Les 1 Maag-darmkanaal, pancreas

Klinische Chemie
Les 1 Maag-darmkanaal en pancreas
1 / 26
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieMBOStudiejaar 3

In deze les zitten 26 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 30 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Klinische Chemie
Les 1 Maag-darmkanaal en pancreas

Slide 1 - Tekstslide

Planning
- Maag- en darmen
- Maag-darm pathofysiologie
- Pancreas
- Pancreas pathofysiologie

Slide 2 - Tekstslide

Lesdoelen
Na deze les:
- weet je wat bedoeld wordt met malabsorptie;
- kan je enkele veelvoorkomende ziekten aan de darmen benoemen;
- weet je welke functies de pancreas heeft;
- kan je enkele ziekten aan de pancreas benoemen,
- kun je uitleggen welke indicatoren kenmerkend zijn voor Pancreatitis, Coeliakie en CF.

Slide 3 - Tekstslide

Tour door het spijsverteringsstelsel  
Organen betrokken bij de spijsvertering:
mond 
slokdarm
maag
lever/galblaas
alvleesklier
twaalfvingerige darm
dunne darm
dikke darm
endeldarm


Slide 4 - Tekstslide

Pathofysiologie maag en darmen
Bij problemen in de dunne darm worden voedingsstoffen niet correct opgenomen --> malabsortptiesyndroom

Drie veel voorkomende ziektebeelden met malabsorptie:
- Coeliakie (glutenintolerantie --> verlies van darmvlokken)
- Ziekte van Crohn (ontstekingen aan hele darm)
- Colitis uscerosa (ontstekingen aan de dikke darm)

Slide 5 - Tekstslide

Coeliakie
Coeliakie wordt ook wel glutenintolerantie genoemd. Dit is echter een onjuiste naam, want het is een auto-immuunziekte. Het afweersysteem valt lichaamseigen darmcellen aan, als reactie op gluten. 
Het darmslijmvlies raakt ontstoken, darmvlokken verliezen oppervlakte en kan daardoor voedingsstoffen niet goed meer opnemen. 

Oorzaak:  Onbekend. Omdat het een autoimmuunziekte is, kan dit op elke leeftijd ontstaan.  

We kunnen coeliakie bij kinderen aantonen door autoantistoffen EMA en IgA-TG2 in het serum te bepalen. Bij een positieve EMA en 10x IgA-TG2 hoeft coeliakie niet met een biopt bevestigd te worden. 
Meestal worden niet alleen de antistoffen bepaald, maar ook 
- Hb, ferritine, MCV (bloedarmoede) 
- calciumstatus (PTH, calcium, fosfaat, albumine, 25-hydroxy-vitamine D), foliumzuur, vitamine B12, glucose       
   (voedingstoffen tekort) 
 - TSH en leverenzymen (schildklier en leverfunctie) 

Slide 6 - Tekstslide

Diverse (poep)onderzoeken (verdieping)
- Vet in feces (bij verdenking op slecht werkende pancreas)
- Antistoffen tegen pariëtale cellen en intrinsic factor (IF --> voor binding B12)
- Occult bloed (verborgen bloed --> bij tumoren)
- Eiwitverlies via de darmen (bij ontstoken darmen --> ziekte van Crohn, colitis ulserosa)
- Calprotectine (ontstekingsremmend eiwit --> in hoge mate aanwezig bij  
   darmontstekingen. Wordt gebruikt om de ontsteking te vervolgen)
- Elastase in feces (verlaagde waarde is aanwijzing voor slecht werkende alvleesklier)
- Serumalbumine (parameter voor opsporen en vervolgen darmziekten)


Slide 7 - Tekstslide

Cystic Fibroses (CF)
CF wordt ook wel taaislijmziekte genoemd. 

Er wordt taai slijm door het lichaam geproduceerd. Dit geldt voor alle lichaamssappen, ook voor pancreassap. Hierdoor gaat ook de pancreas slechter functioneren. Dit kan leiden tot malabsorptie. 

De oorzaak van CF is een mutatie in het CFTR-gen. Dit eiwit regelt het transport van vocht en zout in cellen via het chloridekanaal. Bij CF is het kanaal defect of ontbreekt. 

CF kunnen we aantonen d.m.v. de zweetproef. Hierbij worden natrium- en chlorideconcentraties in het zweet gemeten. Tegenwoordig wordt CF bij de hielprik (DNA-tests) getest.


Slide 8 - Tekstslide

De alvleesklier/ pancreas 
Endocriene functie (afgifte hormonen)
- Insuline (door   -cellen Eilandjes van Langerhans)
- Glucagon (door   -cellen Eilandjes van Langerhans)
- Somatostatine (door  -cellen Eilandjes van Langerhans)

Exocriene functie (afgifte t.b.v. spijsvertering)
- Alvleeskliersap
            - bicarbonaat
            - amylase
            - lipase  
            - trypsine
            - proteasen
somatostatine
Somatostatine heeft op diverse hormonen een remmende werking. Zo remt het het groeihormoon, insuline en glucagon. Ook remt het de afscheiding van maagzuur en de lediging van de maag.
β
α
δ

Slide 9 - Tekstslide

Pathofysiologie van de pancreas 
Belangrijkste aandoeningen aan de pancreas zijn:
- Pancreatitis (ontsteking aan de pancreas)
- Diabetitis mellitus (suikerziekte)
- Cystic fibrosis (taaislijmziekte)
 

