Jezelf leren kennen voor je loopbaan

Jezelf leren kennen voor je loopbaan

1 / 46
volgende
Slide 1: Slide
newEditorLOBMiddelbare schoolISKvmbo tLeerjaar 2

In deze les zitten 46 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Jezelf leren kennen voor je loopbaan

Deze les gaat binnen het vak Engels over zelfkennis rond loopbaanvragen. De inhoud op de slides is in het Nederlands, zodat leerlingen eerst helder over zichzelf kunnen nadenken. In de uitvoering kan de docent waar gewenst Engelse woorden of zinnen koppelen aan de kernbegrippen.

Lesdoel

Ik kan beschrijven waar ik energie van krijg, welke waarden ik belangrijk vind, welke talenten en vaardigheden ik heb en in welke werkomgeving ik het best tot mijn recht kom.

Deze slide heeft geen instructies

Welke woorden passen voor jou bij werk dat echt bij je past?

Gebruik de woordwolk als startpunt: laat leerlingen kort toelichten waarom ze juist die woorden kiezen. Verwachte thema's: plezier, geld, vrijheid, helpen, creativiteit, rust, uitdaging, samenwerken.

Waar begin je bij een loopbaankeuze?

  • Een passend beroep begint niet bij een functietitel, maar bij jezelf

  • Zelfkennis helpt je keuzes beter te onderbouwen

  • Vier vragen staan centraal:

- Waar krijg ik energie van?

- Wat vind ik belangrijk?

- Waar ben ik al goed in?

- In welke omgeving werk ik fijn?

Benoem dat leerlingen nog geen definitieve keuze hoeven te maken. Het doel is taal en inzicht ontwikkelen om over hun toekomst te praten.

Energiegevers en energievreters

  • Activiteiten geven niet iedereen dezelfde energie

  • Let op wat je graag doet én wat je volhoudt

  • Energiegevers trekken je vaak vanzelf aan

  • Energievreters kosten moeite, zelfs als je ze kunt

Maak het onderscheid tussen 'iets kunnen' en 'er energie van krijgen'. Leerlingen verwarren die twee vaak.

Waaraan merk je dat iets energie geeft?

  • Je begint er makkelijker aan

  • De tijd gaat sneller tijdens die activiteit

  • Je wilt er meer over leren

  • Je voelt je achteraf tevreden of trots

  • Voorbeelden: organiseren, ontwerpen, uitleg geven, problemen oplossen

Deze slide heeft geen instructies

Interesses geven richting

  • Wat je interessant vindt, zegt iets over mogelijke richtingen

  • Interesse kan liggen in mensen, techniek, taal, zorg, natuur, handel of creativiteit

  • Eén interesse past vaak bij meerdere beroepen

Gebruik voorbeelden: iemand die gamen interessant vindt kan interesse hebben in strategie, ontwerp, techniek of samenwerken — niet alleen in 'iets met games'.

Van activiteit naar beroep

Een activiteit vertelt vaak meer dan een beroepstitel.


  • Graag helpen → zorg, onderwijs, dienstverlening

  • Graag maken → techniek, ontwerp, ambacht

  • Graag onderzoeken → wetenschap, data, research

  • Graag overtuigen → verkoop, media, communicatie

Leg uit dat loopbaanoriëntatie draait om patronen herkennen. Laat zien dat één voorkeur verschillende beroepsvelden kan openen.

Wat zegt volgens de les het meest over een passende richting?

A

Een functietitel

B

Een hoog salaris

C

Een activiteit

D

Een diploma

Sluit aan op de slides over energie, interesses en 'Van activiteit naar beroep': een activiteit vertelt vaak meer dan een beroepstitel.

Maak de samenvatting compleet

Een passend beroep begint bij jezelf. Let op waar je energie van krijgt en welke interesses richting geven. Eén interesse past vaak bij meerdere beroepen.

jezelf
interesses
beroepen
status
cijfers
vakken
regels

De kern uit dit blok: zelfkennis eerst, daarna pas beroepen verkennen.

Welke activiteit geeft jou energie, en waaraan merk je dat?

