Module 3 - keuze onderwerp 'Zelfstandig ondernemen'

Zelfstandig ondernemen 
Wat moet je allemaal regelen als je zelf gaat ondernemen?
1 / 25
volgende
Slide 1: Tekstslide
BurgerschapMBOStudiejaar 1-4

In deze les zitten 25 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 45 min

Instructies

  • Start de les door op de button Start les te klikken
  • De link Printen biedt mogelijkheid om de slides en notities van de les te printen

Onderdelen in deze les

Zelfstandig ondernemen 
Wat moet je allemaal regelen als je zelf gaat ondernemen?

Slide 1 - Tekstslide

Zelfstandig ondernemen
Vorm: Woordwolk, open vraag, filmpje, poll en sleepvraag.

Duur: 45 minuten

Na dit onderdeel kunnen studenten:
  • uitleggen wat het verschil is tussen werken in loondienst en werken als zelfstandige;
  • benoemen welke financiële en administratieve zaken een startende zelfstandige zelf moet regelen;
  • het verschil uitleggen tussen omzet, kosten, winst en geld dat daadwerkelijk beschikbaar is om uit te geven;
  • uitleggen waarom een zelfstandige geld moet reserveren voor belasting en financiële risico’s;
  • belangrijke risico’s rond ziekte, aansprakelijkheid en pensioen herkennen;
  • signalen herkennen die erop kunnen wijzen dat iemand mogelijk als schijnzelfstandige werkt;
  • een afgewogen keuze maken of zelfstandig ondernemen bij hen zou kunnen passen en deze keuze onderbouwen.

Begin met, vandaag gaan we het hebben over zelfstandig ondernemen. Wat komt daar bij kijken en past het eigenlijk bij je. Benoem eventueel de 3 leerdoelen, zoals hieronder geformuleerd.

1.  Wat er komt er kijken bij zelfstandig ondernemen. 

2. Verschil loondienst en werken als zelfstandige. 

3. Kun je straks inschatten of het bij je past en wat zou je doen bij een schijnzelfstandig aanbod.

Je kunt als zzp’er iedere maand € 3.000 factureren?
Zou je direct beginnen?
Ja
Nee
Misschien

Slide 2 - Poll

Je kunt als zzp’er iedere maand € 3.000 factureren. Zou je direct beginnen?

Vraag:
  • Waarom zou je wel beginnen?
  • Waarom juist niet?
  • Wat vind jij belangrijker: zekerheid of vrijheid?
  • Is € 3.000 factureren hetzelfde als  € 3.000 salaris?”
  • Welke kosten zouden daar volgens jou nog vanaf gaan?”
  • Hoeveel zou je minimaal moeten kunnen factureren voordat jij loondienst zou opgeven?”
Overgang: Om die keuze goed te kunnen maken, moeten we eerst weten waarmee we vergelijken. Hoe werk jij nu eigenlijk: in loondienst, op oproepbasis, via een uitzendbureau of misschien al zelfstandig?
Wat voor een contract
heb jij nu?

Slide 3 - Woordweb

Vraag wat voor een contract heb jij nu?
Doel: voorkennis activeren + relevantie vaststellen.

Laten we beginnen dichtbij huis: wat voor contract heb jij op dit moment: als stagiair, bijbaan of al werkend?

Benoem de vijf contractsoorten: oproepkracht, tijdelijk contract, vast contract, uitzendkracht, opdrachtovereenkomst.

Vragen
  • Is hier iemand die nu al als zzp’er werkt, of dat kent uit de eigen omgeving? Hoe bevalt dat?
  • Wie heeft zijn contract ooit helemaal gelezen?
  • Wat staat er in een arbeidscontract dat voor jou belangrijk is?
  • Waarom zou een bedrijf liever een zzp-opdracht aanbieden?
  • Wat krijg je als werknemer wat je als zelfstandige niet automatisch krijgt?
  • Zou een hoger uurbedrag voor jou genoeg zijn om een vaste baan op te geven?
Overgang: We gebruiken steeds het woord zzp’er. Maar wat betekent dat eigenlijk precies?


Wat betekent de afkorting ZZP?

Slide 4 - Open vraag

Wat betekent de afkorting ZZP?

Bespreek kort de binnengekomen antwoorden en vul aan met de officieuze betekenis: ZZP staat voor zelfstandige zonder personeel. Het is geen rechtsvorm. Veel zzp’ers hebben een eenmanszaak, werken vanuit een bv kan ook.

