In deze les zitten 24 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.
Lesduur is: 15 min
Onderdelen in deze les
Blok 8 week 1 les 3
Dictee
Opfrissen: leestekens, woordsoorten en zinsdelen
Doel: herhaling grammatica groep 7
Uitleg: blz. 54
Slide 1 - Tekstslide
woord 1
Slide 2 - Open vraag
woord 2
Slide 3 - Open vraag
woord 3
Slide 4 - Open vraag
Slide 5 - Tekstslide
zin 1
Slide 6 - Open vraag
Slide 7 - Tekstslide
zin 2
Slide 8 - Open vraag
Slide 9 - Tekstslide
zin 3
Slide 10 - Open vraag
Leestekens
Slide 11 - Tekstslide
‘Liz, wat doe jij liever: e-mailen, bellen of een brief schrijven?’ vroeg Robin. persoonlijk voornaamwoord
A
Liz
B
jij
C
liever
D
Robin
Slide 12 - Quizvraag
‘Liz, wat doe jij liever: e-mailen, bellen of een brief schrijven?’ vroeg Robin. zelfstandig naamwoord
A
wat
B
doe
C
e-mailen
D
brief
Slide 13 - Quizvraag
Liz riep: ‘E-mailen, want dat gaat het snelst!’ voegwoord
A
riep
B
E-mailen
C
want
D
dat
Slide 14 - Quizvraag
‘Wist jij dat onze Nederlandse telefoonnummers altijd uit tien cijfers bestaan?’ vroeg Robin ook nog. bijvoeglijk naamwoord
Slide 15 - Open vraag
‘Wist jij dat onze Nederlandse telefoonnummers altijd uit tien cijfers bestaan?’ vroeg Robin ook nog. telwoord
Slide 16 - Open vraag
Enthousiast zei hij: ‘Ik heb sinds mijn zesde jaar papieren brieven aan mijn twee oma’s, mijn opa en een oudtante geschreven.’ stoffelijk bijvoeglijk naamwoord
Slide 17 - Open vraag
Enthousiast zei hij: ‘Ik heb sinds mijn zesde jaar papieren brieven aan mijn twee oma’s, mijn opa en een oudtante geschreven.’ rangtelwoord
Slide 18 - Open vraag
Enthousiast zei hij: ‘Ik heb sinds mijn zesde jaar papieren brieven aan mijn twee oma’s, mijn opa en een oudtante geschreven.’ bezittelijk voornaamwoord
Slide 19 - Open vraag
Enthousiast zei hij: ‘Ik heb sinds mijn zesde jaar papieren brieven aan mijn twee oma’s, mijn opa en een oudtante geschreven.’ persoonlijk voornaamwoord