Laat leerlingen een concrete activiteit noemen en benoemen welke signalen daarbij passen, zoals: makkelijk beginnen, tijd vliegt, meer willen leren, trots of tevreden achteraf.

Vul in in de LINKERARM:
Waar krijg jij energie van?

Deze slide heeft geen instructies

Waarom waarden belangrijk zijn

  • Waarden zijn dingen die jij belangrijk vindt in werk en leven

  • Ze beïnvloeden of een beroep echt bij je past

  • Twee mensen kunnen hetzelfde werk doen, maar om andere redenen kiezen

  • Waarden helpen bij het afwegen van mogelijkheden

Koppel dit aan taal voor voorkeuren: belangrijk, minder belangrijk, onmisbaar, past bij mij, past minder bij mij.

Voorbeelden van waarden

Nog meer voorbeelden

Wat iemand kan zoeken

Vrijheid - zelf keuzes maken in je werk

Zekerheid - stabiliteit en duidelijkheid

Veel geld verdienen - financieel comfort of ambitie

Maatschappelijke impact - iets betekenen voor anderen

Anderen helpen - direct nuttig willen zijn

Creativiteit - ruimte om iets nieuws te maken

Ontwikkeling - blijven leren en groeien

Balans - werk dat past bij je leven

Deze slide heeft geen instructies

Waarden kunnen botsen

  • Niet alle waarden passen altijd even makkelijk samen

  • Veel vrijheid kan minder zekerheid betekenen

  • Veel geld verdienen geeft niet automatisch maatschappelijke impact

  • Daarom is rangorde belangrijk: wat weegt voor jou het zwaarst?

Maak duidelijk dat er zelden één perfect beroep bestaat. Het gaat om keuzes maken op basis van prioriteiten.

Waarom is het belangrijk om jouw waarden op volgorde van belangrijk te zetten?

A

Omdat waarden vaststaan

B

Omdat cijfers bepalen

C

Omdat waarden kunnen botsen

D

Omdat werk gelijk blijft

Verwijs naar de tegenstelling op de slides: vrijheid kan botsen met zekerheid, en geld met maatschappelijke impact.

Welke waarde weegt voor jou nu het zwaarst?

1

Vrijheid

2

Zekerheid

3

Impact

4

Ontwikkeling

5

Geld

Deze slide heeft geen instructies

Tussen welke twee waarden zou jij lastig kiezen?

Bespreek dat er geen fout antwoord is. Goede antwoorden benoemen een keuze tussen twee waarden en geven een persoonlijke reden of voorbeeld.

Vul in in de RECHTERARM:
Welke waarden vind jij belangrijk

Deze slide heeft geen instructies

Noem één inzicht uit deze les dat je wilt onthouden,

Schrijf dat op onderaan op jouw invulblad

Gebruik dit als snelle oogst van leeropbrengst. Laat eventueel enkele terugkerende woorden klassikaal toelichten.

Einde van deze les, volgende week gaan we hiermee verder.


Lekker gewerkt :)

Gebruik dit als snelle oogst van leeropbrengst. Laat eventueel enkele terugkerende woorden klassikaal toelichten.

De vorige lessen

Hebben we gesproken over energie en over waarden.


Wie kan uitleggen wat daarmee wordt bedoeld?



Deze les gaan we het hebben over Talenten

Deze slide heeft geen instructies

Talenten en vaardigheden

  • Een talent is iets dat je van nature snel oppakt of goed aanvoelt

  • Een vaardigheid is iets dat je leert en oefent

  • Talent en vaardigheid versterken elkaar

  • Je hoeft (nog) niet overal goed in te zijn om een richting te kiezen

Veel leerlingen denken dat talent vaststaat. Benadruk dat vaardigheden kunnen groeien en dat motivatie daarin een grote rol speelt.

Wat heb je al in huis?

  • Voorbeelden van talenten: creatief denken, luisteren, nauwkeurig werken

  • Voorbeelden van vaardigheden: plannen, presenteren, samenwerken, schrijven

  • School, hobby's, bijbaan en sport laten vaak veel zien

Noem expliciet dat talenten niet alleen zichtbaar zijn in cijfers. Ook gedrag en inzet buiten de les tellen mee.