Leg uit dat de meeste zzp’ers eerst in loondienst werken om ervaring en een netwerk van opdrachtgevers op te bouwen.

Noem de uitzondering: in sectoren als de bouw, muziek, kappersvak en verzorging beginnen jongeren ook vaak direct als zelfstandige.

Verwachte reacties van studenten: Antwoorden lopen uiteen van correcte pogingen (‘zelfstandig zonder personeel’) tot losse associaties (‘eigen baas’, ‘freelancer’). Beide zijn een goed startpunt om op door te vragen.

Vragen:
  • Waarom kiezen bedrijven steeds vaker voor zzp'ers?
  • Waarom zou jij als werknemer liever géén zzp’er zijn?
  • Wie draagt bij zzp meer risico: jij of de opdrachtgever?
Reflectievraag
Denk je dat zzp'er zijn over 10 jaar populairder of minder populair wordt? Waarom?

Overgang: ZZP zegt dus vooral iets over hoe je werkt. Maar als je morgen echt wilt beginnen, welke dingen moet je dan regelen?
Wat moet je regelen als je als zzp'er aan de slag wil?
Juridisch & administratief
- Inschrijven Kamer van Koophandel<br>- Aanmelden bij de belastingdienst<br>- Algemene voorwaarden opstellen
Financieel
- Zakelijke bankrekening openen<br>- Uuurtarief bepalen&nbsp;<br>- ICT/administratiesoftware voor facturering
Marketing & Positionering
- Bedrijfsnaam bedenken<div>- Ondernemersplan&nbsp;</div><div>- Vergunningen</div><div>- Logo en zichtbaarheid</div><div>- Website</div>

Slide 5 - Tekstslide


Wat moet je regelen als je als zzp'er aan de slag wil?

Stel dat je morgen zou willen starten als zzp’er — wat zou je dan allemaal moeten regelen? 

Vraag:
Kent iemand een ondernemer in zijn familie of omgeving?

Doorvragen:
  • Wat voor werk doet die?
  • Wat moet die allemaal regelen?
  • Werkt dat goed?
  • Wat lijkt jou leuk daaraan?

Hieronder bespreken we de drie groepen. Door op het bolletje te klikken worden de punten opgesomd. Je kunt de bolletjes verslepen om zo de opsommingen naast elkaar te laten zien.

Juridisch/administratief
- Inschrijven bij de KVK. Hiervoor heb je een DigiD nodig en het kost geld; de KVK geeft de inschrijving door aan de Belastingdienst zodat de overheid weet welke ondernemingen er zijn;
- algemene voorwaarden opstellen om jezelf juridisch in te dekken. 

Zodra je een eigen bedrijf start, krijg je ook verantwoordelijkheden. De overheid moet weten wie verantwoordelijk is voor het bedrijf.

Praktijkvoorbeeld:
Als jij kapper bent en een klant krijgt schade door een behandeling, dan moet duidelijk zijn wie daarvoor verantwoordelijk is.

Financieel
- een zakelijke bankrekening scheidt privé en zakelijk geld;
- het uurtarief kun je bijvoorbeeld bepalen door een cao-loon uit de sector om te rekenen naar een uurtarief; 
- goede ICT/administratiesoftware voor facturering is niet alleen praktisch, maar ook belangrijk bij een latere hypotheekaanvraag, waarbij banken vaak 3 jaar jaarcijfers opvragen.

Marketing/positionering
- kies een naam die beschikbaar, onderscheidend en goed googlebaar is;
- stel een ondernemersplan op (doelgroep, concurrenten, geld om te beginnen, eventueel vergunningen of diploma’s als die nodig zijn; 
- zorg voor een logo en zichtbaarheid, bijvoorbeeld via een eenvoudige website.

Vertel: Goed zijn in je vak is belangrijk.
Maar als niemand weet dat je bestaat, krijg je ook geen klanten.

Vraag 
“Welke van deze punten lijkt jou het lastigst, en waarom?”

Studenten noemen vaak het uurtarief bepalen en het ondernemersplan als lastigst, omdat dit abstracte inschattingen vereist; administratieve stappen (KVK, bankrekening) worden vaak als ‘makkelijk maar saai’ bestempeld.

Studenten onderschatten vaak hoe kostbaar KVK-inschrijving is en hoe lang de opbouw van een klantennetwerk in de praktijk duurt. Benoem expliciet dat dit meestal geen kwestie van dagen maar van maanden is.

