ADHD

1 / 50
volgende
Slide 1: Tekstslide
Pedagogisch werkMBOStudiejaar 2

In deze les zitten 50 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 3 videos.

time-iconLesduur is: 30 min

Onderdelen in deze les

Slide 1 - Tekstslide

Wat weet je al over AD(H)D?

Slide 2 - Tekstslide

aan het einde van deze les.....
  • kan je de 3 ADHD subtypes benoemen
  • kan je 3 kenmerken van elk subtype benoemen
  • kan je uitleggen wat dopamine te maken heeft met ADHD
  • kan je uitleggen hoe iemand gediagnosticeerd kan worden
  • kan je 3 tips benoemen die je wel en niet kan gebruiken bij een zorgvrager met ADHD
  • ......... 

Slide 3 - Tekstslide

ADHD
  • genetisch
"wees wel altijd alert trauma heeft dezelfde kenmerken als adhd en zo kan er verwarring ontstaan. Als er sprake is van trauma, zal dit eerst moeten worden aangepakt"

Slide 4 - Tekstslide

Slide 5 - Tekstslide

Wat is AD(H)D?

Slide 6 - Tekstslide

Slide 7 - Video

Subtypes ADHD
1. ADHD-I (Inattentive): moeite om aandacht bij dingen te houden, zit vaak in eigen wereld  (werd eerder ADD, Attention Deficit Disorder genoemd, sinds de DSM-5 niet meer).

2. ADHD-H (Hyperactive/Impulsive): (erg) druk, moeilijk stilzitten, zegt dingen zonder er eerst over na te denken.

3. ADHD-C (Combined): kenmerken van beide subtypes.

Slide 8 - Tekstslide

Slide 9 - Tekstslide

Neurodiversiteit
Informatie wordt op een minder standaard manier verwerkt

Slide 10 - Tekstslide

ADHD (Attention Deficit Hyperactivity Disorder) 

ADHD bij kinderen





Slide 11 - Tekstslide

Slide 12 - Tekstslide

ADHD bij volwassenen

Slide 13 - Tekstslide

Tekst

Slide 14 - Tekstslide

Slide 15 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Biologische factoren en hersenstructuren - Erfelijke aanleg

Onderzoekers gaan ervan uit dat erfelijkheid de grootste rol speelt bij ADHD. Er is nog geen specifiek gen voor ADHD ontdekt (meerdere genen er samen lijken de aanleg te veroorzaken) 
ADHD kan ontstaan wanneer verschillende genen en omgevingsfactoren op elkaar reageren.

Slide 16 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI

Slide 17 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Als een kind een genetische aanleg voor ADHD heeft, dan hoeft het nog geen ADHD-kenmerken te gaan vertonen. Dit is namelijk afhankelijk van omgevingsfactoren. Sommige factoren kunnen ADHD-kenmerken versterken en andere factoren kunnen de kenmerken verminderen.

Regelfuncties van de hersenen
De regelfuncties van de hersenen, ook wel executieve functies genoemd, zorgen ervoor dat je je eigen gedrag kunt regelen en besturen. Bij kinderen met ADHD lijken drie van deze regelfuncties minder goed te werken: het werkgeheugen, de rem op het eigen gedrag en het schakelen. Dat betekent dat kinderen met ADHD vaak minder goed kunnen onthouden wat ze moeten doen. Ook kunnen ze hun gedrag moeilijker stoppen als dat nodig is en vinden ze het lastig om hun gedrag aan te passen als de situatie verandert.

Hersenstructuren
Bij ADHD zijn er diverse aanwijzingen dat er sprake is van afwijkingen in de hersenen. Maar deze afwijkingen zijn te klein om bij één persoon waar te nemen. Je kan dus niet zien aan iemands hersenen of iemand ADHD heeft.

Als je hersenstructuren van grote groepen vergelijkt zijn er wel kleine verschillen te zien tussen kinderen met en zonder ADHD. Meestal worden die verschillen aan het einde van de puberteit of aan het begin van de volwassenheid kleiner.