Wat wil je nog ontwikkelen?

  • Loopbaankeuzes gaan ook over groei

  • Misschien wil je sterker worden in leiding nemen, spreken, organiseren of technisch werken

  • Een beroep hoeft dus niet alleen te passen bij wie je nu bent

  • Het mag ook passen bij wie je wilt worden

Dit is een belangrijk kantelpunt in de les: zelfkennis is niet alleen terugkijken, maar ook vooruitdenken.

Welke combinatie klopt volgens de les?

A

Talent leer je alleen

B

Vaardigheid oefen je

C

Talent staat altijd vast

D

Vaardigheid is aangeboren

Toetst het onderscheid tussen talent en vaardigheid. Een veelvoorkomende misvatting is dat talent alles bepaalt.

Vul de kernwoorden in

Een talent is iets dat je van nature snel leert of kunt. Een vaardigheid leer je door oefenen. Loopbaankeuzes gaan ook over groei en over wie je wilt worden.

talent
vaardigheid
groei
beroep
toeval
routine
twijfel

Deze invuloefening bundelt de kern van slides 10 t/m 12.

Welke vaardigheid wil jij de komende tijd sterker ontwikkelen?

Laat leerlingen iets noemen uit school, hobby, sport of bijbaan. Sterke antwoorden koppelen een huidige kwaliteit aan een ontwikkelpunt.

Vul in in het linkerbeen:
Welke talenten heb je al en welke vaardigheden heb je en/of wil je ontwikkelen?

Deze slide heeft geen instructies

De vorige lessen

Hebben we gesproken over energie en over waarden en over talenten en vaardigheden


Wie kan uitleggen wat daarmee wordt bedoeld?



Deze les gaan we het hebben over de werkomgeving

Deze slide heeft geen instructies

Een werkomgeving maakt verschil

Wat wordt er bedoeld met werkomgeving?


  • Is dat alleen de plek waar je werkt? (Mooi of lelijk? In Amsterdam of in Parijs of in Barneveld?)
    (Binnen of Buiten: Breng je je werkdag het liefst door achter een bureau/in een pand, of wil je de vrijheid hebben om buiten te zijn en fysiek in beweging te blijven?)

  • Of kan het ook met andere dingen te maken hebben?

Deze slide heeft geen instructies

Een werkomgeving maakt verschil

Een beroep past beter als de werkomgeving bij je manier van werken aansluit

  • Denk aan deze tegenstellingen:

  • alleen of met anderen

  • theoretisch of praktisch

  • creatief of gestructureerd

  • Rustig of Dynamisch

  • Formeel of informeel

  • klantgericht of achter de schermen

  • Leidinggevend of uitvoerend

    Je voorkeur zegt iets over waar jij het best functioneert

Deze slide heeft geen instructies

Verschillende voorkeuren

Manier van werken

Structuur van werk

Creatief - ruimte voor ideeën en vernieuwing

Gestructureerd - duidelijke regels en stappen

Afwisseling - telkens iets anders doen

Vaste routine - voorspelbaarheid en overzicht

Alleen - zelfstandig, rustig, eigen focus

Met anderen - overleggen, samenwerken, contact

Theoretisch - lezen, analyseren, nadenken

Praktisch - doen, maken, uitvoeren

Benadruk dat voorkeuren vaak gemengd zijn. Iemand kan bijvoorbeeld graag samenwerken én behoefte hebben aan duidelijke structuur.

Een beroep is meer dan de taak

  • Hetzelfde soort werk kan in een andere omgeving heel anders voelen

  • Voorbeeld: ontwerpen in een vrij creatief team is anders dan ontwerpen met strakke regels

  • Daarom kijk je niet alleen naar wat je doet, maar ook naar hoe je werkt

Deze slide helpt voorkomen dat leerlingen te snel op één beroep focussen zonder naar context te kijken.

Vul in in het rechterbeen:
Wat vind je belangrijk aan je werkomgeving?