Overgang: “Om dit wat concreter te maken, laten we een kort filmpje bekijken van de KvK zelf.”

Slide 6 - Video

Filmpje: Onderzoek of ondernemen iets voor jou is.

Let tijdens het filmpje op één ding: welke twijfel had de ondernemer in de video voordat ze begon, en hoe is zij daarmee omgegaan?”

Speel het filmpje af; het stopt automatisch bij 3:04.

Bespreek de vraag direct na afloop (max. 1 minuut): welke twijfel kwam naar voren, en herkennen studenten dat gevoel bij zichzelf?

Studenten benoemen vaak schaal-/geldzorgen (‘genoeg klanten vinden’, ‘durven starten’) als herkenbare twijfel.

Overgang“Nu jullie wat meer beeld hebben bij ondernemen — hoe zit dat eigenlijk bij jullie zelf?”

Wil jij als ZZP-er aan de slag?
Ja
Nee
Ik weet het nog niet
Ik ben al ZZP-er

Slide 7 - Poll

Wil jij als ZZP-er aan de slag?
Gebruik hem als nulmeting.
Zeg expliciet:
Er is geen goed antwoord.
We kijken straks of je mening verandert.

Verwachte reactie: ‘Ja’-stemmers noemen meestal vrijheid, flexibiliteit en ‘eigen baas zijn’; ‘Nee’-stemmers noemen onzekerheid, administratie en het risico geen inkomen te hebben bij ziekte.

Veel studenten die ‘Ja’ stemmen onderschatten op dit punt nog de financiële en administratieve verantwoordelijkheid die later in de les aan bod komt (belasting, verzekeringen). Hier hoef je het hier nog niet over te hebben. Komt later aan bod.

Overgang: “Laten we die voor- en nadelen dan nu eens goed en systematisch op een rijtje zetten.”

timer
2:00
Wat zijn de voor-en nadelen
van zzp'er?

Slide 8 - Woordweb

Wat zijn de voor-en nadelen van zzp'er?
  1. Laat ze in tweetallen bedenken wat de voor-en nadelen van een zzp-er zijn ten opzichte van loondienst.
  2. Ze hebben hier 2 minuten voor. Start de klok door erop de klikken om de 2 minuten in te laten gaan.
  3. De antwoorden kunnen ze op hun telefoon invullen.
Overgang: “Laten we kijken wat jullie hebben bedacht, en die aanvullen met een paar punten die vaak vergeten worden.”

Voor-en nadelen
Voordelen
Nadelen
Je bent eigen baas
Als je ziek, arbeidsongeschikt wordt of op vakantie gaat verdien je niets
Je kunt een hoger uurtarief vragen
Zelf pensioen regelen
Zelf mensen kiezen waarmee je werkt
Administratie voeren
Flexibel
Zelf belasting afdragen en regelen
Zelf je opdrachtgevers kiezen
Werk en privé kunnen door elkaar heen lopen

Slide 9 - Tekstslide

Voor-en nadelen

Bespreek eerst kort de eigen antwoorden van de groepjes.

Vul aan met de tabel: benadruk vooral de nadelen die vaak over het hoofd worden gezien: geen loon bij ziekte/arbeidsongeschiktheid en zelf pensioen regelen.

Leg expliciet de brug: Voor ziekte en inkomen later moet je als zzp’er zelf voorzieningen treffen. Daar gaan we zo op in. En dat ‘zelf belasting afdragen’ gaan we ook nog concreet uitrekenen.” 

Vraag:
  • Welk voordeel vind jij het belangrijkste?
  • Welk nadeel wordt volgens jou het vaakst vergeten?
  • Is €30 per uur als zzp’er automatisch beter dan €20 per uur in loondienst?
  • Welke kosten moet je als zzp’er uit dat hogere tarief betalen?
  • Welke zekerheid zou jij het moeilijkst vinden om op te geven?

Overgang
Een hoger tarief klinkt aantrekkelijk. Maar een deel van wat je factureert is niet vrij besteedbaar. We beginnen bij belasting.
Met welke belastingen krijg je
als zzp'er te maken?

Slide 10 - Open vraag

Met welke belastingen krijg je 
als zzp'er te maken?

Vraag eerst:
Welke belastingen kennen jullie al?

