Hoofdstuk 4 Verdienen en uitgeven

Verdienen en Uitgeven
Hoofdstuk 4 Goede tijden, slechte tijden
1 / 33
volgende
Slide 1: Tekstslide
EconomieMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 33 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

time-iconLesduur is: 40 min

Onderdelen in deze les

Verdienen en Uitgeven
Hoofdstuk 4 Goede tijden, slechte tijden

Slide 1 - Tekstslide

Lezen en maken
Lezen bladzijde 39 4.1 Hoogconjunctuur en laagconjunctuur
Bestuderen figuur 4.1
Maken opgave 4.1


Slide 2 - Tekstslide

Laagconjunctuur

  •   bestedingen dalen (consument is voorzichtig, meer sparen)
  • productie daalt
  • Vraag naar arbeid daalt
  •  conjuncturele werkloosheid --> werkloosheid door te weinig vraag


Slide 3 - Tekstslide

Hoogconjunctuur

  • bestedingen stijgen (consument spaart weinig, leent veel)
  • productie stijgt
  • vraag naar arbeid stijgt
  •  loon stijgt
  • Prijspeil stijgt --> inflatie omdat vraag naar producen groter is dan aanbod

Slide 4 - Tekstslide

Krappe arbeidsmarkt
Krappe arbeidsmarkt (tekort) = meer vraag naar arbeid dan aanbod van arbeid

  • hebben werkgevers tekort aan personeel
  • hebben werkzoekenden een grote kans op een baan
  • lonen hebben neiging tot stijging

Slide 5 - Tekstslide

Ruime arbeidsmarkt
Ruime arbeidsmarkt (overschot) = meer aanbod van arbeid dan vraag naar arbeid
  • werkloosheid hoog
  • werkzoekenden weinig kans op een baan
  • lonen zullen niet sterk stijgen

Slide 6 - Tekstslide

Weektaak
Maken tot en met 4.10
timer
15:00

Slide 7 - Tekstslide

Slide 8 - Link

Conclusies
0,2 % groei bbp
Door:
Consumenten
Bedrijfsinvesteringen
Export
En minder door Overheid

Slide 9 - Tekstslide

Conclusies
Consumentenvertrouwen laag (politiek, oorlog)
Maar bestedingen hoog
Inkomens gestegen

Slide 10 - Tekstslide

Over- & onderbesteding

In een hoogconjunctuur zie je vaak dat de effectieve vraag de productiecapaciteit overtreft. We spreken van overbesteding.


In een laagconjunctuur is de effectieve vraag kleiner dan de productiecapaciteit. Dat heet onderbesteding.



Slide 11 - Tekstslide

Recessie & depressie

Recessie = 2 kwartalen krimp van

het bbp


Een langdurige recessie heet een depressie.

Slide 12 - Tekstslide

4.2 Conjunctuurindicatoren
Stand van de economie:
  1. Vertrouwensindicatoren (producenten & consumenten)
  2. Economische indicatoren (bbp, consumptie, uitvoer en investeringen)
  3. Arbeidsmarktindicatoren (werkgelegenheid, werkloosheid en vacatures)

Slide 13 - Tekstslide

Stijging van lonen
4.3 A
Hogere lonen --> ..................---> hogere bestedingen

Hogere bestedingen --> .......................---> hogere lonen
timer
5:00

Slide 14 - Tekstslide

Lonen en bestedingen
4.3 A
Hogere lonen --> koopkracht van gezinnen stijgen ---> hogere bestedingen

Hogere bestedingen --> productie stijgt, vraag naar arbeid stijgt---> hogere lonen
timer
5:00

Slide 15 - Tekstslide

Lonen en inflatie
4.3 B

Hogere lonen -->.....................--> hogere inflatie

Hogere inflatie --> ................................--> hogere lonen
timer
5:00

Slide 16 - Tekstslide

Lonen en inflatie
4.3 B

Hogere lonen -->bestedingen stijgen, vraag naar goederen overstijgt het aanbod --> hogere inflatie

Hogere inflatie -->vakbonden willen behoud van koopkracht--> hogere lonen (eisen)
Bestedingsinflatie

