par 8.3 - Wet van behoud van energie

Wet van behoud van energie

1 / 12
volgende
Slide 1: Slide
newEditorNatuurkundeMiddelbare schoolhavoLeerjaar 5

In deze les zitten 12 slides, met interactieve quizzen en tekstslides.

time-iconLesduur is: 60 min
Dit is niet oké

Onderdelen in deze les

Wet van behoud van energie

Deze slide heeft geen instructies

Lesdoel

Ik kan berekeningen maken en redeneren met de wet van behoud van energie, met bewegingsenergie (Ek), zwaarte-energie (Ez) en warmte Q.

De gebruiker gaf drie leerdoelen. Volgens de instructie kies ik één centraal leerdoel dat de andere twee draagt; hier is dat 8.3.3, omdat toepassen van Ez en Q nodig is om met energiebehoud te rekenen en redeneren.

Energie verdwijnt niet

In deze paragraaf kijk je alleen naar drie energievormen:

  • bewegingsenergie Ek

  • zwaarte-energie Ez

  • warmteQ


De hoofdgedachte is: energie kan omgezet worden, maar de totale hoeveelheid blijft gelijk.

Open bij de bekende intuïtie dat iets 'energie verliest'. Maak duidelijk dat die energie vaak is omgezet in warmte.

Zwaarte-energie en hoogte

Een voorwerp heeft zwaarte-energie door zijn hoogte boven de grond. Hoe hoger het voorwerp zich bevindt, hoe groter Ez.


De formule is:

Ez = mgh

Benadruk dat zwaarte-energie afhangt van gekozen nulpunt, maar veranderingen in Ez zijn fysisch relevant.

Van hoogte naar snelheid

Bij een vallend voorwerp zie je de omzetting direct:


Ez neemt af → Ek neemt toe


De oorzaak van de omzetting is de zwaartekracht die arbeid verricht.

Dit is de ideale situatie zonder energieverlies aan warmte. Dat vormt de brug naar wrijving in het volgende deel.

Wat gebeurt er zonder wrijving met de afname van zwaarte-energie?

A

Wordt warmte

B

Blijft gelijk

C

Wordt arbeid

D

Wordt bewegingsenergie

Sluit aan op slides 3-6: bij vallen zonder wrijving geldt Ez daalt en Ek stijgt. 'Warmte' is de veelgemaakte fout als leerlingen wrijving erbij denken.

Wrijving maakt warmte

Een wrijvingskracht werkt beweging tegen, de wrijving levert negatieve arbeid.

  • de kinetische energie neemt af

  • ontstaat warmte Q


Energie is dus niet weg; ze is omgezet in warmte.


De formule is dan: Q = Fs

Maak onderscheid tussen 'energieverlies' in dagelijks taalgebruik en natuurkundig correcte omzetting naar Q.

Zonder en met wrijving

Vergelijk twee situaties:

  • zonder wrijving: Ez wordt helemaal omgezet in Ek

  • met wrijving: een deel van Ez wordt omgezet in Q


Daardoor blijft er minder bewegingsenergie over.

Een concrete context zoals slee, glijbaan of remmende fiets helpt. Geen extra formules nodig behalve het onderscheid tussen ideale en reële situatie.

Kogelstoten

Na het wegstoten vliegt een kogel in een paraboolbaan door de lucht. De luchtweerstand is te verwaarlozen. Wanneer is de som van Ek en Ez het grootst?

A

Direct na het loslaten van de kogel

B

In het hoogste punt van de baan

C

Vlak voordat de kogel op de grond ploft

D

De som is tijdens de beweging steeds gelijk

Deze slide heeft geen instructies

Energiebehoud in een stappenplan

Energiebehoud gaat over gebeurtenissen. Je vergelijkt de totale energie voor en na die gebeurtenis. De totale energie voor en na is gelijk.


Stappenplan:

  1. Maak een schets van voor en na de gebeurtenis

  2. Noteer alle gegevens in de schets.

  3. Er geldt altijd: Ez + Ek = Ez + Ek + Q

  4. Streep wat wat nul is en reken het antwoord uit.


Laat leerlingen eerst de situatie inventariseren: begin, eind, en of er wrijving is. Dat voorkomt blind invullen.

Bereken de snelheid onderaan de helling

Slide tekst

Deze slide heeft geen instructies

Trampoline

Een trampolinespringer springt omhoog en komt met een bepaalde snelheid los van de trampoline. De luchtweerstand is te verwaarlozen.

De hoogte die de springer bereikt:

A

Hangt alleen af van de snelheid bij loskomen

B

Hangt alleen af van de massa van de springer

C

Hangt af van de massa van de springer en de snelheid bij loskomen

D

Er is onvoldoende informatie gegeven.

Deze slide heeft geen instructies