Bespreek daarna de antwoorden.
De twee belastingen die we in deze les behandelen zijn:
1. Inkomstenbelasting
Belasting over je inkomen/winst.
2. Omzetbelasting (btw)
Belasting die je meestal aan je klant doorberekent en via de btw-aangifte verrekent met de Belastingdienst.

Leg nog niet uitgebreid uit hoe beide belastingen werken. Dat gebeurt op de volgende slides.

Kernboodschap
Als werknemer wordt er al belasting op je loon ingehouden. Als zzp’er moet je zelf zorgen dat je geld reserveert en je belastingzaken regelt.

Een zzp’er met een onderneming is bovendien niet automatisch ondernemer voor de inkomstenbelasting; daarvoor gelden aparte voorwaarden. Dat detail zou ik voor studenten niet uitgebreid behandelen, maar het is wel goed dat de docent dit weet.

Vragen
  • Welke van deze twee woorden kende je al?
  • Waarom moet een zzp’er zelf goed bijhouden hoeveel geld binnenkomt?
  • Wat kan er gebeuren als je al het geld dat binnenkomt meteen uitgeeft?
  • Denk je dat alles wat een klant betaalt ook van jou is?
Overgang: We beginnen met de inkomstenbelasting. Hoe voorkom je dat je later een belastingrekening krijgt waarvoor je geen geld meer hebt?
Inkomstenbelasting
Je hebt € 2.000 winst. Je reserveert geen belasting. 
Drie maanden later krijg je een aanslag van € 500.

Wat doe je dan?
Reserveer geld voor belasting!

Slide 11 - Tekstslide

Inkomstenbelasting

Begin te vertellen dat niemand meer loonbelasting automatisch voor je betaalt als zzp’er. Dat moet je zelf doen. Laten we kijken hoe dat werkt.

Leg uit dat je inkomstenbelasting moet betalen. Hiervoor moet je ieder jaar verplicht aangifte doen. Dit hoeft niet altijd als je in loondienst bent. De werkgever betaalt dit dan iedere maand automatisch voor je. Je krijgt als zelfstandige niet automatisch een ‘nettoloon’.

Als zzp'er is het belangrijk om een deel van je winst te reserveren (apart te zetten) voor belasting.

Een percentage van 25-30% kan als voorzichtige oefenbuffer worden gebruikt, maar is géén vast belastingtarief. Hoeveel iemand werkelijk betaalt hangt van de persoonlijke situatie af.


Overgang: Maar voordat je weet hoeveel geld je kunt reserveren, moet je eerst weten hoeveel winst je hebt gemaakt. Dat gaan we uitrekenen bij Jamal.





Jamal is automonteur en werkt als zzp'er.
Hij stuurt deze maand facturen voor € 2.000. Hij heeft ook kosten:
Gereedschap € 150, benzine € 100, telefoon € 50.
Hoeveel winst maakt hij?

Slide 12 - Open vraag

Casus Jamal
Antwoord: € 1.700

Voor deze oefening gaan we ervan uit dat alle genoemde kosten volledig zakelijk zijn en dat bedragen exclusief btw zijn.

€ 2000 minus € 150, € 100 en € 50
= € 1.700 winst

Vraag: 
Denk je dat Jamal die € 1.700 helemaal kan uitgeven?

Het antwoord is: nee.
Nee. Hij moet nadenken over belasting, buffer, verzekeringen, pensioen en toekomstige kosten. 

De € 1.700 winst is dus niet automatisch € 1.700 die Jamal privé kan uitgeven. Hij moet onder andere rekening houden met belasting, toekomstige kosten en risico’s.

Vraag: Kan Jamal nu al een nieuwe telefoon van € 1000 kopen?

Dat weet je nog niet. Eerst moet hij weten welk deel hij nodig heeft voor belasting, bedrijfskosten en financiële zekerheid

Overgang: “Naast inkomstenbelasting krijg je als zzp’er ook te maken met een heel andere belasting: de omzetbelasting, oftewel btw.”
Omzetbelasting (BTW)
Jamal stuur de volgende factuur:








Boete bij te laat aangifte
Hoeveel van de omzet is echt van Jamal?

Slide 13 - Tekstslide

Omzetbelasting (BTW)

Het antwoord is € 100. De € 21 is omzetbelasting die je aan de belastingdienst moet betalen.

Leg uit dat btw (9% of 21%, afhankelijk van de sector) bovenop het eigen tarief aan de klant wordt doorberekend. Het is dus geen eigen geld, maar geld dat je namens de Belastingdienst int en moet doorbetalen. 