Slide 17 - Tekstslide

Anti cyclisch begrotingsbeleid van de overheid
  • Bij Laagconjunctuur: 
  • Belastingen verlagen --> hoger nettoloon --> bestedingen stijgen
  • Overheidsuitgaven verhogen --> nationale bestedingen stijgen

  • Bij Hoog conjunctuur
  • Belastingen verhogen --> lager nettoloon --> bestedingen dalen
  • Overheidsuitgaven verlagen --> nationale bestedingen dalen

Slide 18 - Tekstslide

Pro cyclisch conjunctuurbeleid
Bij onderbesteding:
De belastingen verhogen
De overheidsbestedingen verlagen

Bij overbesteding:
De belastingen verlagen
De overheidsbestedingen verhogen

Slide 19 - Tekstslide

conjunctuur en de overheid




- Anti / Procyclisch 

conjunctuurbeleid


timer
8:00
maken 4.11 en 4.12

Slide 20 - Tekstslide

Waarom hoogconjunctuur afzwakken?
  • Hoge bestedingen
  • Productie stijgt
  • Vraag naar arbeid stijgt
  • Loon stijgt
  • Prijzen stijgen
  • Internationale concurrentiepositie verslechterd

Slide 21 - Tekstslide

1

Slide 22 - Video

00:18
Hoezo is het nadelig voor de burger dat de overheid veel geld leent

Slide 23 - Open vraag

Automatische stabilisatoren

Welke automatische stabilisatoren maken de conjunctuurbeweging minder heftig?


- sociale uitkeringen mensen kunnen blijven besteden met een uitkering, wanneer ze hun baan kwijt zijn

- progressief belastingstelsel bij loonstijging

een hoger % belasting betalen waardoor relatief een 

kleiner deel van het extra inkomen uitgegeven kan worden

Slide 24 - Tekstslide

Automatische stabilisatoren


- Minimumloon bij laagconjunctuur dalen de lonen door daling werkgelegenheid. Mimumloon is een vloer in de bestedingen


Maken 4.12  t/m
opgave 4.16

timer
7:00

Slide 25 - Tekstslide

4.4  Monetair beleid
Europese Centrale Bank (ECB) is de bank van de Eurozone.
Beleid is gericht op prijsstabiliteit in de Eurozone.
Doel: hoogte van de inflatie ongeveer 2%.  Waarom?
           Hoge inflatie is ongewenst (>2%): koopkracht inkomens en waarde spaargeld daalt;
           slechtere concurrentie positie t.o.v. buitenland.
           Deflatie is ongewenst: bestedingen worden uitgesteld omdat producten goedkoper worden. 


Slide 26 - Tekstslide

Inflatie te hoog:
  • ECB verhoogt rente
  • Meer gespaard
  • Minder geleend
  • Bestedingen dalen
  • Prijzen dalen
Inflatie te laag:
ECB verlaagt rente
Minder gespaard
Meer geleend
Bestedingen stijgen
Prijzen stijgen

Slide 27 - Tekstslide

De overheid van de VS legt wegen aan in tijden van laagconjunctuur
A
Pro-Cyclisch beleid
B
Anti-Cyclisch beleid

Slide 28 - Quizvraag

De economie van een land zit in laagconjunctuur. Anti-cyclisch beleid zou zijn:
A
Belasting verlagen
B
Belasting verhogen
C
Overheidsuitgaven verlagen
D
BTW verhogen

Slide 29 - Quizvraag

I: bij hoogconjunctuur is het politiek lastig om anti-cyclisch beleid te voeren
II: anti-cyclisch beleid kan door politieke besluitvorming omslaan in pro-cyclisch beleid
A
beiden juist
B
beiden onjuist
C
I: juist II: onjuist
D
I: onjuist II: juist

Slide 30 - Quizvraag

De economie van een land zit in hoogconjunctuur. Anti-cyclisch beleid zou zijn:
A
Belastingen verlagen
B
Belastingen verhogen
C
Overheidsuitgaven verhogen
D
BTW verlagen

Slide 31 - Quizvraag

Het beleid van de overheid is tegengesteld aan de conjuncturele ontwikkeling. Welk beleid is van toepassing?
A
Anti-cyclisch (begrotings)beleid
B
Pro-cyclisch (begrotings)beleid

Slide 32 - Quizvraag

Maken tot en  met 4.19
timer
10:00

Slide 33 - Tekstslide