Bij kinderen en jongeren met ADHD is ook een lagere activiteit waargenomen in hersendelen die een rol spelen bij aandacht, concentratie en het geheugen.

Onderzoek laat nog iets anders zien: in de hersenen van kinderen en jongeren met ADHD is een scheve verhouding tussen de neurotransmitters dopamine en noradrenaline. Dopamine heb je nodig om denkprocessen te plannen, doelgericht te handelen en je emotie en motivatie in goede banen te leiden. Een tekort aan dopamine zorgt ervoor dat het moeilijker is om de kernboodschap te vinden uit alle informatie die binnenkomt, en om onbelangrijke informatie weg te filteren.

Noradrenaline helpt je om in actie te komen. Te weinig noradrenaline maakt een kind onverschillig en passief. Te veel noradrenaline zorgt ervoor dat een kind soms te veel spanning gaat opzoeken.

Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 18 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Regelfuncties van de hersenen
De regelfuncties van de hersenen, ook wel executieve functies genoemd, zorgen ervoor dat je je eigen gedrag kunt regelen en besturen. Bij kinderen met ADHD lijken drie van deze regelfuncties minder goed te werken: het werkgeheugen, de rem op het eigen gedrag en het schakelen. Dat betekent dat kinderen met ADHD vaak minder goed kunnen onthouden wat ze moeten doen. Ook kunnen ze hun gedrag moeilijker stoppen als dat nodig is en vinden ze het lastig om hun gedrag aan te passen als de situatie verandert.

Hersenstructuren
Bij ADHD zijn er diverse aanwijzingen dat er sprake is van afwijkingen in de hersenen. Maar deze afwijkingen zijn te klein om bij één persoon waar te nemen. Je kan dus niet zien aan iemands hersenen of iemand ADHD heeft.

Als je hersenstructuren van grote groepen vergelijkt zijn er wel kleine verschillen te zien tussen kinderen met en zonder ADHD. Meestal worden die verschillen aan het einde van de puberteit of aan het begin van de volwassenheid kleiner.

Bij kinderen en jongeren met ADHD is ook een lagere activiteit waargenomen in hersendelen die een rol spelen bij aandacht, concentratie en het geheugen.

Onderzoek laat nog iets anders zien: in de hersenen van kinderen en jongeren met ADHD is een scheve verhouding tussen de neurotransmitters dopamine en noradrenaline. Dopamine heb je nodig om denkprocessen te plannen, doelgericht te handelen en je emotie en motivatie in goede banen te leiden. Een tekort aan dopamine zorgt ervoor dat het moeilijker is om de kernboodschap te vinden uit alle informatie die binnenkomt, en om onbelangrijke informatie weg te filteren.

Noradrenaline helpt je om in actie te komen. Te weinig noradrenaline maakt een kind onverschillig en passief. Te veel noradrenaline zorgt ervoor dat een kind soms te veel spanning gaat opzoeken.

Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 19 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Hersenstructuren
Bij ADHD zijn er diverse aanwijzingen dat er sprake is van afwijkingen in de hersenen. Maar deze afwijkingen zijn te klein om bij één persoon waar te nemen. Je kan dus niet zien aan iemands hersenen of iemand ADHD heeft.

Als je hersenstructuren van grote groepen vergelijkt zijn er wel kleine verschillen te zien tussen kinderen met en zonder ADHD. Meestal worden die verschillen aan het einde van de puberteit of aan het begin van de volwassenheid kleiner.

Bij kinderen en jongeren met ADHD is ook een lagere activiteit waargenomen in hersendelen die een rol spelen bij aandacht, concentratie en het geheugen.

Onderzoek laat nog iets anders zien: in de hersenen van kinderen en jongeren met ADHD is een scheve verhouding tussen de neurotransmitters dopamine en noradrenaline. Dopamine heb je nodig om denkprocessen te plannen, doelgericht te handelen en je emotie en motivatie in goede banen te leiden. Een tekort aan dopamine zorgt ervoor dat het moeilijker is om de kernboodschap te vinden uit alle informatie die binnenkomt, en om onbelangrijke informatie weg te filteren.