Benoem dat aangifte verplicht is. De meest ondernemers moeten eens per kwartaal aangifte doen. Zelfs als je niets verdient.
Bij het missen van de kwartaalaangifte volgt direct een fictieve aanslag van 
€ 5.000 en een aangifteverzuimboete van € 82 ongeacht of er sprake was van opzet. Tegen de aanslag, als deze niet klopt, kun je bezwaar aantekenen.

Vragen
  • Waarom moet Jamal die € 21 niet als eigen geld zien?
  • Wat gebeurt er als hij de volledige  € 121 uitgeeft?
  • Hoe kun je voorkomen dat je btw per ongeluk opmaakt?
Overgang: Als zzp’er moet je dus zelf zorgen dat je genoeg geld apart houdt voor belasting. Maar geld apart houden helpt niet bij ieder risico. Wat gebeurt er bijvoorbeeld als je drie maanden niet kunt werken?


Met welke verzekeringen krijg je als zzp'er te maken?

Slide 14 - Open vraag

Met welke verzekeringen krijg je als zzp'er te maken?

Als je geen werkgever meer hebt die dingen voor je regelt. Welke risico’s loop je dan zelf, denk je?

Bespreek de antwoorden.

Voor deze risico’s bestaan verschillende verzekeringen en andere oplossingen:
  • arbeidsongeschiktheid
  • ziektekostenverzekering
  • beroepsaansprakelijkheid
  • pensioenverzekering
Studenten noemen vaak ziekte/ongeval en soms aansprakelijkheid; pensioen wordt zelden spontaan genoemd.

Vraag:
Welke risico's lopen studenten uit jullie opleiding?
Sectorgericht denken:
  • zorg
  • horeca
  • techniek
  • sport
  • onderwijs

Overgang: “Jullie noemen al een paar goede punten. Laten we de drie belangrijkste verzekeringen voor zzp’ers nu één voor één bekijken.”

Verzekeringen
1. Jamal glijdt uit tijdens het werk.

Hij breekt zijn been.

Hij kan 3 maanden niet werken? Wat gebeurt er?


2. Jamal maakt een fout bij een klant. Wie betaalt dit?

Slide 15 - Tekstslide

Verzekeringen

1. Arbeidsongeschiktheidsverzekering
Dit is een verzekering die uitkeert als je ziek-en of arbeidsongeschikt wordt. Alternatief is een broodfonds. Een broodfonds bestaat uit minimaal 20 tot maximaal 50 ondernemers die elkaar kunnen vertrouwen. Ze steunen elkaar bij ziekte. Hiervoor betaal je iedere maand een bedrag aan het fonds. Als iemand ziek is, krijgt deze maximaal 2 jaar achter elkaar een bedrag per maand uit het fonds. Dit spreek je van te voren af. Als er in je eigen broodfonds  te weinig geld zit, moeten andere broodfondsen bijspringen.

2. Als je geen verzekering hebt betaal je alles zelf. Om dit te voorkomen sluit je een beroepsaansprakelijkheidsverzekering af.
Als je aan het werk bent, kan het gebeuren dat je een fout maakt. .

Pensioen
Geef aan dat dit thema later aan de orde komt.

Vragen:
  • Wat gebeurt er met zijn inkomen als hij drie maanden niet kan werken?
  • Welke vaste lasten lopen ondertussen gewoon door?
  • Zou jij liever iedere maand betalen voor bescherming of zelf een grote buffer opbouwen?
  • Hoe groot moet een buffer zijn als je drie maanden geen opdrachten hebt?
  • Wat vind je belangrijker bij een verzekering: de laagste prijs of weten wat er wordt uitgekeerd?

Overgang: "Wat kost een verzekering?"
Wat kost verzekeren?
AOV A – € 80 p/m – uitkering na 2 jaar
AOV B – € 160 p/m – uitkering na 3 maanden
AOV C – € 250 p/m – uitkering na 1 maand + hogere uitkering

Welke zou jij kiezen voor Jamal en waarom?
timer
2:00

Slide 16 - Tekstslide

Wat kost verzekeren?

Vertel eerst:
Dit zijn drie fictieve voorbeelden. De echte prijs van een AOV verschilt per persoon en beroep.

Laat studenten in duo’s kiezen:
Welke verzekering zouden jullie voor Jamal kiezen? En waarom?

Laat ze niet alleen een letter noemen. Ze moeten één reden geven.

