproduct, zoals een loopbaankaart, te plannen.
Begrippen
zelfkennis - inzicht in wie je bent, wat je kunt en wat je belangrijk vindt
loopbaanvraag - een vraag over studie, werk of toekomstkeuzes
energiegever - een activiteit waar je motivatie of plezier van krijgt
interesse - een onderwerp of activiteit die je aandacht trekt
waarde - iets dat jij belangrijk vindt in werk of leven
talent - iets dat je van nature relatief gemakkelijk goed kunt
vaardigheid - iets dat je door oefenen en ervaring leert
Deze slide heeft geen instructies
Begrippen
werkomgeving - de manier en context waarin je werkt
theoretisch - gericht op denken, analyseren en kennis
praktisch - gericht op doen, toepassen en maken
creatief - gericht op nieuwe ideeën en eigen invulling
gestructureerd - gericht op orde, regels en duidelijke stappen
maatschappelijke impact - positief verschil maken voor anderen of de samenleving
Deze slide heeft geen instructies
Slide titel
Welke dingen vind ik leuk om te doen, ook als mijn Nederlands nog niet perfect is?
Welke talenten, kennis en werkervaring heb ik uit mijn land van herkomst meegenomen?
Welke beroepen passen bij mijn interesses en talenten, en welk taalniveau heb ik daarvoor nodig?
Hoe kan ik mijn Nederlands verbeteren terwijl ik leer, stage loop of werk?
Wie kan mij helpen bij mijn keuze, bijvoorbeeld een mentor, docent, decaan of iemand van mijn gemeente?
Deze slide heeft geen instructies