Noradrenaline helpt je om in actie te komen. Te weinig noradrenaline maakt een kind onverschillig en passief. Te veel noradrenaline zorgt ervoor dat een kind soms te veel spanning gaat opzoeken.

Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 20 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Bij kinderen en jongeren met ADHD is ook een lagere activiteit waargenomen in hersendelen die een rol spelen bij aandacht, concentratie en het geheugen.
Onderzoek laat nog iets anders zien: in de hersenen van kinderen en jongeren met ADHD is een scheve verhouding tussen de neurotransmitters dopamine en noradrenaline. Dopamine heb je nodig om denkprocessen te plannen, doelgericht te handelen en je emotie en motivatie in goede banen te leiden. Een tekort aan dopamine zorgt ervoor dat het moeilijker is om de kernboodschap te vinden uit alle informatie die binnenkomt, en om onbelangrijke informatie weg te filteren.

Noradrenaline helpt je om in actie te komen. Te weinig noradrenaline maakt een kind onverschillig en passief. Te veel noradrenaline zorgt ervoor dat een kind soms te veel spanning gaat opzoeken.

Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 21 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Een tekort aan dopamine zorgt ervoor dat het moeilijker is om de kernboodschap te vinden uit alle informatie die binnenkomt, en om onbelangrijke informatie weg te filteren.

Noradrenaline helpt je om in actie te komen. Te weinig noradrenaline maakt een kind onverschillig en passief. Te veel noradrenaline zorgt ervoor dat een kind soms te veel spanning gaat opzoeken.

Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 22 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 23 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 24 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 25 - Tekstslide

Slide 26 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 27 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI
De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 28 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI

Slide 29 - Tekstslide

Oorzaken AD(H)D volgens het NJI


Hersenstructuren
Bij ADHD zijn er diverse aanwijzingen dat er sprake is van afwijkingen in de hersenen. Maar deze afwijkingen zijn te klein om bij één persoon waar te nemen. Je kan dus niet zien aan iemands hersenen of iemand ADHD heeft.

Als je hersenstructuren van grote groepen vergelijkt zijn er wel kleine verschillen te zien tussen kinderen met en zonder ADHD. Meestal worden die verschillen aan het einde van de puberteit of aan het begin van de volwassenheid kleiner.

Bij kinderen en jongeren met ADHD is ook een lagere activiteit waargenomen in hersendelen die een rol spelen bij aandacht, concentratie en het geheugen.

Onderzoek laat nog iets anders zien: in de hersenen van kinderen en jongeren met ADHD is een scheve verhouding tussen de neurotransmitters dopamine en noradrenaline. Dopamine heb je nodig om denkprocessen te plannen, doelgericht te handelen en je emotie en motivatie in goede banen te leiden. Een tekort aan dopamine zorgt ervoor dat het moeilijker is om de kernboodschap te vinden uit alle informatie die binnenkomt, en om onbelangrijke informatie weg te filteren.

Noradrenaline helpt je om in actie te komen. Te weinig noradrenaline maakt een kind onverschillig en passief. Te veel noradrenaline zorgt ervoor dat een kind soms te veel spanning gaat opzoeken.

Invloed van omgevingsfactoren bij ADHD
De omgeving van een kind met een erfelijke aanleg heeft invloed op het al dan niet ontwikkelen van ADHD.

Welke omgevingsfactoren precies een rol spelen en hoe groot die rol is, is nog niet duidelijk. Onderzoek laat namelijk tegenstrijdige resultaten zien. Hieronder noemen we een aantal factoren die mogelijk een rol kunnen spelen:

Maatschappelijke en culturele factoren, zoals de toegenomen hoeveelheid prikkels en prestatiedruk
Een laag geboortegewicht
Te vroeg zijn geboren
Tijdens de zwangerschap zijn blootgesteld aan middelengebruik van de moeder
Stress in het gezin
Vroege traumatische ervaringen
Kindermishandeling en verwaarlozing
Vaak bestaan er spanningen tussen ouders en hun kind met ADHD, en komen er veel ruzies voor. Wat we nu weten, is dat problematische ouder-kindrelaties ADHD wel in stand kunnen houden of versterken, maar niet kunnen veroorzaken.