Kernbegrippen kort uitleggen
Premie = wat je iedere maand voor de verzekering betaalt.
Wachttijd = hoe lang je zelf zonder uitkering moet kunnen rondkomen.
Uitkering = het bedrag dat je krijgt als de verzekering uitkeert.

Dat past ook bij de werkelijke werking van een AOV: hoogte, startmoment en duur van de uitkering worden vooraf afgesproken.

Vragen
  • Waarom is A de goedkoopste?
  • Wat is het nadeel van twee jaar wachten?
  • Kan Jamal zelf twee jaar zonder inkomen betalen?
  • Waarom is de goedkoopste verzekering niet automatisch de beste?
  • Welke keuze zou je maken als Jamal bijna geen spaargeld heeft?
  • Zou je anders kiezen als Jamal          € 20.000 spaargeld heeft?
  • Wat vind jij belangrijker: lage maandkosten of sneller geld krijgen als er iets gebeurt?
Overgang:  Bij ziekte moet je nadenken over inkomen voor de komende maanden. Als ondernemer moet je ook veel verder vooruitkijken: waar leef je van als je later stopt met werken?.

Waar leef je van als je later
niet meer werkt?

Slide 17 - Woordweb

Waar leef je van als je later 
niet meer werkt?

Stel eerst alleen de vraag:
Waar komt jouw geld vandaan als je later stopt met werken?

Laat studenten antwoorden.
Mogelijke antwoorden die je kunt horen:
  • pensioen
  • AOW
  • spaargeld
  • beleggen
  • geen idee.

Leg nog niet direct alles uit.

Vragen
  • Wie betaalt jouw loon als je niet meer werkt?
  • Wat betekent pensioen volgens jou?
  • Denk jij nu al weleens aan later?
  • Waarom denken jonge mensen weinig over pensioen na?
  • Denk je dat een zzp’er dit anders moet regelen dan iemand in loondienst?”

Kernboodschap
Als zzp’er bouw je niet automatisch via een werkgever aanvullend pensioen op. Je moet dus zelf nadenken over geld voor later.

Overgang: Laten we kijken wat er gebeurt als je daar helemaal niets voor regelt. Jamal is inmiddels 68 jaar en wil stoppen met werken.
Jamal is 68. Jamal is zijn hele leven zzp'er geweest.
Nooit pensioen opgebouwd via een werkgever. Nooit zelf geld opzij gezet. Nu wil hij stoppen met werken. Waar moet hij nu van leven?
Alleen AOW
AOW+Spaargeld
AOW+Pensioen
Ik weet het niet

Slide 18 - Poll

Jamal is 68. Jamal is zijn hele leven zzp'er geweest. Nooit pensioen opgebouwd via een werkgever. Nooit zelf geld opzij gezet. Nu wil hij stoppen met werken. Waar moet hij nu van leven?

Antwoord: Alleen AOW

Vraag: 
Stel je bent 22 jaar. Zou je dan al gaan sparen voor je pensioen? Waarom wel of niet?

Overgang: Jamal heeft niets extra opgebouwd. Hoe kun je voorkomen dat je later alleen afhankelijk bent van je AOW? Welke mogelijkheden heb je als zzp’er?
Hoe kun je pensioen regelen?
Sparen
Verzekeren
Collectieve pensioen-regeling

Slide 19 - Tekstslide

Hoe kun je pensioen regelen?

Sparen: maandelijks een bedrag opzij zetten, op een spaarrekening of door te beleggen. Leg uit dat beleggen op de lange termijn vaak gunstiger is als je nog jong bent, maar dat dit wel discipline vereist om het geld niet tussentijds voor andere dingen te gebruiken.

Verzekeringsmaatschappij
 Je kunt zelf vermogen voor later opbouwen. Dat kan bijvoorbeeld door vrij te sparen/beleggen of via een speciaal pensioen-/lijfrenteproduct. Bij zo’n lijfrente kunnen stortingen onder voorwaarden fiscaal aftrekbaar zijn als je een pensioentekort hebt en binnen je jaarruimte blijft

Collectieve pensioenregeling
Een regeling voor meerdere deelnemers bij een verzekeraar, beleggingsinstelling of pensioenfonds, speciaal voor zzp’ers, waarbij vrijwillige aansluiting mogelijk is.

