Check a/an - word-order - to be

Check a/an - word-order - to be
1 / 24
volgende
Slide 1: Tekstslide

In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

Onderdelen in deze les

Check a/an - word-order - to be

Slide 1 - Tekstslide

Lidwoord a/an
a gebruik je voor woorden die IN UITSPRAAK beginnen met een medeklinker (b, c, d, f, g, et.c):

a pet               a teacher           a bycicle
a car                  a door               a room
 

Slide 2 - Tekstslide

Lidwoord a/an
an gebruik je voor woorden die IN UITSPRAAK beginnen met een klinker (a, e, i, o , u):

an ear            an investigation         an officer
an apple            an Englishman          an answer
 

Slide 3 - Tekstslide

Let op!
Wat geldt is DE UITSPRAAK!

Soms schrijf je een -h maar hoor je hem niet -> dan gebruik je an.

Soms schrijf je een -u, maar hoor je een -j of - h -> dan gebruik je a.

Voorbeelden hiervan op de volgende slide.
 

Slide 4 - Tekstslide

Voorbeelden
an hour  (je hoort our)
an honor (je hoort onour)
a university (je hoort juniversity)
a uniform (je hoort juniform)
a European (je hoort jeuropean)

Slide 5 - Tekstslide

a of an?
..... dog
A
a
B
an

Slide 6 - Quizvraag

a of an?
..... banana
A
a
B
an

Slide 7 - Quizvraag

a of an?
.... artwork
A
a
B
an

Slide 8 - Quizvraag

a of an?
..... house
A
a
B
an

Slide 9 - Quizvraag

a of an?
.... apple
A
a
B
an

Slide 10 - Quizvraag

a of an?
.... uniform
A
a
B
an

Slide 11 - Quizvraag

a of an?
.... FM-radio channel
A
a
B
an

Slide 12 - Quizvraag

A of AN?
.... president
A
a
B
an

Slide 13 - Quizvraag

A
AN
table
house
egg
chicken
island
phone
orange

Slide 14 - Sleepvraag

wie?
bijwoord
doet?
wat?
waar?
wanneer?
Word Order

Slide 15 - Sleepvraag

wie
doet
wat
waar
wanneer
The parents
bring
to football training

every Sunday

their son

Slide 16 - Sleepvraag

Wie
doet
wat
waar
waar
Jacky and Pete
aren't going
to the cinema
tonight

Slide 17 - Sleepvraag

Slide 18 - Tekstslide

To be

Slide 19 - Tekstslide

I
You
He / She/ It
We
You
They
am
are
is
are
are
are

Slide 20 - Sleepvraag

Vul de juiste vorm van de ontkenning van 'to be' in.
A
He am not
B
He are not
C
He is not

Slide 21 - Quizvraag

Vul de juiste vorm van de ontkenning van 'to be' in.
A
We am not
B
We are not
C
We is not

Slide 22 - Quizvraag

Vul de juiste vorm van de ontkenning van 'to be' in.
They ..... in the house.
A
am not
B
are not
C
is not

Slide 23 - Quizvraag

Vul de juiste vorm van de ontkenning van 'to be' in.
I ..... into singing.
A
am not
B
are not
C
is not

Slide 24 - Quizvraag