Beïnvloedbare factoren bij ADHD
Aan sommige omgevingsfactoren kun je iets doen, aan andere niet. Daarom maken we een onderscheid tussen beïnvloedbare en niet-beïnvloedbare factoren. Een erfelijke aanleg bijvoorbeeld kun je niet beïnvloeden.

Voor interventies en behandelingen zijn vooral de beïnvloedbare factoren interessant. Belangrijke voorbeelden hiervan zijn:

De gevoeligheid voor beloning. Dit gegeven kun je gebruiken door gewenst gedrag te belonen op een manier die past bij kinderen met ADHD. Namelijk door directe, sterke beloningen te geven bij gewenst gedrag, en ongewenst gedrag te negeren.
De stress in het gezin. Met interventies en behandelingen kun je je richten op het verminderen van stress. Bijvoorbeeld door praktische of emotionele steun te bieden aan ouders en aan kinderen.

Slide 30 - Tekstslide

Slide 31 - Tekstslide

ADD
ADHD

Slide 32 - Tekstslide

ADHD


Attention Deficit Hyper activity disorder
Aandachtstekortstoornis met hyperactiviteit
Alle Dagen Heel Druk

Slide 33 - Tekstslide

Slide 34 - Video

Slide 35 - Tekstslide

Slide 36 - Tekstslide

Slide 37 - Video

(terugblik) & Leerdoelen
  •  Aan het einde van de les kunnen jullie de 3 ADHD subtypes benoemen en 3 kenmerken daarbij.
  • Aan het einde van de les kan je uitleggen wat dopamine te maken heeft met iemand die ADHD heeft.
  • Aan het einde van de les begrijp je hoe iemand gediagnosticeerd kan worden op ADHD.
  • Aan het einde van de les kan je 3 tips benoemen die je wel en niet kan gebruiken bij een leerling met ADHD.

Slide 38 - Tekstslide

3 soorten subtypes
  • ADHD- I (ADD)
  • ADHD- H
  • ADHD- C (gecombineerd) 

Slide 39 - Tekstslide

ADHD - I

  • ADD (aandachttekortstoornis)
  • Concentratie
  • Drukte in hoofd niet fysiek
  • Uitstelgedrag
  • Externe prikkels
  • Tiener leeftijd en Volwassen leeftijd

Slide 40 - Tekstslide

ADHD - H
Hyperactief/impulsief
  • Druk;
  • Doener

Slide 41 - Tekstslide

ADHD - C
  • meeste voorkomend 
  • erfelijk bepaald
  • gecombineerde kenmerken
  • behandeling? ( M,T,C,T) 
  • positieve kenmerken 

Slide 42 - Tekstslide

Wat voor subtype is een andere naam voor aandachtstekortstoornis?
A
ADHD- H
B
ADHD- I
C
ADHD- C

Slide 43 - Quizvraag

Welk subtype heeft kenmerken van 2 andere subtypes?
A
ADHD- I
B
ADHD- C
C
ADHD- H

Slide 44 - Quizvraag

Welk subtype zegt vaak dingen zonder erover na te denken?
A
ADHD- H
B
ADHD- C
C
ADHD- I

Slide 45 - Quizvraag

Wat is dopamine en wat heeft het te maken met iemand met ADHD?
  • boodschappersstofje 
  • informatie overbrengen 
  • tevreden en beloond voelen 

  • Dopamine minder beschikbaar 
  • prikkels minder goed verwerkt 

Slide 46 - Tekstslide

Maar hoe moet je nou omgaan met een kind dat ADHD heeft?

Slide 47 - Tekstslide

Hoe wordt ADHD gediagnosticeerd?
  • Kenmerken
  • 5/6 jaar oud
  • jongere leeftijdsgroep

Slide 48 - Tekstslide

Welke nieuwe kennis heb je opgedaan tijdens deze les of wat is je bijgebleven?

Slide 49 - Open vraag

Slide 50 - Tekstslide