Deze slide heeft geen instructies

Alles samenbrengen

Zelfkennis bij loopbaanvragen ontstaat door vier onderdelen te combineren:


  • energie en interesses

  • waarden

  • talenten en vaardigheden

  • voorkeur voor werkomgeving


Samen geven ze een realistischer beeld van wat bij je past.

Gebruik deze slide als samenvattend scharnierpunt voor de les. Hier komt de centrale vraag samen.

Van zelfkennis naar richting

  • Je hoeft nog geen definitieve keuze te maken

  • Een eerste richting is genoeg

  • Hoe beter je jezelf kent, hoe gerichter je kunt zoeken naar studie, stage of werk

Sluit inhoudelijk af met het idee dat loopbaanontwikkeling een proces is. Deze les levert taal en criteria om daar bewuster in te kiezen.

Welke uitspraak past het best bij de les?

A

Taken zijn het belangrijkst

B

Omgeving maakt weinig uit

C

Eén beroep voelt overal gelijk

D

Werkomgeving zegt iets over hoe je je werk ervaart

Sluit aan op de slides over alleen of met anderen, theoretisch of praktisch, creatief of gestructureerd.

Maak de tekst af

Een beroep past beter als de werkomgeving past bij je manier van werken. Je kunt bijvoorbeeld liever met anderen werken of juist praktisch bezig zijn. Daarom kijk je ook naar hoe je werkt.

werkomgeving
met anderen
hoe
salaris
waar
sneller
opleiding

Benadrukt dat context en werkstijl samenhangen met passende keuzes.

Welke twee dingen zeggen volgens jou het meest over passend werk?

Goede antwoorden noemen minstens twee van de vier onderdelen uit de samenvatting, bijvoorbeeld energie + waarden of talenten + werkomgeving, en leggen kort uit waarom.

Noem één ding uit deze les dat je wilt onthouden

Gebruik dit als snelle oogst van leeropbrengst. Laat eventueel enkele terugkerende woorden klassikaal toelichten.

Wat heb je vandaag over jezelf ontdekt?

Metacognitieve reflectie zonder goed of fout. Let op of leerlingen iets concreets noemen, zoals waarden afwegen, talent en vaardigheid onderscheiden of nadenken over werkomgeving.

Welke volgende stap past nu het best bij jou?

Nodigt uit tot evaluatie van het leerproces. Bruikbaar om vervolglessen of een tastbaar eindproduct, zoals een loopbaankaart, te plannen.

Begrippen

zelfkennis - inzicht in wie je bent, wat je kunt en wat je belangrijk vindt

loopbaanvraag - een vraag over studie, werk of toekomstkeuzes

energiegever - een activiteit waar je motivatie of plezier van krijgt

interesse - een onderwerp of activiteit die je aandacht trekt

waarde - iets dat jij belangrijk vindt in werk of leven

talent - iets dat je van nature relatief gemakkelijk goed kunt

vaardigheid - iets dat je door oefenen en ervaring leert

Deze slide heeft geen instructies

Begrippen

werkomgeving - de manier en context waarin je werkt

theoretisch - gericht op denken, analyseren en kennis

praktisch - gericht op doen, toepassen en maken

creatief - gericht op nieuwe ideeën en eigen invulling

gestructureerd - gericht op orde, regels en duidelijke stappen

maatschappelijke impact - positief verschil maken voor anderen of de samenleving

Deze slide heeft geen instructies

Slide titel

Welke dingen vind ik leuk om te doen, ook als mijn Nederlands nog niet perfect is?

  1. Welke talenten, kennis en werkervaring heb ik uit mijn land van herkomst meegenomen?

  2. Welke beroepen passen bij mijn interesses en talenten, en welk taalniveau heb ik daarvoor nodig?

  3. Hoe kan ik mijn Nederlands verbeteren terwijl ik leer, stage loop of werk?

  4. Wie kan mij helpen bij mijn keuze, bijvoorbeeld een mentor, docent, decaan of iemand van mijn gemeente?


Deze slide heeft geen instructies