Veelvoorkomende denkfout:
Veel jonge studenten denken dat de AOW straks vanzelf wel ‘genoeg’ zal zijn. Vertel dat de AOW een wettelijke basisvoorziening is, geen volledig pensioen, en dat dit voor zzp’ers extra relevant is omdat zij, in tegenstelling tot werknemers, geen automatische aanvullende pensioenopbouw via een werkgever hebben.

Vraag: 
  • Je houdt per maand € 100 over. Waar zou jij het in stoppen en waarom?
  • Waarom voelt pensioen zo ver weg?
  • Wat is het voordeel van vroeg beginnen?
  • Is al je geld vastzetten voor later ook altijd verstandig?
  • Wat moet je eerst op orde hebben voordat je veel geld voor pensioen opzijzet?

Overgang: Je hebt nu gezien dat je als ondernemer veel zelf moet organiseren. Maar er is nog één vraag: bén je in de praktijk eigenlijk wel echt zelfstandig?

Schijnzelfstandigheid

Slide 20 - Woordweb

Schijnzelfstandigheid
  1. Vraag eerst of studenten het woord schijnzelfstandigheid kennen. Laat hen in hun eigen woorden uitleggen wat zij denken dat het betekent.
Kernboodschap
Schijnzelfstandigheid betekent: je werkt op papier als zzp’er, maar de manier waarop je werkt lijkt in de praktijk meer op loondienst.

Vragen
  • Wat denk je dat ‘schijn’ betekent in schijnzelfstandigheid?
  • Waarom zou een bedrijf liever met een zzp’er werken dan iemand in loondienst nemen?
  • Voor wie kan schijnzelfstandigheid een probleem zijn: het bedrijf, de zzp’er of allebei?
  • Denk je dat je aan alleen het contract kunt zien of iemand echt zelfstandig is?
Overgang: Jullie zitten al in de goede richting. Maar wanneer lijkt iemand in de praktijk meer op een werknemer dan op een echte zelfstandige? Daar gaan we nu naar kijken.
Schijnzelfstandigheid
  • Iemand die officieel zzp’er is, maar eigenlijk als werknemer werkt.
  • Werkt vaak voor 1 opdrachtgever
  • Heeft geen vrijheid in werktijden of manier van werken
  • Geen eigen ondernemersrisico

Vraag? 
Wie weet een voorbeeld uit de praktijk?

Slide 21 - Tekstslide

Schijnzelfstandigheid

De Belastingdienst controleert of iemand echt ondernemer is, of eigenlijk gewoon in loondienst werkt. Dit zijn de signalen waar ze op letten.
  • Werk je voor meerdere opdrachtgevers, of eigenlijk steeds voor dezelfde ene partij? 
  • Heb je eigen risico’s, zoals geen loon bij ziekte en zelf investeren in materialen/spullen? 
  • Bepaal je zelf je werktijden en manier van werken, of ligt dit vast door de opdrachtgever? 
  • Bepaal je zelf je tarief, of wordt dit voor je vastgesteld? 

Benoem het risico bij twijfel: zowel het bedrijf als de zzp’er kunnen een boete of naheffing krijgen van de Belastingdienst.

Stel de vraag: “Wie weet een voorbeeld uit de praktijk van schijnzelfstandigheid?”

Verwachte reacties van studenten: Veelgenoemde voorbeelden: postbezorgers die een uniform moeten dragen en vaste routes rijden, 
kappers die in een salon werken zonder eigen klantenkring, 
ICT’ers met een 9-tot-5 rooster op kantoor, zorgmedewerkers die altijd in hetzelfde ziekenhuis werken zonder eigen tijdsindeling.

Vraag:
Is schijnzelfstandigheid vooral een probleem voor bedrijven of voor werknemers?

Studenten denken soms dat schijnzelfstandigheid alleen een probleem is voor het bedrijf (de opdrachtgever). Geef aan dat ook de zzp’er zelf de dupe kan worden. Die mist dan bescherming zoals ontslagbescherming en loon bij ziekte, en kan zelf ook een naheffing krijgen.

Kernboodschap
Schijnzelfstandigheid betekent: op papier werk je als zelfstandige, maar als je kijkt naar hoe je echt werkt, lijkt de arbeidsrelatie op loondienst.

