3K - H3.6 Evolutie

3K - H3.6 Evolutie
- Wat is de Evolutietheorie (van Darwin)?
- Wanneer behoren organismen tot 1 soort?

1 / 13
volgende
Slide 1: Tekstslide
BiologieVoortgezet speciaal onderwijsLeerroute 3

In deze les zitten 13 slides, met interactieve quizzen, tekstslides en 1 video.

Onderdelen in deze les

3K - H3.6 Evolutie
- Wat is de Evolutietheorie (van Darwin)?
- Wanneer behoren organismen tot 1 soort?

Slide 1 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Waarom zijn dieren en planten zo goed aangepast aan hun omgeving?

We gaan zo kijken naar een filmpje over de evolutietheorie van Darwin. 


Nu eerst even een paar regels over 'soorten en rassen'. 

Slide 2 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Soorten en rassen
Organismen behoren tot dezelfde soort als ze:

1) samen vruchtbare nakomelingen kunnen maken
2) de nakomelingen die ze krijgen moeten zich ook kunnen voortplanten

Slide 3 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

De Indische en de Afrikaanse olifant lijken op elkaar, maar behoren niet tot een soort. Waarom niet?
A
Ze wonen te ver uit elkaar om baby's te kunnen maken
B
Ze kunnen geen vruchtbare nakomelingen produceren
C
Ze vinden elkaar niet leuk genoeg

Slide 4 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Soorten en rassen

Binnen 1 soort kan je verschillende rassen hebben.

Ras = een groep organismen die door bepaalde erfelijke eigenschappen verschilt van de rest van de soort.

Slide 5 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Populatie 
1 soort organismen in een bepaald gebied. 

Bijvoorbeeld:
- Alle karpers in de Biesbosch
- Alle merels in het Kralingse bos
- Alle kamelen in de Sahara 

Slide 6 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies

Slide 7 - Video

Deze slide heeft geen instructies

De evolutietheorie zegt dat populaties zich langzaam aanpassen aan de omgeving. Dit komt oa door natuurlijke selectie (survival of the fittest).

Wat is een voorbeeld van natuurlijke selectie?

A
De groene krekels in een bruine omgeving hebben de meeste kans te overleven.
B
Huh?! wat?
C
De bruine krekel in een groene omgeving heeft de meeste kans te overleven
D
De bruine krekels in de bruine achtergrond hebben de meeste kans te overleven.

Slide 8 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1a) Organismen die samen vruchtbare nakomelingen kunnen krijgen, behoren tot een........
A
Populatie
B
Stam
C
Soort
D
Land

Slide 9 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

1c) Een paard en een ezel kunnen zich voortplanten. Hun nakomelingen (muilezels) kunnen zich NIET voortplanten. Horen paarden en ezels tot dezelfde soort?
A
Nee, want de nakomelingen (de muilezels) kunnen zich niet voortplanten.
B
Ja, want ze kunnen zich voortplanten.
C
Ja, want ze lijken veel op elkaar.

Slide 10 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Dus bijvoorbeeld....De wolven (een soort) kunnen verdeeld zijn over verschillende populaties?
A
Ja, bijvoorbeeld wolven op de Veluwe, wolven in de Ardennen, enz...
B
Nee
C
Misschien
D
Eventueel

Slide 11 - Quizvraag

Verduidelijk door de wolven weer te geven als een ronde cirkel die is onderverdeeld in delen (de populaties) 
2a) Variatie binnen een populatie ontstaat door geslachtelijke/ongeslachtelijke (1) voortplanting en door mitose/mutatie (2).
A
1- geslachtelijke 2- mitose
B
1 - geslachtelijke 2- mutatie
C
1 - ongeslachtelijke 2-mitose
D
1- Ongeslachtelijke 2-Mutatie

Slide 12 - Quizvraag

Deze slide heeft geen instructies

Nu doen
- Onderzoeken tekst blz 204 tm 207
- Maken vragen blz. 207.

Slide 13 - Tekstslide

Deze slide heeft geen instructies