Slide 10 - Tekstslide

Wat wordt bedoeld met malabsorptie

Slide 11 - Open vraag

Welke stof wordt niet door de pancreas geproduceerd?
A
Bicarbonaat
B
Gal
C
Glucagon
D
Lipase

Slide 12 - Quizvraag

Waartoe behoort de afgifte van alvleessap door de alvleesklier
A
Endocriene functie
B
Exocriene functie

Slide 13 - Quizvraag

Casus
Bij een zesjarig jongetje met groeiachterstand, buikklachten, vetachtige ontlasting en vermoeidheid wordt bloedonderzoek verricht. De uitslagen zijn als volgt:

Bepaling                                 uitslag                                     Referentiewaarden
Bloed
HB                                             5,0                                            7,0-9,0 mmol/L
Ferritine                                   7                                               20 - 250 ug/L
Serum ijzer                              4,2                                            8-30 ug/L
Albumine                                 29                                             35-50 g/L
Calcium                                    1,90                                          2,10-2,55 mmol/L
vitamine D                               58                                             50-200 nmol/L


Wat valt op?
Vetachtige ontlasting<div>Lage Hb met ijzer tekort --&gt; anemie</div><div>albumine verlaagd</div><div>calcium verlaagd.&nbsp;</div>
Wat is de oorzaak?
<div>Malabsorptie in de darmen:</div>Laag ijzer --&gt; slechte opname vanuit de darmen<div>laag albumine --&gt; door slechte opname van eiwit&nbsp;</div><div>laag calcium --&gt; kan door tekort aan vit. D ontstaan, maar ook door te laag albumine (calcium bindt aan albumine)</div><div>Vetachtige ontlasting --&gt; slechte vetopname in darm</div><div><br /></div><div>Conclusie: darmaandoening (Coeliakie of beschadigd darmslijmvlies)</div>

Slide 14 - Tekstslide

Pancreatitis
Bij een pancreatitis is de alvleesklier ontstoken. 

Een pancreatitis kan veroorzaakt worden door:
- alcoholmisbruik
-  galstenen
Minder vaak hypercalciëmie (verhoogd calcium), hypertriglyceridemie (verhoogd triglyceriden), hemocromatose (ijzerstapelingsziekte). 

We kunnen een pancreatitis aantonen door diverse factoren te meten:
Amylase is sterk verhoogd. 
Lipase is verhoogd tot sterk verhoogd.
CRP, leukocyten (ontstekingswaarden), glucose en triglyceriden zijn verhoogd.
Calcium is verlaagd. (door vorming calciumzepen (calcium + vetzuren))

Slide 15 - Tekstslide

Bloedonderzoek bij pancreatitis 
Bij onderzoek naar pancreatitis wordt gekeken naar een paar belangrijke enzymen.

- Amylase (P-type --> geproduceerd in de Pancreas, S-type door  
                   speekselklieren)
        * circuleert meestal in vrije vorm in het bloed
        * soms gebonden aan een groter eiwit (IgG of IgA) = Macro-amylase --> geldt  
           vooral voor S-amylase

- Lipase


Slide 16 - Tekstslide

Bepaling van amylase
Vroeger: omzetting van zetmeel --> aantonen met jodium

Nu:  omzetting van pnp-maltoheptaoside naar pnp door amylase. Pnp heeft een gele kleur. Hoe meer gele kleur, des te meer amylase het serum bevat. 

De test is specifiek te maken voor P-amylase door S-amylase met anti-S-amylase te remmen. --> je meet dan alleen P-amylase wat iets zegt over het functioneren van de pancreas. 



Slide 17 - Tekstslide

Bij welke kleur wordt amylase
gemeten?
A
Rood
B
Geel
C
Groen
D
Paars

Slide 18 - Quizvraag

Lipase 


Lipase is betrokken bij afbraak van vetten (triglyceriden).
Triglyceriden splitsen in glycerol en vetzuren. 

Lipase is een klein molecuul, kan door nieren uitgescheiden worden, maar gebeurt onder normale omstandigheden niet.

Bij bepaling van lipase wordt een gelabelde triglyceride omgezet. Door spontane hydrolyse (afbraak van de kleurstof van het vetzuur) komt de kleurstof vrij.
De snelheid van de vorming van de kleur wordt spectrofotometrisch gemeten.  

Slide 19 - Tekstslide

Welk enzymen zijn (sterk) verhoogd bij pancreatitis

Slide 20 - Open vraag

Waar of niet waar?
Bij macro-amylase wordt amylase gebonden aan antistoffen.
A
Waar
B
Niet waar

Slide 21 - Quizvraag

Hoe wordt amylase afkomstig van de pancreas weergegeven?

Slide 22 - Open vraag

Met welke methode worden amylase en lipase gemeten?

Slide 23 - Open vraag

Klinische betekenis verhoogde amylase/lipase-activiteit
Verhogingen van serumwaarden

Slide 24 - Tekstslide

Casus ziek meisje
Bij een ziek 7-jarig meisje wordt bloed- en urineonderzoek gedaan. 

Uitslag: 
Amylaseactiviteit:    4x verhoogd
Lipaseactiviteit:   normaal
Urine-amylase:     200 U/L  (referentiewaarde < 450 U/L)

Wat is er aan de hand? (kijk in de tabel van de vorige sheet)


Antwoord
Het meisje heeft macro-amylase (onschuldig). Bij pancreatitis was ook lipase verhoogd.&nbsp;

Slide 25 - Tekstslide

Vragen?

Slide 26 - Tekstslide