Vragen
  • Is werken voor één opdrachtgever automatisch schijnzelfstandigheid?” → nee. Andere omstandigheden spelen ook een rol
  • Wat als jij je eigen tarief bepaalt, maar iedere dag precies dezelfde instructies en werktijden krijgt als werknemers?
  • Wat als je vijf klanten hebt maar nauwelijks ondernemersrisico loopt?
  • Waarom is vooral de praktijk belangrijk en niet alleen wat bovenaan het contract staat?
  • Wie draagt het risico als een bedrijf een werknemer eigenlijk als zzp’er laat werken?
  • Wat zou jij doen als je stagebedrijf je straks alleen als zzp’er wil aannemen?

Overgang“Laten we deze kennis nu meteen toepassen op een aantal concrete praktijkvoorbeelden.”

Lijkt op loondienst
Schijnzelfstandig
Je bent een student in opleiding als bouwvakker. Je bepaalt je eigen tarief. Je werkt voor vijf verschillende aannemers.
Je werkt iedere week in hetzelfde verzorgingshuis. Vast rooster, zelfde leidinggevende, geen eigen klanten.


Je werkt als bezorger. Je stuurt iedere maand een factuur. Het bedrijf bepaalt je werktijden, je route en hoe je moet werken. Je werkt alleen voor dit bedrijf.
Je bent kapper. Je huurt een stoel. Je bepaalt eigen prijzen. Je komt zelf aan klanten.

Slide 22 - Sleepvraag

1. Klik op 'Start sleepvraag'
2. Je ziet de namen van de studenten die meedoen. Klik rechts onderin het scherm op 'Toon vraag'.
3. De voorbeelden worden getoond en de studenten kunnen op hun telefoon de voorbeelden naar het het vakje slepen waar zij denken dat dit thuis hoort, schijnzelfstandigheid of ZZP-ers.
4. Door rechts onderin op 'Toon leerlingen' te klikken kun je zien of alle studenten klaar zijn. Het vakje met de naam kleurt dan groen.
5. Ga terug naar 'Toon vraag' als nog niet alle studenten klaar zijn, of kies voor 'Sluit invoer'.
6. Klik rechts onderin op 'Toon goede antwoord'. De goede antwoorden worden hiermee getoond doordat de voorbeelden automatisch naar het juiste vak worden gesleept.
7. Door nu rechts onderin op 'Naar het resultaat' te klikken wordt zichtbaar hoeveel voorbeelden de studenten goed hebben versleept.

Vragen
  • Welk voorbeeld vond je het moeilijkst?
  • Waarom is alleen één opdrachtgever hebben niet genoeg om te zeggen dat iemand schijnzelfstandig is?
  • Wat is belangrijker: wat in het contract staat of hoe je echt werkt?
  • Welke signalen zag je bij de bezorger?
  • Wat zou jij willen weten voordat je een zzp-contract tekent?

Overgang: Zou je nog steeds ZZP'er willen worden?


Zou je nu zzp'er willen worden?
Ja
Nee
Misschien later

Slide 23 - Poll

Zou je nu zzp'er willen worden?

Aan het begin van de les koos je:
Ja
Nee
Weet ik niet

Zou jij nu zzp'er willen worden?

Vragen:
Welke informatie uit de les veranderde jouw mening het meest?
Ben je positiever, negatiever of vooral realistischer geworden?
Onder welke voorwaarden zou zzp wél bij jou passen?
Wat zou je eerst moeten regelen voordat je zou beginnen?
Kijk opnieuw naar die €3.000 van het begin. Vind je dat bedrag nu nog net zo aantrekkelijk?

Overgang:" Wat neem je mee uit de les"


Voordat ik ooit als zzp’er begin,
zou ik eerst...

Slide 24 - Woordweb

Voordat ik ooit als zzp’er begin, zou ik eerst..
Stel de vraag en ga eventueel op een aantal antwoorden in.

Vraag:
Als iemand mij morgen een zzp-opdracht aanbiedt, welke drie dingen zou ik eerst checken?

Mogelijke antwoorden die je wilt terughoren: tarief/totale inkomsten, contract/arbeidsrelatie, belasting, kosten, verzekeringen, pensioen, risico, aantal/soort opdrachtgevers.

Overgang:"Ga naar afsluiting en of door met een keuzeonderwerp.

Slide 25 - Tekstslide

Keuzeonderwerp
  1. Klik op het keuzeonderwerp dat tijdens de vorige les veel stemmen kreeg.
  2. Hebben jullie inmiddels 2 of 3 onderwerpen gehad en heb je nog ongeveer 10 minuten de tijd tot het einde van de les? Klik dan op 'Door naar 'Gouden tips en afsluiting'.